Veel vakantie, een leuk salaris: ooit was leraar een beroep om jaloers op te zijn

    0
    1087

    In januari gaan de scholen twee dagen staken. Uniek. Het tekort aan leraren is dan ook enorm. Stagiaires vullen de gaten. Juf Aletta – al 34 jaar met hart en ziel voor de klas – houdt het hoofd maar net boven water. Maar hoe komen we aan nieuwe Aletta’s?

    Zelfs juf Aletta, die haar beroep na 34 jaar nog altijd heerlijk vindt, breekt het zweet af en toe uit. ,,Dan hoor ik op het Journaal dat de basisschool er weer iets bij moet doen en denk ik; hoe dan? Wanneer? En door wie? Ik krijg het nu al nauwelijks voor elkaar.’’

    De 54-jarige juf van groep 8 van ‘SOL Admiraal’ in de Zuid-Hollandse gemeente Hendrik-Ido-Ambacht dreunt in één adem wat extra taken op. ,,Dat kinderen gezonder moeten ontbijten. Dat ze alles weten van milieuvervuiling. Dat ze zich veiliger gedragen in het verkeer. Dat ze leren tandenpoetsen. Dat ze begrijpen hoe sociale media werken. Dat ze meer boeken lezen. Dat ze meer bewegen.’’

    Wat was het anders toen ze in 1985 aan de Pedagogische Academie in Rotterdam afstudeerde. Toen ging het nog om rekenen en schrijven, toen had het beroep nog status en was er geen tekort maar een overschot. Sterker: iedereen wilde wel zo’n baan als leraar. Robert Sikkes (hoofdredacteur van Onderwijsblad van vakbond AOB): ,,Veel vakantie, een leuk salaris: ooit was het een beroep om jaloers op te zijn.’’

    Meer druk, minder aanzien

    Nu is de reputatie van leraren op de basisschool op de statusladder van plek 42 naar 69 gekelderd, kampt bijna een kwart met burn-outklachten, worden leerlingen naar huis gestuurd, staan er stagiaires en onbevoegden voor de klas, moet de 16e Montessorischool in Amsterdam zelfs dicht en wordt voor 2028 een tekort van ruim 10.000 leraren voorspeld. Het is inmiddels de vraag der vragen. Hoe komt Nederland, dat zich graag plechtig ‘een kennisland’ noemt, nog aan leraren?

    Op die ‘hoe’-vraag is volgens de meesten maar één antwoord: geld. Er moet gewoon geld bij. Veel meer geld. Want het startsalaris op de basisschool is best oké maar op den duur zit er nul groei in. Rinda den Besten (voorzitter van de PO-Raad, koepel van schoolbesturen): ,,Vooral voor mannen is dat reden om af te haken.’’

    Werkgevers en bonden eisen er fors wat bij: 19 procent, zodat die vermaledijde salariskloof met de middelbare school eindelijk weg is. En, ja, Den Besten van de PO-Raad begrijpt dat dit geld er niet in één keer is. ,,Maar het zou al schelen als het kabinet zegt dat eraan gewerkt wordt, dat het verschil stap voor stap wordt overbrugd.’’

    Zwalkend beleid

    Het onderscheid tussen middelbaar- en basisonderwijs is juf Aletta een doorn in het oog. ,,Alle leraren zijn op hun eigen manier goed in wat ze doen, dus waarom de een meer betalen dan de ander?’’ Ze weet het wel: de een noemt zich ‘docent’, de ander is ‘maar’ juf. ,,Op de middelbare school heb je meer aanzien en meer salaris: oneerlijk.’’

    Zelf begon Aletta in de gebruikelijke loonschaal tien, bereikte na vijftien jaar haar limiet en maakte vier jaar geleden een stap naar schaal elf. Inmiddels verdient ze voor vier dagen werk maandelijks 3382 euro bruto. Daarmee redt ze het wel, met een man die vier dagen in het voortgezet speciaal onderwijs werkt en twee studerende kinderen. ,,Het geld zelf is voor mij ook nooit het belangrijkste geweest. Onderwijs is natuurlijk een roeping.’’

