Een derde van de leraren vindt heropenen basisscholen ‘onverantwoord’

    0
    1026

    Ruim eenderde van de basisschoolleraren vindt het onverantwoord om vanaf 11 mei weer voor de klas te staan. Leerkrachten vinden dat het kabinet het RIVM-onderzoek naar de besmettingsrisico’s van jongeren had moeten afwachten. Bovendien zijn ze bang zelf besmet te raken of hun leerlingen te besmetten.

    Dat blijkt uit representatief onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek & Advies en deze krant onder 1250 leraren. Bijna een kwart heeft geen vertrouwen in de onderbouwing van het Outbreak Management Team, dat stelt dat er bij kinderen nauwelijks besmettingsrisico’s zijn. ,,Het zit veel leraren niet echt lekker dat de scholen opengaan”, constateert onderzoeker Vincent van Grinsven. ,,Ons onderzoek laat zien dat er veel ongemak aanwezig is. Is dit wel het juiste besluit? En waarom heeft het kabinet het RIVM-onderzoek niet afgewacht?”

    Dat het kabinet niet heeft gewacht op de resultaten van het RIVM-onderzoek onder verspreiding van het coronavirus in gezinnen, verbaast 69 procent van de leraren. Hoewel meer dan de helft zich kan vinden in het kabinetsbesluit om de scholen te heropenen, vinden ze dat die beslissing te vroeg is genomen. De leraren vinden dat de regering de onderzoeksresultaten had moeten afwachten. Nu voelt een juf zich bijvoorbeeld ‘een proefkonijn’. ,,De basisscholen moeten open, zodat ze even kunnen zien wat er met de besmettingen gebeurt. Ik ben geen seconde bang voor mezelf, maar wel voor collega’s of de kinderen.

    Van de respondenten zegt 61 procent (veel) vertrouwen te hebben in het RIVM, 63 procent heeft (veel) vertrouwen in de kabinetsaanpak.

    Minder vertrouwen

    Het vertrouwen in minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs) is met 38 procent een stuk minder. Ook zijn er meer leraren die aangeven géén vertrouwen in de onderwijsminister te hebben, namelijk 28 procent. Ter vergelijking: het aantal leraren dat geen vertrouwen heeft in het kabinet ligt met 12 procent beduidend lager. 

    Toch staat vanaf 11 mei 93 procent van de leraren gewoon voor de klas. Slechts 4 procent weet al dat ze niet zullen gaan lesgeven, 3 procent twijfelt nog. De leraren die thuisblijven, vallen zelf onder de risicogroep of hebben kwetsbare familieleden. Ook zeggen leerkrachten dat ze bang zijn om besmet te raken. 

    Overigens zijn er ook veel leraren met corona-angst die wél voor de klas gaan staan. 65 procent vreest dat hij of zij zelf op school besmet raakt, 53 procent van de leerkrachten is bang om de kinderen of collega’s te besmetten. 

    Tegenzin

    Vol enthousiasme, maar ook met grote tegenzin gaan basisschoolleraren vanaf 11 mei weer voor de klas. Terwijl twee derde zich wel kan vinden in de heropening van scholen, noemt een grote groep die beslissing juist onverantwoord. ‘Ik ga voor de klas, maar denk niet: hiep, hiep, hoera.’

    Met enige regelmaat ging de afgelopen weken de deurbel van juf Annette Heermans van de Bavinckschool in Haarlem. Dan was het een leerling die een bos bloemen kwam brengen. Dan stond er een groep 3’er om te trakteren. ,,Laatst stonden we allemaal voor de deur te huilen. Dat meisje zei: ze nemen zo maar een hap uit mijn mooie jaar met juf Annette.” Echt, deze juf kan niet wachten om haar lieve leerlingen weer te zien, weer controle te hebben over hoe het met hun schoolwerk gaat, ervoor te zorgen dat ze zelfverzekerd naar de volgende groep kunnen.

    Tegelijkertijd is dit een juf die zich ‘een proefkonijn’ voelt. ,,De basisscholen moeten open, zodat ze even kunnen zien wat er met de besmettingen gebeurt. Ik ben geen seconde bang voor mezelf, maar wel voor collega’s of de kinderen. Dat er weer een golf van besmettingen ontstaat. De adviseurs weten ook niet precies hoe het allemaal zit, of kinderen niet besmettelijk zijn. Ik wil graag open, maar de manier waarop dat nu gebeurt, vind ik ingewikkeld”, erkent Heermans.

