Onderwijs na de coronacrisis: wat gaat er veranderen?

    0
    1800

    Door de coronacrisis werden alle sectoren in het land platgelegd, ook het onderwijs. Waar leerlingen en scholieren eerst van maandag tot en met vrijdag onderwijs volgden op locatie, bleven zij door de lockdown thuis. Leraren en docenten moesten ineens de omschakeling maken naar online lesgeven. Hoe ziet het onderwijs er de komende tijd uit? En gaat dit bijdragen aan een verandering in het onderwijssysteem en de manier van lesgeven?

    Opleiding miljoenen kinderen in gevaar

    Dat er door de coronacrisis veel veranderd is, is wel duidelijk. Scholen sloten hun deuren voor lange tijd, leerlingen bleven thuis en lessen en colleges vonden online plaatsen. Door het virus zijn scholen gedwongen het onderwijsprogramma aan te passen en gaat bijvoorbeeld de Centrale Eindtoets in het primair onderwijs niet door. Daarom heerste er in maart de angst dat de opleiding van miljoenen kinderen in Nederland in gevaar komt door de coronacrisis, ondanks dat het lesgeven op afstand naar tevredenheid verliep volgens ouders en schoolleiders. Vanwege de angst voor studievertraging, onderwijsachterstanden en een groeiende onderwijsongelijkheid, trok het kabinet bijna 500 miljoen extra uit voor het onderwijs in de coronacrisis.

    Verlies aan leertijd

    Uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat het – ondanks de inspanningen die scholen en instellingen in de afgelopen periode leveren om onderwijs op afstand te kunnen aanbieden – in het gehele onderwijsveld maar deels lukt om te voldoen aan de kerntaken van het onderwijs. De onderwijsinspectie deed in april 2020 een representatieve steekproef van besturen en management van 865 scholen, instellingen en samenwerkingsverbanden. Zo komt naar voren uit het onderzoek dat afstandsonderwijs beperkingen kent, omdat er bijvoorbeeld een verlies is aan leertijd. Bij met name jonge kinderen is het verlies aan leertijd hoog: in het basisonderwijs halen leerlingen nog geen 50 procent van de onderwijstijd, schatten ondervraagden in.

    Het vraagstuk: voorlopig off- of online lesgeven?

    Nu gaat Nederland met de versoepeling van de coronaregels weer langzaam van het slot af en dat betekent dat scholen weer moeten nadenken over hoe ze in de komende periode willen gaan lesgeven; offline of online. Het merendeel van de basisscholen leraren ziet een volledige heropening voorlopig niet zitten, blijkt uit een peiling van onderwijsbond AOb. Ook jongeren worden door het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) gevraagd om mee te denken over bijvoorbeeld de inrichting van de anderhalve-metersamenleving. Waar het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs al vanaf 11 mei weer volledig open zijn en basisscholen al enige tijd weer gedeeltelijk open zijn, openen scholen in het voortgezet onderwijs pas op 2 juni weer hun deuren. Scholen in het voortgezet onderwijs zorgen zelf voor de praktische invulling van de opening, volgens de richtlijnen van het RIVM. Uit rondgang van Trouw blijkt dat middelbare scholen tot de zomer maar beperkt openblijven, het online onderwijs behouden en kiezen welke leerlingen weer fysiek naar school mogen. Hierbij hebben kwetsbare kinderen prioriteit. Basisscholen zijn per 8 juni weer volledig opengegaan. Dat vindt CNV Onderwijs goed nieuws. Toch maken ze zich zorgen om de praktische uitvoering.De VO-raad laat weten dat scholen in het voortgezet onderwijs meer duidelijkheid willen van het kabinet over de coronamaatregelen na de zomervakantie. Nu is namelijk nog onduidelijk of de huidige coronamaatregelen ook nog blijven gelden na de zomervakantie.Stages en examens in het middelbaar beroepsonderwijs gaan zoveel mogelijk door. MBO-instellingen mogen vanaf 15 juni weer beperkt open. Er geldt nog steeds dat scholen zoveel als mogelijk onderwijs op afstand geven. Daarbij mogen de onderwijsactiviteiten plaatsvinden tussen 11.00 – 15.00 uur en na 20.00 uur, zodat studenten de spits kunnen vermijden. 

    Voor het hoger onderwijs geldt dat de versoepeling van de maatregelen nog wordt onderzocht, laat Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs, weten. Fysieke locaties van hogeronderwijsinstellingen zijn nog gesloten voor onderwijs. Vanaf 15 juni mogen hier weer beperkte onderwijsactiviteiten plaatsvinden, meldt Rijksoverheid. Denk hierbij aan praktijklessen, examens, tentamens en begeleiding van kwetsbare studenten waarbij online lesgeven minder passend is. Volgens voorzitter Maurice Limmen van Vereniging Hogescholen is dat een geweldige uitkomst voor iedereen. “Zo helpen we zoveel mogelijk studenten zonder vertraging naar hun diploma of het volgende studiejaar”, aldus Limmen.

    Hoe ziet het onderwijs er na de zomervakantie uit?

