Wat motiveert leerlingen?

    0
    1939

    Er zijn drie vormen van motivatie: 

    1. Demotivatie (Gebrek aan motivatie)
    2. Extrinsieke motivatie (Motivatie uit gehoorzaamheid, zelfcontrole, interne beloningen of persoonlijk belang)
    3. Intrinsieke of autonome motivatie (Werkelijk interesse hebben, genieten, bevrediging van behoeften)

    Het gevoel van welbevinden is het grootst bij intrinsieke of autonome motivatie. 

    Wat heeft iemand nodig voor autonome motivatie?

    • Een gevoel van competentie
    • Een gevoel van autonomie
    • Een gevoel van sociale verbondenheid (relatie)

    1. Competentie:

    • Je bekwaam voelen
    • De dingen aan kunnen die je doet
    • Belangrijk vinden wat je doet
    • Dingen die je doet, niet te makkelijk vinden
    • Niet beoordeeld worden door anderen

     Dit heeft een negatieve invloed op je gevoel van competentie:

    • Over –of onderpresteren
    • Wijze van beoordelen
    • Ontbreken van een gevoel van belang
    • Focus op resultaat i.p.v. op doel
    • Sterke competitie
    • Straffen

    2. Autonomie:

    • Je zelfstandig voelen 
    • Het gevoel dat je dingen uit vrije wil doet 
    • Zelfbeschikking 
    • Zelfsturing 
    • Vrijheid 
    • Zelf doelen kunnen stellen 
    • Vrije sociale interactie

      Dit heeft negatieve invloed op je gevoel van autonomie:

    • Gebrek aan eigen verantwoordelijkheid
    • Afhankelijk van beloningen
    • Gedwongen samenwerking
    • Straf
    • Dwingend tempo
    • Moeten

    3. Sociale verbondenheid:

    • Prettige relaties
    • Veiligheid
    • Vertrouwen
    • Verbondenheid met de mensen om je heen
    • Solidariteit
    • Onderlinge gelijkwaardigheid

    Dit geeft een negatieve invloed op sociale verbondenheid:

    • Macht en ongelijkwaardigheid
    • Straf
    • Beoordelen
    • Competitie
    • Onveiligheid/pesten
    • Afwijkend IQ
    basisbehoeften.large1

    Wat kun je concreet op school doen?

    • Leerlingen zelf doelen laten stellen
    • Gelijkwaardigheid tussen volwassenen en leerlingen creëren
    • Beperken van macht
    • Van resultaatgericht naar procesgericht
    • Zelfbeoordeling invoeren
    • Ruimte voor vrije sociale interactie
    • Zoek en benoem korte-termijn belang, anders dan cijfers