Primair onderwijs is illusie armer: kabinet wil geen hogere lonen bekostigen

    0
    1632

    Het kabinet biedt geen enkel perspectief om de salarissen van personeel in het primair onderwijs structureel te verhogen, zo bleek op de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen. Het kabinet erkent het lerarentekort, maar werkt niet serieus aan een oplossing. Premier Mark Rutte wil hooguit nadenken over een eenmalig extra bedrag onder de voorwaarde dat de bonden en PO-Raad eerst een cao afsluiten.

    Dit is een flauw voorstel, de sector wordt met een kluitje in het riet gestuurd, reageert Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad. ,,Van incidenteel geld kun je goede dingen doen zoals meer zij-instromers opleiden, maar je kunt er níet structureel hogere salarissen van betalen. En met een nieuwe cao kúnnen we de loonkloof tussen primair en voortgezet onderwijs helemaal niet dichten. Dat kon in de onderhandelingen eerder dit jaar nooit de inzet zijn. Voor die beweging is extra geld nodig. Met het nu beschikbare geld kunnen we zorgen dat de beloning in het primair onderwijs een vergelijkbare stijging kent als in de markt – zoals gebruikelijk in de hele publieke sector.’’

    Ruttes opstelling oogstte ook verontwaardiging bij diverse oppositiepartijen. Volgens de premier ligt er voor de cao nog 285 miljoen euro ‘op de plank’. Net als minister Arie Slob vorige week, suggereerde hij hiermee dat zo de salarissen flink kunnen worden opgeplust. Maar deze referentieruimte is geld dat het ministerie van Binnenlandse Zaken jaarlijks standaard beschikbaar stelt om de stijgende personeelskosten van te betalen, dus bijvoorbeeld ook de gestegen pensioenpremies.

    PvdA-leider Lodewijk Asscher stelde in het debat daarom dat leraren ‘worden blij gemaakt met een dode mus’. GroenLinks-voorman Jesse Klaver gaf aan de ‘voor-wat-hoort-wat’-houding van het kabinet ‘verpestend werken voor de verhoudingen in de sector’. Ook SP en Forum voor Democratie willen dat er structureel meer geld naar lonen van onderwijspersoneel gaat. Opvallend was dat ook coalitiepartij D66 zich hiervoor voorzichtig uitsprak.

    Toch lijkt de Onderwijsbegroting voor 2020 uiteindelijk met maar weinig kleerscheuren door de Tweede en ook Eerste Kamer te komen. Want hoewel ze hogere salarissen bepleiten, verschilt het hoe hard de oppositiepartijen zich aan deze eis vasthouden. GroenLinks liet al eerder in het debat weten niet tegen de begroting te zullen stemmen. En ook D66 beet niet door. Zij wilde haar coalitiepartijen niet afvallen.

    Een motie van de PvdA om de salarissen in het primair onderwijs gelijk te trekken met het voortgezet onderwijs, werd dan ook afgewezen. Dat gold ook voor de PvdA-motie om voor het voortgezet speciaal onderwijs 20 miljoen euro extra uit te trekken. De PO-Raad heeft hier ook al eerder voor gepleit omdat het lerarentekort in het vso harder neerslaat doordat de sector leraren verliest aan het reguliere voortgezet onderwijs.

    Noodpakket

    Om de salariskloof met andere sectoren wél verder te dichten en daarmee werken in het onderwijs aantrekkelijker te maken, pleitten vakbonden, VO-raad en PO-Raad afgelopen zomer voor een noodpakket. Om serieus werk te maken van het lerarentekort en de hoge werkdruk in het funderend onderwijs is een nieuwe investering nodig van 423,5 miljoen euro voor het begrotingsjaar 2020. PO-Raad, VO-raad en de vakbonden deden in een brief een dringende, gezamenlijke oproep aan het kabinet om de noodzakelijke middelen hiervoor vrij te maken. Alleen op die manier kan het primair onderwijs een belangrijke en broodnodige verdere stap zetten naar eerlijke salarissen voor alle personeel en het verkleinen van het loonverschil met het voortgezet onderwijs.
    De PO-Raad hoopt dat de Kamer bij de begrotingsbehandelingen later dit jaar in meerderheid kiest voor de toekomst voor onze kinderen, zodat ook zij het goede onderwijs kunnen blijven krijgen dat ze verdienen.