Weinig inbreng van leraren in een nieuw schoolcurriculum

    0
    595

    Jan Drentje worstelde zich door de wollige taal van het onderdeel Mens en Maatschappij. Leraren moeten daar meer invloed op krijgen.

    Als Aleid Truijens, onderwijsmens in hart en nieren, de noodklok luidt dan is dat niet voor niets. ‘We stevenen af op een onderwijsramp, maar niemand ligt er wakker van’ stond boven haar wekelijkse column in de Volkskrant .

    Wat is er aan de hand? Voor alle schoolsoorten en vakken is er een voorstel gedaan voor een nieuw curriculum, kort gezegd: omschrijving van de leerstof die behandeld moet worden. De adviescommissie ging aan het werk onder de naam curriculum.nu en is een voortzetting van het platform Onderwijs32 onder leiding van Paul Schnabel.

    De toenmalige staatssecretaris Sander Dekker had het eindadvies van Onderwijs32 al overgenomen toen leraren en hun vakverenigingen erachter kwamen dat vakkennis werd geofferd op het altaar van 21ste eeuwse vaardigheden. Leerlingen moesten van alles kunnen, maar hoefden nog maar weinig te weten. En: onderwijs in afzonderlijke vakken was uit de tijd. Het leven is immers ook niet in vakken opgedeeld. Dat uit vergelijkend internationaal onderzoek blijkt dat de ‘quantum-sprong’ naar ontdekkend leren of vaardigheidsonderwijs vaak een vrije val van het niveau betekent, was de commissie Schabel kennelijk niet bekend. Het advies van de commissie was mede een gevolg van landelijke brainstromsessies en inspraakrondes, maar bleek de facto te zijn voorgekookt door de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) dat ruim voorzien van subsidie flink aan het werk was gegaan.

    De ramp van Onderwijs32 is afgewend. De Kamer nam verschillende moties aan, onder andere één waarin werd vastgesteld dat de verschillende schoolvakken moesten blijven bestaan. Maar, vond de staatssecretaris: er moest toch nieuw, eigentijds curriculum komen en dus werd een nieuwe commissie opgetuigd, curriculum.nu. Een paar nieuwe gezichten, een aantal leraren en schoolleiders mochten deelnemen aan de ontwikkelsessies, maar in veel opzichten werd voortgeborduurd op de patronen van het SLO. Zijn de voorstellen oude Onderwijs32- wijn in nieuwe curriculumzakken?

    Mens en Maatschappij

    Kortheidshalve beperk ik me tot de opbrengst voor het leergebied Mens en Maatschappij en dan ook nog eens tot wat er geschreven wordt over het schoolvak geschiedenis. In der Beschränkung zeigt sich … de schoolmeester. In M&M zijn de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, economie, filosofie en maatschappijleer opgenomen. En: meteen aan het begin wordt al gesteld dat de commissie niet voorschrijft dat er vakoverstijgend gewerkt moet worden.

    Dat mag een school zelf weten. Wie de lange lijst Grote Opdrachten en Bouwstenen doorneemt, kan gemakkelijk de verschillende vakgebieden herkennen. Ook wordt kennis niet in de ban gedaan. Natuurlijk, er moeten ‘metacognitieve vaardigheden’ ontwikkeld worden – zoiets als 21ste eeuwse vaardigheden, die ‘een vereiste zijn voor toekomstbestendig onderwijs en een leven lang leren’. Maar om die vaardigheden toe te passen ‘is een gedegen kennis van de wereld en beheersing van denkvaardigheden noodzakelijk’. Denkvaardigheden, is dat hetzelfde als denken?

    Gedegen kennis van de wereld dus, vanuit tal van invalshoeken. Voor geschiedenis zou je die kennis terug moeten kunnen vinden bij de onderdelen tijdsindeling, oriëntatiekennis en historische ontwikkelingen. Het advies komt erop neer dat leerlingen een periodiseringsschema moeten kennen dat houvast biedt om historische gebeurtenissen te plaatsen. En dat is pas zinvol als er sprake is van een gemeenschappelijk historisch referentiekader. Zo is het. Maar: inhoudelijk staat er wel erg weinig over zowel de gewenste periodisering als het historische referentiekader. Vroeger en later, prima, maar moeten de huidige tien vensters behouden blijven, ingesteld om een einde te maken aan het al te verbrokkelde thematische geschiedenisonderwijs?

    Wat vertellen we niet?

    Moet de wereldgeschiedenis in de tien chronologische vensters (tijd van jager en boeren, Grieken en Romeinen etc.) een plaats krijgen, zoals recent is bepleit? Het onderdeel staatsinrichting krijgt nauwelijks aandacht en is niet goed afgebakend ten opzichte van het nieuwe aandachtsveld burgerschap dat vooral op persoonlijke vorming gericht is. Hierdoor blijft dit onderdeel een marginale positie innemen in het geschiedenisonderwijs.

    Goed om leerlingen op de basisschool vertrouwd te maken met geschiedenis van de eigen woonomgeving en de kring uit te breiden naar nationaal en internationaal niveau. Maar welke verhalen vertellen we wel of niet? Moet de canon worden aangepast?

