Scholen bepalen zelf of ze zzp’ers inhuren, niet minister

    0
    244

    Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het aanstellen van uitzendpersoneel en andere flexibele krachten, in overeenstemming met wat daarover is afgesproken in de cao. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen van het CDA.

    De vragen waren afkomstig van huidig Tweede Kamerlid en oud-vakbondsman Michel Rog. Hij wilde van de minister uitleg over het toegenomen aantal zzp’ers in het onderwijs.

    Directe aanleiding voor zijn vragen was het Telegraaf-bericht Dure zzp’er rukt op in scholen. In dat bericht staat niet alleen dat zzp’ers duur zouden zijn, maar ook dat ze wel de lusten van het vak van leraar willen, maar niet de lasten. Die bewering kwam uit de mond van voorzitter Petra van Haren van de schoolleidersvakbond AVS.

    Slob relativeert Telegraaf-bericht

    De minister zet in zijn antwoorden het Telegraaf-bericht in een relativerende context. Hij benadrukt dat de groei van het aantal zzp’ers waarover de Telegraaf schreef, betrekking heeft op álle sectoren, inclusief autorijscholen. Ook blijkt dat de meeste zzp’ers in het onderwijs niet leraar zijn, maar ondersteuner. Als voorbeelden noemt Slob administratiespecialisten, maatschappelijk werkers en IT’ers.

    Op de vraag of zzp’ers duur zijn, zoals de Telegraaf beweert, kan de minister geen goed antwoord geven. Dat komt doordat scholen in hun salarisadministraties de kosten voor het inhuren van zzp’ers niet specificeren. Hij kan wel aangeven hoeveel geld scholen in 2018 in totaal besteedden aan personeel dat niet in loondienst was. In het PO was dat 377 miljoen euro (4,2 procent van de personeelslasten) en in het VO 266 miljoen euro (3,8 procent van de personeelslasten).

    Scholen gaan over inhuur zzp’ers

    Op de vraag van Rog of scholen het inhuren van flexibel personeel moeten beperken, antwoordt Slob dat niet hij, maar de scholen daarover gaan. ‘Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het aanstellen van uitzendpersoneel en andere flexibele krachten, in overeenstemming met wat daarover is afgesproken in de cao’, aldus de minister.

    Hoewel hij er niet over gaat, vindt Slob het wel een goede zaak dat schoolbesturen gezamenlijk afspraken maken over de inschakeling van uitzendbureaus. ‘Dat zie ik ook terug in de (nood)plannen voor het lerarentekort van bijvoorbeeld de gemeenten Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.’ Wat hem betreft zouden deze afspraken ook betrekking kunnen hebben op het inhuren van zzp’ers.

    ‘Zzp’ers niet duurder’

    Magazine Naar School! van VOS/ABB besteedde vorig jaar uitgebreid aandacht aan de opkomst van zzp’ers in het onderwijs. In het artikel Zzp’er in het onderwijs. Kans of risico? komen onder anderen de zzp’ende docenten Arthur Krijgsman en Tineke de Jong aan het woord.

    Zij herkennen zich niet in het beeld dat ze wel de lusten, maar niet de lasten van het vak zouden willen. ‘Vergaderingen en rapportgesprekken: daar lopen wij niet voor weg, die doen wij ook’, zeggen ze. Beiden benadrukken bovendien dat hun manier van werken het schoolbestuur geen extra geld kost: ‘Wij krijgen geen vakantiegeld, geen pensioenrechten, en betalen zelf onze nascholing en onze belastingaanslag. Per saldo zijn wij ongeveer even duur als een vaste leerkracht.’