Wie gaat zich spontaan bezighouden met pedagogiek en didactiek?

    0
    497

    De leraar bij mij thuis krijgt de vraag weleens van zijn leerlingen. Soms met hoongelach, vaak oprecht verbaasd: waarom is hij in godsnaam leraar geworden? Hij kon álles worden na de universiteit; waarom koos hij ervoor om pubers te treiteren met zijn gezeur over taal en literatuur? De leraar, die zich dit ook soms afvraagt, legt dan uit dat de liefde voor taal en literatuur er eerder was dan die voor het leraarschap. Dat hij pas op latere leeftijd, toen hij zelf kinderen had, bedacht dat hij zijn ervaring en kennis wilde overdragen.

    Zo gaat het vaker. Leraar worden, de meeste 18-jarigen, die net veertien jaar op school hebben gezeten, moeten er niet aan denken. Later, als ze echt iets te vertellen hebben, kan dat veranderen, soms al meteen na hun studie.

    Dat is één reden waarom ik niet geloof dat het advies van de Onderwijsraad – kort gezegd: je wordt eerst algemeen leraar en gaat je daarna verdiepen in een vak of leeftijdsgroep – werkt. Wie gaat zich spontaan bezighouden met pedagogiek en didactiek? De drang kinderen iets te leren moet uit enthousiasme voor een onderwerp of vakgebied voortkomen. Didactiek zonder inhoud bestaat niet.

    Andersom: wie van een vak houdt en dat in het voortgezet onderwijs wil doceren, wil zich heus wel verdiepen in didactiek, maar niet die van 0- tot 18-jarigen, zoals de Onderwijsraad wil. Waarom zou je? Een leraar scheikunde gaat toch niet in de kinderopvang werken?

    Dit plan is niet de oplossing om het vak aantrekkelijker te maken. Dat leraren ‘zuur en chagrijnig’ zijn – zo zet de voorzitter van de Onderwijsraad ze althans weg –, komt dat doordat ze maar één vak mogen geven? Of omdat ze niet kunnen overstappen naar een ander onderwijstype? Ik betwijfel het. Leraren hebben genoeg van de hoge werkdruk, de administratieve last, het gebrek aan vrijheid en het lage salaris. Dat jaagt studenten weg.

    Het stelsel van bevoegdheden is aan herziening toe, daarin heeft de Onderwijsraad gelijk. En staan ook mooie dingen in het rapport met de suffe titel Ruim baan voor leraren. Het lijkt me een goed idee om in het basisonderwijs voor bepaalde vakken en behoeftes gespecialiseerde leraren te hebben. Eén opleiding voor onderwijs aan 6- tot 14-jarigen is ook zinvol, vooral als de keuze voor een vervolgopleiding eveneens wordt uitgesteld tot 14 jaar. Voor begeleiders van jonge kinderen kun je dan een aparte, gespecialiseerde opleiding maken.

    Voor de hoogste klassen havo-vwo zie ik alleen nadelen. Met dit plan zullen er nóg minder universitair opgeleide leraren komen. Vorig jaar klaagde de KNAW terecht over de afname van academisch geschoolde leraren, die onherroepelijk tot verlaging van het kennisniveau van studenten, en van de samenleving, zal leiden. De Onderwijsraad verwijst naar succesvolle brede lerarenopleidingen in Finland en Duitsland, maar het verschil is dat vrijwel alle leraren daar academisch worden opgeleid.

    In dit plan is hbo het uitgangspunt; daarbovenop kan de leraar bevoegdheden voor vakken en onderwijstypen stapelen. Iemand die de kennis van een huidige eerstegraads leraar (vier of vijf jaar fulltimestudie voor een master) wil verwerven, heeft dus aardig wat te doen in de avonduren. Wie heeft tijd daarvoor? En wie betaalt dat? Of gaan de eisen omlaag? Nog een pijnlijk puntje: zijn leraren in het voortgezet onderwijs ‘beter’ dan die in het basisonderwijs; krijg je na elke vervolgstudie meer betaald? Zal dat niet leiden tot een vlucht van basisschoolleraren?

    Te veel vragen in één stukje. Ik ga erop broeden. Gelukkig is dit plan nog geen werkelijkheid.