    Hoe verweven we nationale, Europese en niet-Europese geschiedenis zo dat er voor leerlingen nog een touw aan vast te knopen valt? Hierover lezen we niets. Daarmee wordt het schrijven van het echte onderwijscurriculum voor het vak geschiedenis uitbesteed – waarschijnlijk opnieuw aan het SLO, dat aan de hand van algemeen gestelde Grote Opdrachten (onderwijs draagt bij aan vorming van het wereldbeeld, begrip van diversiteit etc.) en inhoudelijk onbepaalde Bouwstenen kennelijk de cruciale keuzes mag maken. Op gezag van wie?
    Dat is even vreemd als ongewenst.

    Vakvereniging

    Onlangs vierde deze vakvereniging van geschiedenisleraren haar 60ste verjaardag. Ter gelegenheid daarvan werd een speciaal jubileumnummer van het vakblad Kleio aan de koning aangeboden. Hierin stond onder andere een artikel van de vakdidacticus Carla van Boxtel (UvA) waarin zij wees op de lange traditie van de vakdidactiek aan de Nederlandse universiteiten en hogecholen. Over het leerdoelen van het vak, de didactiek, de historische vaardigheden en de manier van examinering: hierover wordt niet alleen al decennia scherp gediscussieerd, er worden ook tal van constructieve voorstellen gedaan. Zo werkt de VGN al tijden aan bijstelling van het huidige curriculum. Van het voorstel Bij de tijd is inmiddels de derde versie verschenen.

    Dit voorstel is veel inhoudsrijker en sluit beter aan bij de tradities die in het vak zijn ontwikkeld dan wat curriuculum.nu heeft gepresenteerd. Helaas staat de VGN – evenals de andere vakverenigingen – aan de zijlijn. Natuurlijk: de verenigingen mogen reageren op de voorstellen van curriculum.nu en uit de passages over historische vaardigheden maak ik op dat er wel iets met de reacties is gedaan. Maar de rollen zouden omgekeerd moeten zijn: curriculum.nu kan veel van de voorstellen van de VGN leren.
    Die conclusie geldt voor meer vakverenigingen. De verenigingen voor leraren wiskunde, Nederlands, economie: ook zij doen tal van voorstellen en hebben de facto het nakijken.

    Verkeerde werkwijze

    De Onderwijsraad heeft recent de werkwijze van Onderwijs32 en Curriculum.nu bekritiseerd. Nu lijkt het erop dat een ad hoc ingestelde commissie de inhoud van het onderwijs gaat bepalen, wat de vrijheid van scholen en leraren in gevaar brengt. De Raad adviseert een permanente commissie in te stellen die periodiek zorgt voor een herijking van kerndoelen en de curriculumontwikkeling moet monitoren. Dat zou meer ruimte kunnen bieden voor een structurele inbreng van de verschillende vakverenigingen.

    Overigens is het beslist niet zo dat kerndoelen en curriculum al jaren hetzelfde zijn. Periodiek wordt de exameninhoud van vakken aangepast. De kerndoelen voor het basisonderwijs en de onderbouw zijn zo algemeen dat ze veel ruimte voor aanpassingen bieden. Maar, als er een herziening plaatsvindt, dan gebeurt dat te vaak zonder de leraren. Roemrucht is de herziening die Coen Teulings op zijn naam heeft staan voor het vak economie. In zijn ogen had Keynes zijn tijd wel gehad. Dus werd diens macro-economische model uit het lesprogramma verwijderd. Bezwaren van de vakvereniging (VECON) ten spijt. Totdat de kredietcrisis van 2008 iedereen verraste en overheidsbestedingen ineens weer op de internationale beleidsagenda stonden. Het pleit voor Teulings dat hij achteraf hierover zijn spijt heeft betuigd, maar het blijft vreemd dat een enkele bevlogen hoogleraar zoveel invloed op het lesprogramma voor duizenden leerlingen kan hebben.

    Iets dergelijks zien we nu bij de opbrengst van curriculum.nu voor rekenen en wiskunde. Het voorstel om het rekenen met breuken niet meer te onderwijzen op de basisschool heeft nauwelijks draagvlak bij specialisten en leraren.

    Hoe verder?

    Als het aan de minister ligt worden de voorstellen van curriculum.nu als leidraad genomen voor het schrijven van nieuwe lesprogramma’s. Iedereen mag nog tot 11 augustus feedback geven. Een helse klus als iemand echt op alle voorstellen zou willen ingaan. Honderden pagina’s vol wollige teksten, die weinig leesplezier opleveren. Veel jargon, goede bedoelingen, mooie vergezichten: maar per saldo weinig inhoud. Veel te weinig. Groepjes leraren hebben zich verenigd in de commissie boerenverstand en proberen gezamenlijk een reactie te geven. Even afgezien van de kritiek die aanzwelt: wordt er iemand in positieve zin door deze adviezen geïnspireerd?

    Stevenen we af op de onderwijsramp waar Aleid Truijens voor waarschuwt? Daar valt op basis van de huidige stukken geen zinnig woord over te zeggen. Alles zal afhangen van de uitwerking. En wie gaat dat doen? Wat is de rol van de vakverenigingen bij het vervolg? Mijn advies: zie de opbrengst van curriculum.nu als een bouwsteen, een verkenning, tuig een permanente curriculumcommissie op zoals de Onderwijsraad heeft geadviseerd en veranker hierin de medezeggenschap van verenigingen van leraren en wetenschappelijke vakdidactici zodanig dat curriculum (en toetsing daarvan) meer (en weer) iets van de leraren zelf wordt. Jarenlang geruzie over een nieuw, opgedrongen curriculum: dat zou inderdaad de zoveelste onderwijsramp zijn die de toch al noodlijdende beroepsgroep geen goed doet.