    Daarin krijgt ze bijval van vele collega’s, zo blijkt uit onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek & Advies en deze krant. Ruim eenderde van de leraren vindt het onverantwoord om de scholen te heropenen. Meer dan tweederde vindt dat het kabinet het RIVM-onderzoek naar de verspreiding van het coronavirus binnen gezinnen had moeten afwachten.

    Proefkonijn

    Precies daarom voelt ook meester Gert Jan Baarda van basisschool Vastert in Enschede zich ‘een proefkonijn’. ,,Je hoort nu ook berichten vanuit Duitsland dat kinderen wel een besmettingsbron zijn. Ik vind de onderbouwing voor de heropening mager en denk: wat had het uitgemaakt om drie weken te wachten op aanvullend onderzoek. Het onderwijs draait nu toch”, verklaart hij. Toch gaat Baarda net als 93 procent van de leraren vanaf 11 mei gewoon voor de klas. ,,Ik snap dat we ergens moeten beginnen. Wij hebben de pech dat wij als eerste aan de beurt zijn. Ik ga wel met twijfels, denk niet: hiep, hiep, hoera.”

    Meester Niels Gerritsen gaat juist onbevangen aan de slag. ,,Ik heb weinig zorgen”, zegt de groep 8-leerkracht van KBS De Wegwijzer uit Spijkenisse. Hij heeft ‘groot vertrouwen’ in de experts van het RIVM. ,,Ik weet niks van virussen, maar ik denk dat de deskundigen weten wat kan en wat niet.” Dat er niet is gewacht op de RIVM-studie, begrijpt hij wel. ,,Hoe lang had dat nog geduurd? En 100 procent zekerheid heb je toch nooit.”

    De afgelopen weken vond Gerritsen ‘heel chaotisch’. Zijn klas gaf hij vanuit huis les, terwijl intussen ook zijn eigen kleine kinderen om aandacht vroegen. ,,’s Avonds tussen negen en elf uur nam ik dan mijn filmpjes voor de les op. ’s Ochtends was ik weer bereikbaar voor de kinderen.” Het wende, na twee weken, al is hij blij dat het nu meivakantie is.

    Rust

    Zijn leerlingen deden het goed. ,,Er is er één waarvan ik dacht: shit, die heb ik eigenlijk in de klas nodig. Maar een andere scholier doet het thuis nu zo goed. Hij is gebaat bij de rust, raakt in de klas snel afgeleid. De tussenvorm die we op 11 mei beginnen – deels op school, deels thuis – is voor hem misschien ideaal.”

    De eerste weken gaan basisscholen voor de helft open. Oftewel: alle leerlingen krijgen de helft van de onderwijstijd, scholen mogen zelf bepalen hoe ze dat aankleden. Uit het onderzoek blijkt dat het gros met halve groepen gaat draaien. 72 procent van de leraren zegt dat hun halve klassen twee of drie hele dagen per week naar school komen. Toch kiest ook 15 procent ervoor om halve dagen te gaan draaien. Dat is tegen het advies van sectororganisatie PO-Raad en minister Slob die juist veel wisselingen van leerlingen proberen te ontmoedigen.

    Halfslachtige maatregelen

    Ook ’t Honk in het Zeeuwse Kapelle kiest ervoor om met halve klassen te beginnen. Voor groep 3-juf Annemiek van Uffelen had dat niet gehoeven, ze wijst erop dat het Outbreak Management Team zegt dat kinderen onderling geen anderhalve meter afstand hoeven te houden. ,,Of er dan 14 of 28 leerlingen in een klas zitten, maakt ook niet uit.” De ‘halfslachtige maatregel’ zorgt misschien ook voor argwaan, denkt ze. ,,Dat mensen gaan denken: hier is toch iets aan de hand.”

    Hoe het ook zij, deze juf staat te trappelen om weer voor de klas te staan. ,,De afgelopen weken zag ik mijn groep 3 allemaal op een schermpje. Heel aandoenlijk, al die koppies, maar er zit wel een schermpje tussen.” Van Uffelen denkt niet dat ze van de kinderen ziek zal worden. ,,Ik denk ook dat het te maken heeft met hoe je in het leven staat. Ik maak me minder snel ongerust. Maar ik snap dat oudere collega’s of iemand met een longziekte er minder ‘holadijee’ in staan hoor.”

    Wel denkt de juf dat de kleinere klassen door de halve bezetting een bijeffect zullen hebben. ,,Dat we straks denken: wat is dit fijn! We kunnen weer meer aandacht geven.”