Tips: Reflectiegesprekken voeren

    0
    961

    Het voeren van een reflectiegesprek waarin een leerling samen met jou reflecteert op zijn proces tijdens de uitvoering van een thema is een vak apart. Het staat of valt met het stellen van de juiste vragen. Als je een goede vraag stelt, wil dat echter niet per definitie zeggen dat die vraag ook het beoogde effect heeft. Het is cruciaal om een goede vraag op het juiste moment te stellen.

    Zorg voor een duidelijke en veilige start

    • Een goede voorbereiding is het halve werk. Het is dan ook erg belangrijk om het door de leerling ingeleverde zelf evaluatieformulier, het door een medeleerling ingevulde evaluatieformulier, de beoordeling van de betrokken docent(en) en de door de leerling gemaakte agenda voor het gesprek van te voren goed door te nemen. Je kunt dan alvast enkele vragen voorbereiden.
    • Bij het voeren van een goed gesprek is het voor alle partijen belangrijk dat er een ontspannen sfeer is. Een goed gesprek begint dan ook liefst met iets dat niet erg relevant is. Over koetjes en kalfjes of een onderwerp dat op dat moment voor de leerling relevant is (het weer, de hitte, een ziektegeval in de familie etc).
    • Een volgende stap in het gesprek is het formuleren van het doel van het gesprek. Wat komen we hier nu eigenlijk doen? Weet je wat reflectie is? Wat is het doel van dit gesprek, denk je? Waarover gaan we het nu hebben? Bespreek in deze fase de agenda die de leerling heeft gemaakt. Vul deze eventueel samen aan.

    Het is erg belangrijk om een duidelijke gespreksstructuur aan te geven (een kop en een staart). Een goed voorbeeld is ‘de chronologie van de tijd’. Laten we dit gesprek beginnen bij het begin van deze opdracht/het thema: Waar ben je aan het begin van deze opdracht/het thema mee begonnen?

    Stel open vragen

    Zorg dat je openingsvragen een open karakter hebben. Een leerling kan met deze vragen alle kanten op. En dat is ook precies de bedoeling! Bij een gesloten vraag kun je hooguit iets als ja/nee of leuk/niet leuk als antwoord verwachten.

    Enkele voorbeelden van gesloten vragen, die ondanks de goede bedoelingen toch vaak een negatief of een sociaal wenselijk effect hebben:

    • Vond je deze opdracht/het thema leuk?
    • Ben je zenuwachtig?
    • Ging het goed?
    • Vind je dat je aan alle eisen (van deze opdracht/het thema) hebt voldaan?
    • Vind je dat je deze opdracht/het thema goed hebt uitgevoerd?
    • Heb je een idee waarom dat (de uitgevoerde handeling) niet lukte?

    Stel dus open vragen! Voorbeelden zijn:

    • Hoe ging het?
    • Wat heb je geleerd tijdens deze opdracht/het thema?
    • Hoe heeft dit thema je geholpen bij wat je na het VMBO gaat doen? 

    In de leidraad bij dit document vind je voorbeelden van open vragen die je kunt stellen tijdens het voeren van een reflectiegesprek. 