    ‘Zwalkend’. Zo typeert hoofdredacteur Sikkes het rijksbeleid. ,,Steeds weer zeggen dat het onderwijs belangrijk is maar er toch niet genoeg geld voor vrijmaken.’’ Zo reserveert onderwijsminister Ronald Plasterk in 2008, na de presentatie van het reddingsplan ‘Leerkracht!’ onder leiding van D66-coryfee Rinnooy Kan, een miljard euro, maar verdampt dat in de crisisjaren. Als de rookwolken optrekken, is het basisonderwijs er zelfs bij ingeschoten: 1,5 miljard.

    Zak geld

    Fel tegen het Binnenhof te keer gaan, zoals de boeren? Dat is volgens Frank Cörvers (hoogleraar ‘demografische transitie, menselijk kapitaal en werkgelegenheid’ in Maastricht) niks voor ‘deze hele brave beroepsgroep.’ Logisch, vindt Sikkes. ,,Een leraar voedt kinderen op tot goede burgers. Dan moet hij toch niet rellen, het Malieveld omploegen, de wegen blokkeren?’’

    Om meer mensen het onderwijs in te krijgen is een zak geld volgens voorzitter Petra van Haren (Algemene Vereniging Schoolleiders AVS) sowieso niet genoeg. Het moet ook makkelijker worden om carrière te maken. ,,In het middelbaar onderwijs kan je doorgroeien maar op de basisschool ben je er met promotie tot Intern Begeleider of directeur wel zo’n beetje.’’

    Dat ene deltaplan van Rinnooy Kan tegen het lerarentekort komt met een idee: de ‘functiemix’. Meer functies, meer schalen, meer loon. In de praktijk komt er weinig van omdat er beperkt budget is en scholen hun geld sowieso liever anders besteden. En misschien passen de loonverschillen ook niet bij het basisonderwijs, filosofeert Walter Dresscher, oud-voorzitter van vakbond AOb. ,,Daar heerst een gevoel: iedereen is gelijk.’’

    Fikse hervorming

    Misschien is carrière maken pas mogelijk na een fikse hervorming, oppert Den Besten. Ze ziet wel wat in het idee van de Onderwijsraad om iedereen eerst tot ‘basisleraar’ te scholen en daarna specialisaties te laten doen. ,,Dan kan je makkelijker een jobswitch van bijvoorbeeld gymnasium naar groep 8 maken.’’ Bij zo’n hervorming hoort wel een basissalaris. ,,Anders maken leraren die overstap nooit.’’

    Juf Aletta heeft wel eens een stap naar de middelbare school overwogen maar vond haar huidige werk ‘gewoon te leuk’. ,,Het is heerlijk om zo’n heel jaar een band met de kinderen op te bouwen en alle vakken te geven. Ik ben ook gewoon blij met de school waar ik nu zit: het gras is elders misschien niet zo groen.’’ Aletta heeft zich wel in hoogbegaafdheid gespecialiseerd, waardoor ze één sprong op de salarisladder maakte. Daarover praten is op school overigens not done. ,,Misschien omdat het een beetje een softe sector is waarin mensen het niet eerlijk vinden als de een meer verdient? Iedereen werkt er immers hard voor.’’

    Om meer mensen te trekken moet de baan van juf en meester volgens oud-vakbondsman Dresscher ook weer leuker worden. In de zin van: minder stress, minder bureaucratie, minder gedoe. ,,Mensen kiezen dit beroep natuurlijk primair om iets voor kinderen te betekenen en als dat ondersneeuwt raken ze zwaar teleurgesteld.’’ Tot zijn verdriet zag hij de leraar van ‘kleine zelfstandige’ transformeren naar ‘een werknemer in een bijna industrieel proces vol regeltjes’.

