Kind van arme ouders vaker onderschat door leerkracht

    0
    673

    Kinderen van laagopgeleide of arme ouders krijgen in hun basisschooladvies niet dezelfde kansen als leerlingen van hoogopgeleide en rijke ouders. Deze kinderen krijgen veel vaker een schooladvies dat lager is dan wat de eindtoets adviseert. “De toets heeft geen last van onbewuste vooroordelen.”

    Uit gegevens van de Dienst Uitvoering Onderwijs, die de onderzoeksredactie van RTL Nieuws analyseerde, blijkt dat de adviezen van scholen vaak niet overeenkomen met de resultaten van de eindtoets. Zo krijgen 3 op de 10 leerlingen een advies dat hoger is dan de score die ze behalen op eindtoets. Nog meer leerlingen, ruim 1 op de 3, scoren beter op de toets dan het advies van school.

    De eindtoets, voorheen beter bekend als cito-toets, is een belangrijke graadmeter voor ouders en leerlingen om te zien welk niveau een leerling aankan. Maar doorslaggevend voor het niveau op de middelbare school is het schooladvies dat vóór het maken van de eindtoets wordt gegeven.

    Ongelijke kansen

    Over- en onderadvisering hoeven geen probleem te zijn als er goede redenen zijn waarom de eindtoets beter of juist slechter gemaakt is. Denk bijvoorbeeld aan specifieke eindtoetstraining, faalangst of ziekte. Maar het valt op dat er grote regionale verschillen zijn en juist leerlingen van lageropgeleide en armere ouders vaak een lager advies krijgen dan de toets laat zien.

    Op sommige scholen is het advies bij meer dan tachtig procent van de leerlingen in de afgelopen drie jaar lager dan de toets aangaf. Op 1300 scholen kreeg meer dan de helft van de leerlingen een onderadvies.

    Zorgelijk en zonde

    Uit eerder onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat leerlingen van laagopgeleide en arme ouders ook nog eens minder vaak een bijgesteld advies krijgen. Daarmee krijgen leerlingen die dezelfde score halen op de eindtoets niet dezelfde kansen. Een leerling van hoogopgeleide ouders zal eerder op een hoger niveau instromen op de middelbare school dan een leerling van laagopgeleide ouders.

    Zorgelijk en zonde, stelt CPB-onderzoekster Jonneke Bolhaar. “Als kinderen geen gelijke kansen hebben, en je niet hun volle potentie benut, dan is dat gewoon heel erg jammer. Voor die kinderen, maar ook voor de economie.”

    ‘Eindtoets heeft geen vooroordelen’

    Volgens het CPB moet de eindtoets beter benut worden om – al dan niet onbewuste – vooroordelen van leraren tegen te gaan. “We kunnen niet in de hoofden van leraren kijken, we kunnen geen onderzoek doen of het echt aan die vooroordelen ligt, maar dat lijkt wel de meest voor de hand liggende verklaring. De toets heeft geen last van onbewuste vooroordelen en neemt niet mee wat voor achtergrond kinderen hebben.”

    Minister Slob van Onderwijs erkent de problemen en presenteerde onlangs plannen om ongelijkheid tegen te gaan. Onderdeel daarvan is dat de eindtoets korter na het schooladvies wordt afgenomen. Maar volgens het CPB heeft het vooral nut als het schooladvies pas na de eindtoets wordt gegeven.

    Bolhaar: “Er zit extra informatie in die eindtoets. Het is zonde om die niet volledig te benutten. En die kun je het best benutten als je de eindtoets doet voordat het schooladvies wordt gegeven, zodat de docent de uitkomst van die toets ook mee kan wegen in zijn schooladvies.”

    Overschatting

    Waar onderadvisering leidt tot ongelijke kansen, kleven volgens onderzoekers ook nadelen aan overadvisering. Leerlingen met een hoger schooladvies dan de resultaten op de toets aangeven, blijven op het voortgezet onderwijs bijvoorbeeld vaker zitten, vallen uit of stromen af.

    Ook in het geval van overadvisering zijn grote regionale verschillen te zien. Voornamelijk in de Randstad is hier sprake van. In Amsterdam krijgt zelfs 1 op de 5 leerlingen een schooladvies dat minimaal een heel schoolniveau hoger is dan de uitslag van de eindtoets.