    Vermijd valkuilen tijdens het voeren van het gesprek

    • Een goede voorbereiding is het halve werk. Het succes van een reflectiegesprek vaak te danken aan een goede voorbereiding. Het is cruciaal dat je weet wat je aan de leerling gaat vragen. Bij een onvoldoende voorbereiding is de docent vooral druk bezig met bladeren en wordt er maar met een ‘half oor’ geluisterd. Door een onvoldoende voorbereiding van de docent kan een leerling erg onzeker worden. Dit kan leiden tot een (onterecht) slecht eindresultaat. Wanneer je goed bent voorbereid, is het eenvoudiger om goed te luisteren. Hierdoor haalt je veel meer informatie (reflectie) uit het gesprek. Daarnaast is het gesprek zelf minder vermoeiend en ten slotte zijn de leerlingen meer tevreden over het verloop van het gesprek!
    • De draad kwijt. Tijdens het gesprek kan het zomaar voorkomen dat je als docent de draad kwijtraakt. Er valt een stilte en je bent even de weg van het gesprek kwijt. Daarom kan het handig zijn om samen met een collega het gesprek te voeren. Je kunt elkaar dan tijdens het gesprek aanvullen. Zorg er ook voor dat je altijd deze leidraad erbij hebt, zodat je met een nieuwe vraag de draad weer kunt oppakken.
    • Tegenvraag van de leerling. Slimme of handige leerlingen stellen tegenvragen, zoals ‘Wat bedoel je precies?’ of ‘Bedoel je A of B?’. Deze tegenvragen zijn op zich heel goed, maar worden door sommige leerlingen ook toegepast om op een handige manier het antwoord op de door jou gestelde vraag te ontwijken. Natuurlijk ben je best in staat de tegenvraag beantwoorden, maar als alternatief kun je ook de leerling uitdagen om zelf een interpretatie te geven van de gestelde vraag. Bijvoorbeeld:’Wat denk je dat ik met die vraag bedoel?’.
    • Terugvallen in een oud patroon. Het is goed voor te stellen dat de gesprekstechnieken die je al lang toepast, soms in de weg zitten. Bij het voeren van een reflectiegesprek is het erg belangrijk dat je in staat bent (en bereid bent) je in te leven in de context van deze opdracht/het thema en in de wereld van de leerling. Hierbij is het belangrijk dat je open staat voor het verhaal van de leerling èn dat je de leerling serieus neemt.
    • Op zoek naar het ‘goede’ antwoord’. Je hebt de neiging om op zoek te gaan naar het ‘goede’ antwoord bij de leerling. Dat is het antwoord dat je (als docent) zelf in je hoofd hebt. Tijdens een reflectiegesprek gaat het er niet zozeer om wat het ‘goede’ antwoord is, maar hoe de leerling zijn antwoord kan motiveren en onderbouwen.
    • Te lange inleiding. Soms heb je een inleiding nodig voordat je een vraag stelt. Houd deze inleiding kort. Stel daarna de vraag. Een te lange inleiding zorgt ervoor dat de samenhang tussen inleiding en vraag verdwijnt. Het resultaat kan dan zijn dat de leerling de gestelde vraag niet begrijpt.
    • Je bent als docent teveel aan het woord. Het is bij het reflectiegesprek de bedoeling dat de leerling praat en niet de docent. Houd die verhouding goed in de gaten. De belangrijkste taken van de docent zijn: goed luisteren, de juiste vragen stellen en delen van het gesprek steeds kort samenvatten.

    Het is niet erg als je na het stellen van een vraag even zwijgt. Deze stilte geeft de leerling de gelegenheid om de vraag te verwerken en na te denken over het antwoord. Vaak wordt er na het stellen van een vraag al weer direct een vervolgvraag gesteld die de eerste vraag moet verduidelijken of aanscherpen. Zo’n vervolgvraag werkt bij de leerling meestal averechts.

    Leidraad voor het reflectiegesprek

    Opening

    • Hoe vond je deze opdracht/het thema gaan?
    • Hoe ging het?
    • Wat vond je leuk aan dit thema?
    • Wat heb je allemaal gedaan tijdens deze opdracht/het thema?
    • Wat is volgens jou de bedoeling van dit gesprek?

    Proces

    • Hoe zijn jullie met deze opdracht/het thema begonnen?
    • Wat versta jij onder ‘samenwerken’?
    • Wat hebben jullie toen gedaan? Waarom zo?
    • Hoe ging de samenwerking binnen jullie groepje?
    • Als je het ergens niet mee eens was, hoe vertelde je dat dan aan de anderen in je groepje? En hoe reageerden zij daarop? Wat vind je van die manier?
    • Hoe ga je thuis met meningsverschillen om? Hoe kun je dat tijdens een thema doen?
    • Hoe zou je het de volgende keer anders willen doen?
    • Wat zou je anders willen doen?
    • Wat heb je geleerd tijdens deze opdracht/het thema?
    • Hoe kwam je erachter dat deze opdracht/het thema niet zo geslaagd was?
    • Wat vond je tijdens deze opdracht/het thema heel goed gaan? Waar kwam dat door, denk je?
    • Wat vond je tijdens deze opdracht/het thema niet goed gaan? Waar kwam dat door, denk je?
    • Waar wil je nog meer over leren ?
    • Waar wil je aan werken tijdens het volgende thema?
    • Wat moeten wij (de organisatie) bij het volgende thema anders doen?