    Plannen, plannenBegin er bij juf Aletta niet over. ,,Ik hoor mensen nog wel eens zeggen: oh, die juffen, die zijn lekker ’s middags al klaar. Weten zij veel dat ik soms tot half twaalf ’s avonds bezig ben? En dan niet alleen met lessen voorbereiden en evalueren, maar met, jawel, de administratie. Handelingsplannen, groepsplannen, actieplannen, verslagen schrijven. Er moet meer en meer vastgelegd.’’ En van elk kind moet er een dossier zijn uiteraard, omdat de inspectie en de ouders steeds kritischer meekijken.

    Het strijdplan van 2008 schrijft optimistisch over ‘verlichting van werkdruk’ en ‘een betere verhouding tussen lesgevende en niet-lesgevende taken’ maar in de praktijk komt er niks van. Sterker: leraren krijgen er meer en meer taken bij omdat de politiek altijd maar naar de basisschool kijkt om kinderen te (her-)opvoeden.

    Zo’n ingrijpende verandering als de wet Passend Onderwijs in 2014 voert de druk nog eens op. Ook kinderen die extra zorg nodig hebben moeten nu zoveel mogelijk naar een ‘gewone’ school. Hoogleraar Cörvers: ,,Dat was een heftige ingreep. Alle leraren moesten leren schakelen tussen verschillende leerlingen met verschillende behoeften.’’

    Veeleisende ouders

    Ook juf Aletta moet dealen met kinderen die ‘zich moeilijk in een grote groep staande kunnen houden’. ,,Kinderen met paniekaanvallen. Kinderen die opeens exploderen. Kinderen die weglopen, waarvan je denkt: ik zou er het liefst achteraan gaan, maar ik heb een klas van 28 kinderen. En dan kies je niet voor die ene, maar voor de andere 27. Dat is heel moeilijk.’’

    Juf Aletta herinnert zich nog de tijd dat ze tijdens de les een blaasje kon nemen, ‘even relaxed in de deuropening met een collega overleggen’. Nu staat ze de hele dag áán en is om half vier uitgeput.’’ Wat helpen zou: een kleinere klas. ,,Ik heb er nu 28, sommige collega’s meer dan 30 en dat is met het Passend Onderwijs echt pittig. In het verleden had ik er wel eens 21, heerlijk!’’

    De veeleisende ouder, type Ursula uit De Luizenmoeder, maakt het leven van een leerkracht er ook niet eenvoudiger op. Van Haren: ,,Ouders verwachten steeds meer van de school. Een prachtige kerstviering, de ene sint nog mooier dan de andere, Pasen, de musical. En, ja, als er een vierdaagse is moet de school natuurlijk meedoen.’’

    Soms gedragen die ouders zich zelfs agressief, zoals ook juf Aletta weet. ,,Het is me helaas wel eens overkomen dat ouders als een soort vijand tegenover me zaten. Dat ze me afblaften. Zeiden dat ik van niks wist en slecht lesgaf. En dat kind er dan met grote ogen naast: ‘o, wat zeggen mijn ouders nou’. Echt akelig.’’

    Fins voorbeeld

    Een door de wol geverfde juf als Aletta is behoorlijk opgewassen tegen dit soort spanningen, maar jongere collega’s worstelen ermee. En daar ligt een schone taak voor de lerarenopleidingen, vindt Van Haren. Het niveau van die opleidingen kan beter. Ze verwijst naar Finland waar je zelfs voor de kinderopvang een masteropleiding nodig hebt. ,,Daar staat het beroep in hoog aanzien omdát je er veel voor moet doen en kunnen.’’

    In de praktijk fluctueert de kwaliteit van de pabo en, vooral, de kwaliteit van de pabostudent nogal. In tijden van personeelstekort is het al snel: toelatingseisen omlaag, dan komen er genoeg studenten. Zo openen pabo’s de poort niet alleen voor havisten en vwo’ers maar ook voor mbo’ers met een diploma sociaal pedagogisch werk.

    Volgens Dresscher was het verhaal dat die studenten ‘zo goed met kinderen waren’. Hij was faliekant tegen, net als Van Haren. ,,We kregen te maken met afgestudeerden die niet eens foutloze sollicitatiebrieven schreven.’’