    Het basisonderwijs en speciaal onderwijs is nu al geheel open. Dat blijft ook zo, tenzij er aanwijzingen zijn voor een toename van de verspreiding van het coronavirus van kinderen op medewerkers, tussen medewerkers onderling of van medewerkers op kinderen. Het basisonderwijs en speciaal onderwijs lijken als eersten weer richting het ‘oude normaal’ te gaan, wat betreft lesgeven. Hoe het onderwijs er na de zomervakantie uitziet, ligt dan ook volgens de PO-raad aan hoe de situatie rondom het coronavirus zich verder ontwikkeld. Wanneer scholen alsnog hun deuren weer moeten sluiten, is de basis voor afstandsonderwijs al wel gelegd. Verder is de kans groot dat er “na de zomervakantie nog protocollen nodig zijn”, stelt communicatieadviseur Claudia Verhoeven van de PO-raad.Ondanks dat het voortgezet onderwijs vanaf 2 juni weer open is, gaat het afstandsonderwijs volgens bestuurders van scholen nog lange tijd door, al is het maar om de continuïteit te behouden voor leerlingen in deze lastige periode. Veel scholen denken dat het klassikale onderwijs straks vooral een aanvulling is op het online onderwijs, meldt Trouw. Zoals René Rigter van de Scholengemeenschap Sovon tegen de krant aangeeft, is alles in september nog niet terug bij het oude. Kortom: ondanks de officiële heropeningen, gaat het voortgezet onderwijs nog lang niet terug naar ‘normaal’.

    Onderwijs op hogescholen en universiteiten na zomervakantie

    Rijksoverheid wil dat hogescholen en universiteiten zoveel als mogelijk op afstand onderwijs blijven geven en dit ook de komende tijd blijven doen. Dit wordt mede gedaan om het vervoer naar deze instellingen in te perken. Voor het universitair onderwijs na de zomervakantie heeft de Vereniging van Universiteiten (VSNU) een leidraad gemaakt, meldt NOS. Deze luidt; ‘On Campus, als het kan. Online omdat het kan’. Hiermee wil de koepelorganisatie duidelijkheid scheppen, vanwege de vele vragen over de vorm van onderwijs zolang de coronamaatregelen gelden. Vooral de ruimte – wegens de anderhalve-meterregel – bepaalt de onderwijsvorm.Vereniging Hogescholen hoopt dat er voor de periode na de zomervakantie weer nieuwe versoepelingen mogelijk zijn. Toch moet de vereniging er ook vanuit gaan dat het nieuwe collegejaar er anders uit zal zien dan voorgaande jaren. “We zullen zeker de vruchten plukken van de ervaring die we hebben opgedaan met online onderwijs, maar juist in het beroepsonderwijs zijn er naar verhouding veel contacturen, is er veel praktijkonderwijs dat op locatie plaatsvindt en zijn stages van groot belang. Maar hiermee komen we in de verste verte niet tot het aantal fysieke contacturen dat normaal structureel nodig is om het onderwijs te kunnen geven dat onze studenten nodig hebben”, stelt Limmen van Vereniging Hogescholen.

    Vraagtekens rond veldwerk en practica

    Universiteiten bereiden zich daarom voor op verschillende scenario’s, zoals het hervatten van colleges op locatie waar dat volgens de maatregelen kan. Kan dat niet? Dan wijken ze uit naar online colleges. Voor opleidingsonderdelen als practica en veldwerk zijn echter nog geen praktische vervanging gevonden. Ook het afstuderen kent nog praktische haken en ogen.

    Gaat dit bijdragen aan een verandering in het onderwijssysteem en de manier van lesgeven?

    De PO-Raad ziet dat de onderwijssector veel geleerd heeft van de afgelopen periode. “Wij vinden het heel belangrijk om deze lessen in kaart te brengen en te zorgen dat zij permanent onderdeel uit gaan maken van het onderwijssysteem. De PO-Raad gaat zich daar de komende weken voor inzetten”, laat Verhoeven weten. Zo wil de PO-raad zich inzetten voor kinderen die om verschillende redenen thuiszitten (denk aan: ziekte, gedragsproblematiek, passend onderwijs) voor wie online onderwijs juist positieve uitkomsten biedt. Daarnaast hebben scholen volgens de PO-raad gezien hoe ICT betekenisvol kan worden ingezet. Daarom wil de PO-raad onderzoek doen “naar wat het onderwijs op afstand heeft gebracht en wat de wensen voor de toekomst zijn.”Volgens voorzitter Maurice Limmen van Vereniging Hogescholen wordt er nu veel geleerd over onderwijs op afstand, maar is het nog te vroeg om te zeggen in welke mate de coronacrisis gaat bijdragen aan een verandering in het onderwijssysteem. Veel instellingen in het hoger onderwijs buigen zich nu nog met name over hun financiële positie bij teruglopende rendementen, de mogelijk verminderde internationale instroom, de benodigde investeringen in online onderwijs en het beschikbaar stellen van dubbele practica, meldt de AOb.Op dit moment doet de Inspectie van het Onderwijs onderzoek naar de effecten van de coronamaatregelen op het onderwijs, laat een woordvoerder weten. Wat het effect is, valt volgens de woordvoerder pas met meer zekerheid te zeggen na de zomervakantie, wanneer het onderzoek is afgerond. De Inspectie van het Onderwijs stelt wel dat door het afstandsonderwijs onderwijsinnovaties – waar vele scholen al mee bezig waren – enorm zijn versneld.