Meer dan helft leraren wil snotterende kinderen niet op school

    0
    322

    Kinderen met een loopneus mogen sinds 2 weken weer naar school. Dat lijkt misschien geen groot probleem, maar leraren maken zich zorgen. Als zij namelijk verkouden worden, zorgt dat voor massale lesuitval. “Dan is de ellende niet te overzien.”

    Snotterende kinderen moesten zich eerst nog laten testen, maar het kabinet besloot tot een draai op dit vlak. Volgens minister De Jonge legde het een te grote druk op de testcapaciteit. Ook liepen verkouden kinderen te ver achter op school als ze thuis zouden blijven. “Het verspreidingsrisico is heel gering”, zo zei De Jonge. En dus mochten de kinderen weer gewoon komen.

    ‘Onschuldige’ verkoudheid

    Toch zijn leerkrachten allerminst gerustgesteld, zo blijkt uit een onderzoek van EenVandaag onder 345 basisschoolleraren. Ruim de helft van hen (53 procent) noemt de maatregel van het kabinet een slechte zaak. Opvallend is dat zij niet per se bang zijn voor het coronavirus, maar wel voor die waarschijnlijk onschuldige verkoudheid. “Op het moment dat jij als leerkracht diezelfde verkoudheidsklachten krijgt, moet je je wél laten testen. Dan heeft niet één leerling geen les, maar meteen alle 30”, zegt een ondervraagde basisschoolleraar.

    De dagen dat een leraar wacht op een testuitslag, kan hij of zij niet voor de klas staan. Hierdoor zijn leraren bang voor een nog groter lerarentekort dan er nu al is in het basisonderwijs. Sommige van hen zien de gevolgen van het kabinetsbesluit nu al in de praktijk: “Op mijn school is een leerkracht besmet door een leerling met als gevolg dat vier leerkrachten in quarantaine moesten. Dit gaat steeds erger worden. De ellende is straks niet te overzien.”

    Ouders sturen snotterend kind naar school

    EenVandaag ondervroeg ook ruim duizend ouders van basisschoolkinderen. In tegenstelling tot leraren staan zij wel achter het besluit van het kabinet. Driekwart (74 procent) noemt het een goede zaak dat zij hun verkouden kind ‘gewoon’ af kunnen zetten op school. Een even groot deel (74 procent) is dan ook van plan dat te doen als de situatie zich voordoet.

    De ouders lijken zich er niet van bewust dat leraren juist bang zijn voor een simpele verkoudheid. Een ouder: “Een snotneus hoort erbij. Opbouwen van weerstand. Kinderen krijgen dit drie tot vier keer per jaar. We doen net of de vliegende pest over het land gaat.” En een ander: “Ik denk dat er weinig kinderen overblijven als ze allemaal thuis moeten blijven met verkoudheidsklachten.”

    ‘Houd alsjeblieft de scholen open’

    Waar leraren en ouders elkaar wel in vinden is het schrikbeeld dat scholen weer moeten sluiten. 85 procent van de ouders in het onderzoek wil de scholen open houden, voor de ontwikkeling van hun kind maar ook voor henzelf: “Houd alsjeblieft de scholen open! Nog een lange periode thuisonderwijs trek ik echt niet”, zo schrijft een ouder in het onderzoek.

    Ook een flinke meerderheid van de basisschoolleraren (68 procent) wil dat de scholen open blijven. “Kinderen hebben recht op onderwijs en dat moet te allen tijde worden nageleefd”, zegt een leraar resoluut. Maar leraren stellen wel hardere voorwaarden aan het openhouden van de scholen, zoals ouders die buiten school moeten blijven en leerkrachten die afstand moeten blijven houden tot elkaar. Maar wat hen dus vooral nodig lijkt: kinderen met verkoudheidsklachten moeten thuisblijven.