Vraag een leerling niet om een breuk te vermenigvuldigen

    0
    1172

    Leerlingen en studenten worden onderworpen aan allerlei toetsen. Toch daalde het niveau van het basis- en voortgezet onderwijs de afgelopen twintig jaar. Hoe kan dat?

    Hoe staat het met de tafels van één tot en met tien? Die vraagt stelt Henk de Swaan Arons de leerlingen of studenten die bijles bij hem komen volgen. ‘Ik denk dat ik die wel weet’, is dan het antwoord. Maar als hij vervolgens vraagt hoeveel vier keer zeven is, blijft het dikwijls stil. „Ook bij studenten van de economische faculteit.”

    De Swaan Arons is technisch wiskundige. Hij werkte bij de TU Delft en de Erasmus Universiteit Rotterdam, onder meer als hoofddocent. Sinds zijn pensioen in 2005 geeft hij bijlessen. Daar krijgt hij een beeld van het niveau van rekenen en wiskunde. „Dan lijkt dat ontzettend achteruitgegaan.” Al ziet hij, voegt hij toe, natuurlijk niet de beste leerlingen.

    Op tafel in zijn huis in Rotterdam ligt een boekje uit 1930. Een exemplaar uit een serie rekenboekjes voor de lagere school, bedoeld voor de vijfde klas (nu groep 7). Er staan staartdelingen in, sommen met onder elkaar vermenigvuldigen, rekenen met lastige decimale breuken en grote optellingen en aftrekkingen. 457,6 gedeeld door 0,8. 193,81 min 86,27. Tienjarigen konden dit toen zonder grafische rekenmachine. Nu, ziet hij, is rekenen een groot probleem. Hoofdrekenen lukt zijn studenten niet meer, bij de vermenigvuldiging van breuken „kijken ze alsof ze water zien branden”.

    Bijspijkercursussen

    De Swaan Arons staat niet alleen in zijn observatie. Het niveau van het basis- en voortgezet onderwijs in met name rekenen en taal daalt de afgelopen twintig jaar, concludeerde de Inspectie van het Onderwijs afgelopen jaar. De ongelijkheid tussen scholen groeit in Nederland. Vooral de topprestaties worden minder.

    Er is sprake van een soort toetsinflatie: omdat leerlingen de toetsen oefenen en daarom steeds beter scoren, moet Cito vaker de normen naar boven bijstellen. De scholen passen hun lessen daar weer op aan, want de inspectie let op de scores. Leerlingen oefenen de vragen, steeds vaker ook op bijles en onder druk van ouders, waardoor hun niveau weer stijgt.

    Er worden ook oefenmaterialen uitgegeven voor minder goed presterende leerlingen. „Die worden aangeprezen met: aangepast op de nieuwe Cito. Maar op het moment dat je lesmateriaal aanpast, laat je andere lesstof vallen”, zegt basisschoolleraar Marjolein Zwik.

    Maar hebben leerlingen door al die toetsen dan ook meer geleerd? Van methode- en Citotoetsen, naar examens en proefwerken, naar tentamens en tussentoetsen. Niet volgens de internationale vergelijkende tests. In rekenen is daar een gestaag dalende lijn te zien en in het lezen zit geen schot.

    Speciale vaardigheid

    Volgens de bekende Amerikaanse onderwijskundige E.D. Hirsch is het alleen werken aan toetsvragen zelfs de oorzaak van het achteruitgaan van het lezen op de middelbare school, terwijl dat op de basisschool nog zo goed ging. Dat komt volgens hem doordat kennis van het onderwerp is vereist om verder te kunnen met lezen. Die kennis ontbreekt bij veel scholieren. Er bestaat volgens hem geen speciale vaardigheid om zonder achtergrond in het onderwerp het hoofdidee van een tekst op te sporen, zoals nu vaak wordt aangenomen.

    Ook in Nederland zakken de prestaties van vooral middelbare scholieren in internationale tests op het gebied van lezen. Hoogleraar taalbeheersing Van den Bergh merkt op dat er in het voortgezet onderwijs weinig wordt gelezen. „Of dat de oorzaak is, weten we niet. Als ze net beginnen, dan lezen scholieren nog wel wat, maar na een half jaar zijn ze het kwijt. Lezen leer je door het veel te doen. Veellezers zijn goede lezers.”

    De slechte resultaten van een verplichte rekentoets die in 2013 werd ingevoerd om het rekenen in het middelbaar onderwijs te verbeteren, toont dat een enkele test niets verbetert. Omdat de rekenprestaties achteruitgingen, moesten middelbare scholieren de toets vanaf 2013 maken (de toets in de huidige vorm wordt afgeschaft). Maar leerlingen van de havo, het mbo en vmbo bleven er massaal voor zakken. Alleen leerlingen van het vwo slaagden. Daar kwam geen verbetering in, omdat niet was geregeld hoe het onderwijs moest worden verbeterd om leerlingen te laten slagen.

    Waarom taal en rekenen ook in deze tijd van spellingcontrole en rekenmachines nuttig kunnen zijn, laat een anekdote zien die recent op Twitter werd gedeeld. Niels Kalkman werkte als 18-jarige als ‘bezorgbeer’ (een maaltijdbezorger met berenmuts) en kreeg voordat hij naar een klant ging van zijn baas een briefje mee: ‘betaald met 20 euro’. Hij leverde de spareribs af, zonder om geld te vragen, en bij terugkomst was zijn baas boos: hij kon toch lezen? ‘Betaalt met 20 euro’, had er moeten staan.

    Universiteiten en hogescholen klagen al jaren over het gedaalde niveau van studenten. Met bijspijkercursussen en verplichte toetsen in taal, rekenen en wiskunde proberen ze dat op peil te brengen, zodat studenten in staat zijn hun onderwijs te volgen. Op de havo en het vwo is dat onvoldoende gebeurd.

    Hoe kan dat, terwijl leerlingen en studenten aan een keur van toetsen worden onderworpen? Hebben al die proefwerken, examens en volgsystemen dan niet geholpen?

    Toetsinflatie

    „Van al dat toetsen word je beter in toetsen maken”, zegt Van den Bergh. „Toetswijsheid speelt een rol. Bijvoorbeeld dat bij meerkeuzevragen vaak het langste antwoord goed is.”