Lesgeven over hectometers en koppelwerkwoorden: thuisonderwijs blijft gepuzzel

    0
    367

    De eerste week thuisonderwijs zit erop, morgen begint de tweede. Een zware last voor veel ouders, en voor leerlingen dreigt opnieuw een leerachterstand. “Als ouder ben ik meer politieagent aan het spelen dan onderwijzer, en meer onderwijzer aan het spelen dan ouder”, zegt Dennis Frankhuisen, die zich na een week mentaal uitgeput voelt door het thuisonderwijs.

    Marjet Winsemius van de Stichting Werkende Ouders herkent de verzuchtingen. De stichting krijgt aan de lopende band verhalen binnen van ouders die tegen problemen aanlopen. “Er zijn ouders met drie kinderen en maar één laptop, er zijn mensen die geen eigen werkplek hebben en naast hun kind moeten werken terwijl die zit te zoomen met de hele klas. En ook krijgen we veel klachten over overbelaste wifi.”

    Tussen hun eigen werk door moeten ouders ook nog soms helpen met de lesstof, die ook niet altijd meevalt. “Want hoe zat het ook al weer met het koppelwerkwoord en het omrekenen van hectometers?”

    Dat vindt het gezin Frankhuisen ook ingewikkeld. Niemand in hun gezin heeft gestudeerd voor leraar – Dennis’ vrouw werkt in de kinderopvang en Dennis is werkzoekend. “De taak van meester erbij is heel vervelend. We proberen heel erg ons best te doen, maar we snappen veel dingen gewoon niet. Dan komt er weer zo’n rekenvraag waar ik echt geen kaas van heb gegeten en moeten we daar weer induiken.”

    Dit soort toestanden zijn geen uitzonderingen, benadrukt Winsemius. “De druk is echt heel hoog. Dit is iedere keukentafel, en er zijn meer dan 2,5 miljoen huishoudens met kinderen.” Ze adviseert ouders vooral goed op zichzelf te letten. “Vraag naar verlofregelingen, ga het gesprek aan met je werkgever om de druk wat te verlichten, want je moet zelf overeind blijven.”

    Frankhuisen gaat daarom vaker met zijn gezin naar buiten. “Het is echt een uitputtingsslag. Als het te veel wordt, gaan we een rondje lopen. We proberen zoveel mogelijk die structuur van een lesdag te behouden, maar het moet niet ten koste van alles gaan.”

    Voor de leerkrachten is het ook een uitdaging, vertelt Sanne Ploeg. Ze geeft les aan groep 6 bij CBS De Wegwijzer in Zeist. Vergeleken met de lockdown vorig jaar startte het afstandsonderwijs deze keer vrij soepel. “Maandag hadden we bijna iedereen gelijk online, maar pas vrijdag was iedereen tegelijk ingelogd.”

    Het werkt, maar het is verre van ideaal, vindt de leerkracht. “Ik moet veel berichtjes sturen om ze aan het werk te houden. Sommigen kiezen ook expres de makkelijkste opdrachten, omdat er weinig hulp is. De kinderen zijn steeds moeilijker te motiveren. In het begin was het nog steeds spannend. Nu is het echt hard werken. Voor de sfeer doen we ‘s middags een spelletje, zodat het niet alleen maar over school en leren gaat. Daar kijken ze echt naar uit.

    Hoe goed het thuisonderwijs ook is georganiseerd, de kinderen lopen groot risico op serieuze leerachterstanden als de scholen lang dichtblijven, waarschuwt socioloog Thijs Bol van de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar hoe ouders en kinderen omgaan met thuisonderwijs en naar de effecten op de leerprestaties.

    Vooral leerlingen uit kansarme milieus lopen risico op leerachterstanden, zegt Bol. “Als je ouders hebt die klein wonen, en bijvoorbeeld slecht Nederlands spreken, dan is het heel moeilijk. Ik heb zelf een zoontje van 7. Ik kan voor hem programma’s downloaden en apps muten, maar die digitale vaardigheden heeft niet iedereen.”

    De kwetsbaarste leerlingen zitten in groep 3, waar kinderen basisvaardigheden leren als rekenen en lezen, en groep 8, waar kinderen zich nu voorbereiden op eindtoets. “Die eindtoets kan het verschil maken tussen vmbo en havo, of tussen havo en vwo, dus ze moeten zich daar goed op kunnen voorbereiden. Door de vorige lockdown hebben ze in groep 7 ook al minder kunnen leren. Uiteindelijk kan zo de ongelijkheid tussen leerlingen groter worden.”

    Frankhuisen hoopt dat de scholen snel weer open gaan. “We horen geruchten dat de sluiting tot de voorjaarsvakantie gaat duren. Dan zakt de moed wel in je schoenen. Voor de kinderen is het ook zwaar, die missen hun vriendjes en de structuur. Maar goed, we kunnen er niets aan veranderen. Door die geruchten kunnen we ons in ieder geval er wel op voorbereiden.”