Onbevoegde leraar vult de gaten in het onderwijs. ‘Dit wil niemand’

    0
    984

    Om het gebrek aan docenten op te vangen moeten scholen vaker noodgrepen uitvoeren. Hierdoor staan er meer onbevoegde leraren voor de klas. Na de herfstvakantie komt minister Slob met een handreiking voor scholen met onderbezetting.

    Door het lerarentekort staan er steeds vaker onbevoegde mensen voor de klas, signaleert de Onderwijsinspectie. Precieze cijfers zijn er niet, omdat het meestal gaat om een tijdelijke vervanging bij ziekte of zwangerschapsverlof. “Maar we komen het de laatste tijd wel meer tegen”, zegt woordvoerder Daan Jansen van de Onderwijsinspectie.

    De inspectie doet momenteel onderzoek naar de manieren waarop scholen het lerarentekort opvangen. “We zoeken naar goede voorbeelden waar andere scholen en besturen hun voordeel mee kunnen doen”, zegt Jansen. “Dat is een belangrijke vraag, want de inspectie beseft dat de nood hoog is. Zo hoog dat een volgende vraag is wat te doen als een school door overmacht niet in staat is om een bevoegde leraar voor de klas te zetten.”

    De inspectie heeft scholen al wat extra speling gegeven door ze zes weken de tijd te gunnen om een ‘situatie op te lossen die niet aan de eisen voldoet’, zoals een onbevoegde assistent voor de klas. Dat waren voorheen twee weken. En zelfs daarna wordt er weleens een oogje toegeknepen. Jansen: “Als we zien dat scholen er alles aan gedaan hebben om het probleem op te lossen en het is toch niet gelukt, gaan wij niet meteen na zes weken sancties opleggen.”

    Ook het ministerie van OCW laat desgevraagd weten dat ze geen overzicht hebben van hoeveel onbevoegden er voor de klas staan. Wel schreef minister Arie Slob (onderwijs) recent in een Kamerbrief dat hij zich realiseert dat de ‘noodmaatregelen’ om tekorten op te vangen de kwaliteit van het onderwijs onder druk kunnen zetten. “Dat is wat niemand wil. Iedereen wil goede leraren voor de klas. Daaraan moeten we geen concessies doen.”

    Om scholen te helpen met structurele oplossingen zodat ze niet per dag of per week moeten redderen om de tekorten op te vangen, werkt Slob samen met de inspectie aan een ‘handreiking’ voor scholen met mogelijke noodoplossingen bij onderbezetting. Die wordt na de herfstvakantie verspreid.

    De Algemene Onderwijsbond (Aob) vindt het heel onwenselijk dat er steeds meer onbevoegde onderwijsassistenten en studenten voor de klas staan. “Het is de pest voor de kwaliteit van het onderwijs”, zegt een woordvoerder. “Er bestaat niet voor niks een pabo van vier jaar.”

    Volgens de Aob lijken de problemen het grootst in het speciaal onderwijs en bij andere scholen met een ‘meer uitdagende leerlingpopulatie’. Dat is wrang, zei voorzitter Eugenie Stolk eerder in het blad van de onderwijsvakbond. “Juist de kwetsbaarste kinderen die meer begeleiding nodig hebben, lijken te worden geraakt.”

    Angelique Bredewoud (37)

    docent op De Burcht, school van de justitiële jeugdinrichting Teylingereind in Sassenheim

    “Ik geef les aan jongens tussen de 13 en 23 jaar op de school van een gesloten jeugdinrichting. Ik sta met een pabo-diploma voor de klas, terwijl dit soort onderwijs vraagt om eerstegraads en mbo-docenten. Het lukt niet om die aan te trekken. Wij vallen onder het voortgezet speciaal onderwijs, en daarmee onder de cao primair onderwijs. Dat is ooit zo besloten, het is ons een raadsel waarom. Waarschijnlijk door het niveau dat deze leerlingen zouden kunnen halen. Maar in de praktijk is het spectrum heel breed.

    “De mensen die je wil hebben, krijg je daardoor niet. Op het mbo of een beroepsopleiding verdienen ze meer. We hebben één vakdocent voor koken. Inmiddels is het personeelstekort zo nijpend dat er soms stagiaires of assistenten voor de klas staan.

    “Zelf kies ik er bewust voor om met deze doelgroep te werken. Maar mijn kennis is vaak ontoereikend. Als iemand havo-staatsexamen wiskunde doet, heb ik geen idee. We hebben ook een jongen gehad die hbo commerciële economie deed. Ik kan het allemaal wel opzoeken, maar dat is hard werken. Ik heb veel contact met vakdocenten, maar eigenlijk steeds het gevoel dat ik een flater sla. Ik voel me ook weleens onveilig. Je staat in je eentje tegenover zeven jongens met een forse rugzak. Ze kunnen zich makkelijk tegen je keren. Ik heb een teleprotect, een soort piepersysteem. Het is continu balanceren.

