Passend onderwijs faalt en het geduld met minister Slob raakt op

    0
    672

    Minister Arie Slob moet haast maken met het verbeteren van de Wet passend onderwijs. Dat vinden Tweede Kamerleden. Want het gaat nog te vaak mis. Kinderen belanden tussen wal en schip en ouders staan vaak machteloos.

    De Tweede Kamer vindt Onderwijsminister Slob te afwachtend. De bewindsman wil wachten op de eindevaluatie van passend onderwijs volgend jaar, voordat hij aanpassingen gaat doen. Maar vrijwel alle partijen in de Kamer vinden dat dat te lang duurt. “Minister Slob zit er nu 1,5 jaar, de evaluatie is pas over 1 jaar. Wat heeft hij dan na 2,5 jaar gedaan op dit gebied?”, vraagt Paul van Meenen van D66 zich af. “Slob doet onvoldoende”, vindt ook PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul. “Zoals hij nu bezig is gaat hij de problemen niet oplossen.”

    Aantal thuiszitters neemt toe

    Kamerleden zeggen nog altijd overstelpt te worden met e-mails van wanhopige ouders wier kind vastloopt op school of zelfs uitvalt. Voor leerkrachten leidt het systeem juist tot een hogere werkdruk. Ze klagen over bureaucratie, grote klassen en leerlingen die ze niet de nodige ondersteuning kunnen bieden. Intussen raakt de ambitie in het Regeerakkoord om het aantal thuiszitters fors te beperken steeds verder uit zicht. Het aantal kinderen dat langer dan 3 maanden thuis zit steeg de afgelopen jaren alleen maar. Vorig schooljaar ging het om ruim 4.400 leerlingen. 4 jaar eerder waren dat er nog 3.200.INFO

    Wat is passend onderwijs?

    Met de invoering van passend onderwijs in augustus 2014 ging de zorg voor leerlingen met extra onderwijsbehoeften op de schop. De belangrijkste veranderingen:

    • Zorgleerlingen moesten vaker op reguliere scholen terecht kunnen. Dat zou de groei van het (dure) speciaal onderwijs moeten afremmen.
    • Het aantal langdurige thuiszitters moest fors naar beneden.
    • De ondersteuning voor leerlingen met extra onderwijsbehoeften moest eenvoudiger en minder bureaucratisch worden.
    • Scholen kregen een zorgplicht: voor elke leerling die zich bij hen aanmeldt moet een ‘passende’ plek worden gevonden. Dat hoeft niet per sé de school van aanmelding te zijn, maar kan ook een andere school zijn binnen de regio.
    • Met passend onderwijs verdween ook de leerlinggebonden financiering, ook wel bekend als het ‘rugzakje’. Voortaan gaat het geld naar 150 zogeheten Samenwerkingsverbanden, waarin alle schoolbesturen in een regio vertegenwoordigd zijn. Het Samenwerkingsverband verdeelt het geld weer over de scholen. In vijf jaar tijd hebben de samenwerkingsverbanden een financiële reserve opgebouwd van meer dan 250 miljoen euro. Daarop is veel kritiek.

    Volgens Kamerleden verdwalen veel ouders nog steeds in een bureaucratisch doolhof als hun kind op school vast loopt. “Ouders kloppen overal aan, gaan van kastje naar de muur en vragen mij om advies wat ze moeten doen”, zegt Lisa Westerveld van GroenLinks. “En het erge is: ik weet het zelf vaak ook niet.” Westerveld pleit voor een laagdrempelig loket waar ouders maar ook scholen terecht kunnen voor een gedegen en onafhankelijk advies. Volgens SP-Kamerlid Peter Kwint zou zo’n instantie een soort ombudsfunctie moeten krijgen en bij conflicten tussen ouders en een school ook een bindende uitspraak moeten doen over een passende oplossing.

    Inspectie moet harder optreden

    Beide partijen willen ook dat de Inspectie harder gaat optreden wanneer een school zich niet aan de regels houdt, bijvoorbeeld wanneer een leerling op onrechtmatige wijze wordt uitgeschreven, zoals de Amsterdamse scholiere Anna en de Texelse leerling Wen Long overkwam. “Ik zou zeggen: de school moet een boete krijgen en misschien ook nog wel opdraaien voor het particuliere onderwijs dat ouders moeten inkopen”, zegt Kwint. “Ik begrijp niet dat je als inspectie constateert dat de school onrechtmatig handelt en het daar dan bij laat.”

    Regionale verschillen groot

    De Kamer is verontrust over de grote regionale verschillen in het aanbod voor zorgleerlingen. “Op de ene plek is een kind met een stoornis in het autistisch spectrum welkom, elders kunnen ze dat niet aan”, zegt Kirsten van den Hul (PvdA). “Dat kan gewoon niet.” Zij pleit samen met andere partijen voor het maken van landelijke normen over basisondersteuning. “Het is onduidelijk wat scholen en ouders mogen verwachten. De kans op ongelijkheid wordt daardoor in de hand gewerkt. Mondige ouders gaan door tot ze erbij neervallen. Ouders die minder mondig zijn of de taal minder machtig zijn hebben het nakijken.”

    D66-Kamerlid Paul van Meenen plaatst inmiddels vraagtekens bij het hele systeem. “We hebben een ingewikkelde wet gemaakt. Kinderen moeten zich nu aan het systeem aanpassen in plaats van andersom. Weg ermee.” Andere coalitiepartijen zijn terughoudender. Zo wil CDA’er Michel Rog het woord ‘mislukking’ nog niet in de mond nemen. “Maar als je kijkt naar de hoofddoelstellingen – een lagere administratieve last en minder thuiszitters – dan is passend onderwijs niet in zijn doelstelling geslaagd. We hebben teveel oplossingen in structuren boven de hoofden van de kinderen gezocht.”

    ‘Op papier in orde, in de praktijk werkt het niet’

    VVD’er Rudmer Heerema zegt een stuk kritischer te zijn dan voorgangers in zijn partij op “VVD-kindje” passend onderwijs. “Op papier is het misschien in orde, maar in de praktijk blijkt het niet te werken.” Toch vindt ook hij het te vroeg om het systeem op de schop te nemen. “We zien grote regionale verschillen, het aantal doorverwijzingen naar speciaal onderwijs neemt niet af maar lijkt juist te groeien. Maar hoe dat komt, daar moet die evaluatie nu juist antwoord op geven. Als je iets gaat aanpassen moet je dat wel doen op basis van gedegen informatie. Dus ik snap dat de minister daar op wil wachten.”