Ruim 7,5 miljoen euro voor aanpak laaggeletterdheid

0
0

Meer dan 400 werkgevers, scholen, bibliotheken en andere organisaties gaan dit jaar aan de slag met het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid. In totaal krijgen zij hiervoor ruim 7,5 miljoen euro vanuit de subsidieregeling Tel mee met Taal 2021-2024. De toekenning van de subsidies is eind mei bekend gemaakt.

Vanuit het actieprogramma Tel mee met Taal worden jaarlijks subsidies toegekend om laaggeletterdheid aan te pakken. Dit gebeurt dit jaar in drie categorieën:

Werknemers. Werkgevers ontvangen subsidie om laaggeletterde werknemers scholing aan te bieden op het gebied van taal, rekenen of digitale vaardigheden.

Ouders. Bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven of bibliotheken krijgen subsidie voor het verbeteren van een educatief thuismilieu, de educatieve samenwerking tussen ouders en school en het verbeteren van (digitale) geletterdheid van ouders.

Praktijkgerichte experimenten. Deze nieuwe categorie is gericht op experimenten waardoor laaggeletterde personen beter bereikt kunnen worden en begeleid kunnen worden naar cursussen, of voor experimenten die de kwaliteit van de cursussen kunnen verbeteren.

Nieuwe subsidieronde voor werkgevers

Werkgevers kunnen dit jaar nog een subsidie aanvragen voor de aanpak van laaggeletterdheid. Van 1 tot en met 30 juni kunnen zij hun aanvraag indienen. Op de website van Tel mee met Taal staat hoe dit werkt. Voor de experimenten en de projecten gericht op ouders is de subsidieronde in 2021 voorbij. Begin 2022 start voor deze categorieën een nieuwe aanvraagronde.

Tel mee met Taal

Tel mee met Taal is een actieprogramma van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het doel van het programma is zorgen dat zoveel mogelijk mensen over voldoende basisvaardigheden beschikken, om volwaardig mee te kunnen doen in onze samenleving.

Lees verder op Rijksoverheid.nl