    “Toch doe ik dit werk al drie jaar met veel plezier. Een jongen kan binnenkomen zonder enig toekomstperspectief, en gaat uiteindelijk weg met een diploma op zak en een werkplek. Dat zijn echt de krenten in de pap.”

    Marco de Jong (45)

    directeur van basisscholen Keuchenius en De Hoeksteen in Oud-Beijerland

    “Ik ben directeur van twee basisscholen, maar soms moet ik voor de klas. Ik ben wel bevoegd om les te geven, maar het is niet mijn eigenlijke werk. Vandaag was het bijna weer nodig. Op groep 7 was een collega ziek. Maar ik had al drie functioneringsgesprekken, gesprekken met ouders, een gesprek over de zorg voor leerlingen en nog wat andere taken. Mijn agenda is redelijk vol. Toch sta ik ongeveer een keer per twee weken voor de klas, als er iemand ziek is of naar een cursus moet. Ik doe dit zo min mogelijk, want anders kom ik aan mijn eigen werk niet meer toe.

    “Ideaal gezien heb je altijd een extra docent rondlopen. Omdat daar geen geld voor is, wordt het heel lastig. Door het invallen is het moeilijk om de ontwikkeling van de school op peil te houden. Als stichting willen we bijvoorbeeld langs andere scholen gaan om te kijken hoe daar wordt gewerkt, zodat je van elkaar leert. Dat beveelt Den Haag ook aan. Maar door het lerarentekort zijn er geen vervangers en moeten we dat voorlopig laten varen. Dat is de praktijk.

    “We hebben soms assistenten voor de klas, een aantal weken zelfs een bijna afgestudeerde onderwijsassistent. Die heeft vier weken een aantal dagen per week een kleutergroep gedraaid. Dat ging prima. Maar als je kijkt naar de kwaliteit van je school, is het niet de bedoeling.

    “Andere collega’s krijgen er steeds meer werk bij. Mijn adjunct is soms de hele dag bezig om vervangers te regelen. Daar heeft ze een dagtaak aan, waardoor andere taken blijven liggen: planning, communicatie met ouders, de mailbox. Alles bij elkaar is het gewoon te krap.”

    Karlijn Toonen (29)

    docent in het speciaal onderwijs bij Stichting Kolom in Amsterdam

    “Ik ben afgestudeerd als docent lichamelijke opvoeding. Dat heb ik anderhalf jaar gedaan, maar door het lerarentekort ben ik voor de klas gaan staan. Het begon met een tijdelijke vervanging in groep vier. Dat bleek al snel langer te gaan duren. Diegene bleef ziek en kwam niet meer terug. Het werden drie, vier, vijf maanden. Toen werd er een vervanger gevonden.

    “Ik ging met veel plezier terug de gymzaal in, maar die vervanger functioneerde niet. Ze zou het zij-instroomtraject gaan doen. Waarschijnlijk was het een hele goede leerkracht, maar niet voor de specifieke doelgroep waar wij mee werken: kinderen met een lager IQ, spraakachterstand, gedragsproblemen.

    “Zij vertrok in overleg met de directie en er was niemand anders. Toen zei ik: laat mij die klas maar doen.

    “Nu geef ik drie dagen per week les aan groep 7/8 en twee dagen gym op een blindenschool. Ik vind lesgeven fantastisch, maar loop vaak tegen dingen aan. Ik heb natuurlijk geen didactische kennis over taal of rekenen. Maar we worden goed begeleid.

    “Op mijn school is de verhouding tussen bevoegde en onbevoegde mensen voor de klas fiftyfifty. Er staan twee leerkrachtondersteuners en een zij-instromer vast op een groep. Dat is in goed overleg met de directie gegaan. Zelf ben ik met het voortraject van de zij-instroom bezig, want ik weet dat ik mijn werk als gymdocent niet voltijds tot mijn 65ste kan volhouden.

    “Ik ben niet bewust in het speciaal onderwijs gaan werken, maar achteraf was het een hele goede keuze. Het zijn kleinere klassen, met vijftien leerlingen, zodat je veel aandacht kunt geven. Ik vind het uitdagend om leerlingen te begeleiden, ze echt te leren kennen en op hun eigen niveau te kunnen bedienen. Daar haal ik meer energie uit dan alleen maar politie-agentje spelen.”