Minister wil vrije ruimte voor scholen

    0
    1146

    Minister Slob (onderwijs) wil scholen vrije ruimte geven om het onderwijs in te vullen. Behalve verplichte aandacht voor bijvoorbeeld rekenen en taal, mogen scholen zo’n 30% van de onderwijstijd naar eigen inzicht invullen. Dat staat in de kabinetsreactie over het verbeterde curriculum die de minister vandaag naar de Tweede Kamer stuurt. In het curriculum staat wat leerlingen moeten kennen en kunnen. De kabinetsreactie is een volgende stap om het curriculum te verbeteren.

    Voorstellen van leraren

    De planning is dat het verbeterde curriculum in 2023-2024 in gaat. Daarna volgt een overgangsperiode van vier jaar. De bovenbouw van het voortgezet onderwijs volgt later. Voordat het zover is worden de voorstellen met leraren, schoolleiders en scholen verder uitgewerkt tot concrete onderwijsdoelen.

    Ondersteuning scholen

    Hoe groot de verandering per school gaat zijn, zal per school verschillen. Veel scholen geven eigentijds onderwijs en zijn bijvoorbeeld al met relatief nieuwe onderwerpen als burgerschap en digitalisering bezig. Er komt ondersteuning voor leraren en scholen om het verbeterde curriculum in de lessen en op scholen in de praktijk te brengen. Hoe die ondersteuning er precies uit gaat zien, wordt besproken met de scholen.

    Te versnipperd, te vol en verouderd

    Wat leerlingen moeten kennen en kunnen sluit niet meer volledig aan bij de behoeften van de samenleving en het onderwijs zelf. Het huidige curriculum is te versnipperd, te vol en op onderdelen verouderd: de kerndoelen zijn al bijna 15 jaar niet opnieuw bekeken. Ook sluiten het basis- en voorgezet onderwijs onvoldoende op elkaar aan. Bovendien geven leraren aan dat er bij veel maatschappelijke problemen naar het onderwijs gekeken wordt. Er moeten keuzes worden gemaakt. Daarom moet het curriculum verbeterd worden.

    Advies van duizenden leraren

    In oktober hebben 150 leraren en schoolleiders hun voorstellen gepresenteerd aan de minister. Duizenden leraren, schoolleiders, curriculumexperts en andere betrokkenen hebben daarover meegedacht en ideeën gegeven.  In het vervolgproces, dat start na het debat in de Tweede Kamer, worden wederom leraren, schoolleiders, maar ook bijvoorbeeld wetenschappers betrokken. Dan worden de voorstellen uitgewerkt tot vernieuwde onderwijsdoelen. Daarin staat beschreven wat leerlingen moeten kennen en kunnen.