Zeven tips om een goede mentor te worden

    0
    1904

    Als docent kun je ook mentor zijn van een klas, op sommige scholen ook wel leermeester of studiecoach genoemd. Wat doet een goede mentor eigenlijk? En hoe geef je zinvol invulling aan het mentoruur?

    1. Zet je roze bril op

      Als je een mentorklas krijgt toegewezen, ga er dan voor. Zie het als interessante verdieping van je takenpakket. Natuurlijk is de mentor de spil in de begeleiding van de groepsproces, maar je begeleidt ook het leerproces, en soms heb je het ook over privézaken. Zet een roze bril op en zorg dat je de namen feilloos kent.

    2. Kweek groepsgevoel

      De eerste week op een nieuwe school zijn leerlingen onzeker en verward, ook de leerlingen die heel stoer doen. Ze zijn nieuwsgierig naar hun klasgenoten, én naar hun mentor. Het mentoruur is daarom een uitgelezen moment om groepsgevoel te kweken. Een mooie oefening hiervoor is het spel ‘Te gast in je eigen talkshow’, waarbij alle leerlingen een vraag aan de mentor mogen stellen. Aan het eind heb je iedereen een keer in de ogen gekeken en door de vragen die de leerlingen stellen, geven ze iets over zichzelf prijs. Impertinente vragen zoals ‘hoe vaak doet u het?’ pareer je luchtig: ‘Ik was vergeten te zeggen dat er grenzen zijn aan wat ik over mezelf kwijt wil. Bedankt dat je me daar even aan herinnerd hebt.’

    3. Bouw aan onderling vertrouwen

      Laat leerlingen zichzelf via twee stellingen presenteren. De ene is waar, de andere niet. Deze oefening biedt ruimte om iets persoonlijks te vertellen (Mijn moeder zit in een rolstoel), maar het hoeft niet (Ik kan mooi pianospelen). Een andere manier van kennismaken is met de sleutelbos. Kies de sleutel die je weg zou willen gooien en vertel waarom. Dat levert gegarandeerd een mooi verhaal op. Ook kun je leerlingen geblinddoekt door het gebouw laten lopen. Ze moeten dan vertrouwen op aanwijzingen van medeleerlingen.

    4. Wees mentor voor alle leerlingen

      Waak ervoor dat je aandacht niet alleen uitgaat naar zorgenkindjes, want ook leerlingen die niet duidelijk om aandacht vragen, hebben behoefte gezien te worden. Maak ruimte voor persoonlijk contact door een aparte kennismaking met alle leerlingen. Praten over koetjes en kalfjes is dan een prima start. Toon ook dat je je leerling echt ziet. Haak even in op een actuele kwestie als je iemand in de gang tegenkomt. Hoe ging dat proefwerk waar je zenuwachtig over was? Is je vader alweer terug uit het ziekenhuis?

    5. Verhoog hun zelfredzaamheid

      Maak de leerlingen verantwoordelijk voor hun eigen problemen, want een mentor is geen doorgeefloket voor klachten. Hebben ze ruzie met een klasgenootje of vinden ze de toetsen bij een vak veel te moeilijk? Wees geen redder en laat problemen bij de rechtmatige eigenaar. Vraag wat ze zelf al aan het probleem hebben gedaan. Help je leerlingen om hun eigen problemen zelf op te lossen. Als je jezelf als redder opstelt, komen er namelijk steeds meer mensen die gered willen worden.

    6. Maak ouders tot bondgenoten

      Maak contact met thuis, want ouders zijn je belangrijkste bondgenoten. Initieer een gesprek op een neutraal moment. Daarmee leg je een basis voor contact als er een keer iets aan de hand is. Stap niet in de valkuil van ‘de betere ouder’. Misschien denk jij dat die altijd vermoeid ogende leerling gewoon eerder naar bed moet, maar het is niet aan jou om in die opvoedkundige rol te stappen. Nodig liever de ouders uit: ‘Uw zoon is vermoeid op school. Wat kunnen we daaraan doen?’

    7. Geef de regie eens uit handen

      Je bent als docent gewend het initiatief te nemen, maar in de mentorklas mag je uit die rol stappen. Je kunt zelfs het groepsproces af en toe uit handen geven. Ga eens tussen de leerlingen zitten in plaats van aan het hoofd. Moet er iets besloten worden? Laat ze zelf een vergadering beleggen en een voorzitter kiezen. Of geef de groep de verantwoordelijkheid om een uitje te regelen.