    Toelating

    In 2014/15 kwamen er strengere toelatingseisen waardoor – jawel – het aantal studenten weer daalde en er nu opnieuw discussie is of het niet allemaal té strikt is. Ook Den Besten vraagt zich af of er door die toets niet te veel geschikte kandidaten afvallen. ,,We kunnen onderzoeken of studenten die het nodig hebben het gewenste hoge eindniveau ook halen met extra begeleiding. Want de kwaliteit van de leraar voor de klas moet hoe dan ook goed zijn.’’

    Ja, er gebeurt wel eens iets waar juf Aletta van op kijkt. Zo zond een van haar vorige collega’s eens een brief vol taalfouten naar de ouders rond. ,,Toen dacht ik wel: laat dat even controleren voor je die de deur uitdoet.’’ Maar dat continue gevit op leraren? Dat slaat nergens op. ,,In elk beroep heb je goede en minder goede. Geen reden om denigrerend over alle leraren te doen.’’

    Meer werken

    Eén oplossing voor het personeelstekort is op het oog doodsimpel: alle parttimers (iets) meer laten werken. De basisschool is parttimeland bij uitstek: 15 procent werkt 2,5 dag of minder per week en 40 procent werkt 2,5 tot 4 dagen per week. Dus, roept ook Arie Slob, de huidige minister van Basis- en Voortgezet Onderwijs, is het probleem niet opgelost als iedereen meer uren draait?

    Nee, zegt Den Besten. ,,In de gemeenten waar het tekort het grootst is, maken parttimers al veel uren. Zo werkt de gemiddelde leraar in Amsterdam 32 uur.’’ Bovendien: het parttimewerk maakt het onderwijs juist fijn. Het is, zo onderstreept oud-vakbondsman Dresscher ook ‘een reden’ voor het onderwijs te kiezen.

    Van parttime- naar fulltimewerk vraagt ook om een cultuuromslag en dat is in Nederland, waar deeltijdwerk een groot goed is, gewoon lastig. Hoogleraar Cörvers: ,,We hebben ons hele leven op deeltijdwerk ingericht. Dat verander je niet zo snel.’’

    Salarissprong

    Toch gaan sommige leraren, als ze een forse salarissprong maken, volgens hem misschien best akkoord met meer werk. ,,Ik heb al eens gepleit voor een stevige bonus als een leraar boven de dertig uur werkt. Of er een vijfde werkdag bij neemt. Volgens het ministerie van Onderwijs is dat ‘discriminerend’, maar waarom? Een onderbouwing heb ik nooit gezien.’’

    Meer dagen werken dan vier? Juf Aletta piekert er niet over. ,,Ik gebruik de vrijdag, mijn ‘vrije’ dag, vaak voor school. Voor de administratie, omdat ik daar doordeweeks soms geen puf meer voor heb. Voor de voorbereiding voor de plusklassen: ik ga regelmatig naar de bieb, lees vakliteratuur, zoek naar origineel lesmateriaal.’’

    Ze beseft dat er na haar pensioen misschien nog een beroep op haar wordt gedaan. ,,Ik was negentien toen ik begon, dus met 66 vind ik het eigenlijk wel mooi. Ik wil met mijn man nog reizen en wie weet heb ik tegen die tijd kleinkinderen. En ik moet sowieso nog best een stukje hè. Anders dan de generatie van mijn vader. Die mocht al met 58 stoppen.’’

    Zei ze ‘moet’? Ze bedoelt ‘mag’. Want, oh, als ze denkt aan de vele ‘wow-momenten’ in haar lange loopbaan. ,, Ja, er is van alles veranderd maar ik geniet nog altijd enorm van mijn werk. Van het gevoel dat je als leraar een verschil maakt. Zo’n jongen die aan het begin van het schooljaar niet eens voor de klas durft te staan voor een spreekbeurt en dan aan het einde een hoofdrol in de musical speelt.’’

    Ze heeft haar bestemming 34 jaar geleden goed gekozen: leraar zijn is het mooiste beroep. Maar wat jammer dat niet iedereen dat meer zo ziet.