Voor het eerst voor de klas: ‘Ik heb gejankt en ben gevallen’

    0
    1040

    Vorig jaar was Bas (46) nog manager in de zorg, sinds twee weken staat hij voor de klas. En ook Nicky (28) besloot haar carrière (als cultureel geograaf) vaarwel te zeggen voor het onderwijs. “Het is het zwaarste wat ik ooit heb gedaan. Maar het is het allemaal waard.”

    Het aantal zijinstromers in het onderwijs is de afgelopen tijd fors toegenomen, zegt de Algemene Onderwijsbond (AOb). Exacte cijfers zijn er niet, maar minister Arie Slob van Onderwijs schreef in juli aan de Tweede Kamer dat dit jaar al 1115 subsidieaanvragen voor het zijinstroomtraject waren aangevraagd. Vorig jaar waren dat er in het hele jaar bijna 1000.

    Hoge uitval

    Maar hoewel elke zijinstromer bewust kiest voor het onderwijs, is de uitval onder zijinstromers nog hoger dan onder leraren die de pabo hebben afgerond – bij wie de uitval door de hoge werkdruk ook al hoog is. Lees ook:Dagen geen leraar of met 59 in één klas: dit merken kinderen van het lerarentekort

    Esther Sloots van de AOb: “Mensen die een gewone lerarenopleiding doen, worden vier jaar op het vak voorbereid, onder meer met stages. Als zijinstromer word je gelijk in het diepe gegooid. Ze krijgen minder begeleiding. Je kunt bij hen zeker niet spreken van een rustig inwerktraject.”

    Topsport

    Nicky (lerares van groep 5 op een school in Hilversum): “Toen ik een onderzoeksmaster ging doen, zei iedereen: wat knap van je. Maar dat was zo veel makkelijker dan dit. Het is echt topsport. Je moet met zo veel dingen rekening houden: je geeft elke les in drie niveaus, en dan nog zijn er leerlingen die daarboven of daaronder presteren en dus aanvullende hulp nodig hebben.”

    “En ondertussen kijk je hoe de klas functioneert, hoe iedereen zo goed mogelijk kan presteren, zichzelf kan zijn, zorg je dat ze een veilige omgeving hebben… En dat is alleen nog maar die ene rekenles. Je moet heel veel ballen hooghouden.”

    Vertrouwen

    Nicky begon in februari als zijinstromer, en heeft sinds een paar weken haar eigen klas. “Ik heb genoeg gejankt en geleerd en ik ben gevallen. Het is soms heel pittig. Er zijn kinderen met wie het niet goed gaat, van wie je het vertrouwen niet krijgt. Dan kon ik doen wat ik wilde, maar het had allemaal geen effect. Die kinderen hadden zo vaak een andere leerkracht voor de klas gehad, dat ze dachten: jij bent toch zo weer weg, waarom zouden we naar jou wel luisteren?”

    Wat het traject nog zwaarder maakt, is dat zijinstromers binnen twee jaar hun bevoegdheid moeten halen. Dat betekent dat ze ook zelf de schoolbanken in moeten en in hun ‘vrije’ dagen zelf ook huiswerk hebben.

    Bewuste keuze

    Hoewel ze wisten dat de werkdruk hoog zou zijn, kozen Bas – leraar van groep 8 op een school in Almere – en Nicky bewust voor het onderwijs. Bas: “Ik had met mijn opleiding tot verpleegkundige erbij dertig jaar ervaring in de zorg, waarvan de laatste zes jaar als manager van een gezondheidscentrum. Ik was uitgekeken op het leidinggeven, en mag nog zo’n 25 jaar werken. Ik heb weleens volwassenenonderwijs gegeven, dat vond ik heel leuk. En ik werk heel graag met kinderen. Dus ik dacht: waarom zou ik die twee niet combineren?”

    Dat hij weinig ervaring heeft in het onderwijs, ziet Bas niet als een probleem. “Ik breng wel 46 jaar levenservaring mee, daardoor sta ik stevig in mijn schoenen. En in de zorg is de werkdruk ook hoog, dus ik weet dat ik dat aankan.”

    Kritische ouders

    Nicky merkt wel dat ouders zich soms afvragen of zij het werk aankan. “Die denken: hoe kan dit meisje zonder pabo voor de klas staan? En dat snap ik wel: ze geven hun kind vijf dagen per week aan iemand, die moet je kunnen vertrouwen. En het is geen bezigheidstherapie: het is de bedoeling dat hun kinderen een leercurve doormaken. Dan moet er wel iemand staan die hun kind daarmee kan helpen.”

    “Maar ik zie ook dat ouders zich heel erg realiseren dat het lerarentekort echt heel groot is en dat ze blij moeten zijn dat er überhaupt iemand voor de klas staat. Inmiddels zien veel ouders dat ze aan het eind van de dag een blij kind terugkrijgen, dat is toch het belangrijkst.” Lees ook:Scholen zitten ondanks lerarentekort nauwelijks op zijinstromer te wachten

    Begeleiding

    Veel scholen schrikken terug voor de begeleiding die zijinstromers nodig hebben. Zij hebben al een lerarentekort, en moeten dan ook nog capaciteit inzetten om nieuwe leraren op weg te helpen.

    Ellen van den Boogert, hoofd p&o van een stichting van scholen in Hilversum: “De bezetting van veel scholen is net voldoende om de school goed draaiende te houden. We willen heel graag meer mensen en daar is dit op termijn een oplossing voor, maar we moeten ook bedenken: waar halen we de tijd vandaan om deze mensen goed te begeleiden? Een zijinstromer vraagt twee jaar lang veel tijd.”

    Bas en Nicky zijn vastbesloten: ze willen allebei hun opleiding afmaken en in het onderwijs blijven werken. Nicky: “Ik heb nog geen dag gehad waarop ik ‘s morgens opstond en dacht: getver, ik heb helemaal geen zin – hoewel ik vroeg op moet. Bij andere banen had ik die dagen altijd wel. Dat zegt heel veel. Ik zit echt op mijn plek.”