Leraren tijdens corona: grote betrokkenheid, hoge werkdruk

    0
    490

    De saamhorigheid van het personeel om tijdens de coronacrisis het onderwijs zo goed mogelijk door te laten gaan, is groot. De werkdruk is echter hoog en veel scholen – van basisschool tot mbo – halen nog geen kwart van hun normale onderwijstijd. Dat blijkt uit de Covid-19 monitor van de Onderwijsinspectie.

    Leraren en ondersteuners werken keihard om het onderwijs zo goed mogelijk voortgang te laten vinden, concludeert de inspectie van het Onderwijs uit gesprekken met bestuurders, managers en directeuren in de hele onderwijssector.

    De positieve punten van de crisis zijn, volgens de ondervraagden, doorgaans ‘de betrokkenheid en inzet van het personeel’, ‘de snelheid waarmee het afstandsonderwijs is opgezet’, ‘de samenwerking binnen de school’ en ‘de flexibiliteit van het personeel’.

    Werkdruk

    Een duidelijk negatief punt van de crisis is de werkdruk. In alle onderwijssectoren staat die werkdruk in de top drie van het lijstje met punten van zorg. Het verder achterblijven van achterstandsleerlingen is een ander belangrijk punt van zorg.

    Volgens de inspectie moeten er heldere plannen worden opgesteld om de achterstanden weg te werken. ‘Door de selectie van onderwijsstof, minder onderwijstijd en minder stimulansen vanuit toetsing en examinering wordt er minder geleerd. Deze problemen kunnen in het vervolgonderwijs belanden.’

    Dit wegwerken van de achterstanden legt wel extra druk op het onderwijspersoneel. ‘In sommige scholen en instellingen kunnen leraren en docenten het gevoel krijgen dat de problematiek op hen wordt afgewenteld. In een volgende fase van de epidemie zou die druk nog groter kunnen worden. Daardoor is het niet vanzelfsprekend dat het deels opengaan van scholen betekent dat achterstanden niet verder toenemen.’

    Verliezer

    Over de hele linie, van basisonderwijs tot en met mbo, blijkt de onderwijstijd de grote verliezer te zijn in de coronacrisis. In het basisonderwijs halen leerlingen, zo schatten veel ondervraagden in, nog geen 50 procent van de onderwijstijd. 10 tot 15 procent van de ondervraagden denkt zelfs dat leerlingen nog geen kwart halen van de onderwijstijd vóór corona. In het voortgezet onderwijs ligt dit aantal nog hoger: 30 tot 40 procent van de ondervraagden denkt dat leerlingen nog geen kwart van de onderwijstijd halen.

    Beroepspraktijk

    In het middelbaar beroepsonderwijs was de beschikbaarheid van de beroepspraktijk een grote bottleneck voor het doorgaan van het onderwijs en de examinering. ‘Besturen, examencommissies en teams zochten een juiste balans tussen de diploma-eisen enerzijds en de wens om studenten zoveel mogelijk de kans te geven hun opleiding op tijd af te ronden anderzijds’, schrijft de inspectie. Veel scholen zochten een oplossing in alternatieve examenvormen, het afnemen van examens op school en het gebruik van formatieve gegevens van de studenten.

    Studievertraging

    In het hoger onderwijs was er weinig zicht op de studenten. Bijna de helft van de respondenten kon geen inschatting maken van het percentage studenten dat tijdens de coronacrisis nog deelneemt aan onderwijs. Ruim de helft van de ondervraagden verwacht wel dat studenten studievertraging gaan oplopen. Veel instellingen vonden het ook moeilijk dat er in deze periode maar beperkt interactie mogelijk was tussen studenten onderling of tussen docent en studenten. ‘Sociale isolatie is een groot zorgpunt’, schrijft de inspectie.

    Voor het nieuwe studiejaar maakten veel instellingen voor hoger onderwijs zich zorgen over hun financiële positie bij teruglopende rendementen, over een mogelijk verminderde internationale instroom, over de benodigde investeringen voor een online didactiek en over het beschikbaar stellen van dubbele practica: voor de nieuwe lichting studenten plus de huidige lichting studenten die nu de betreffende vakken niet kunnen volgen.

    Een positief punt in het hoger onderwijs is, ten slotte, de snelheid waarmee het afstandsonderwijs is opgezet. ‘Deze crisis heeft onderwijsinnovaties waar men toch al mee bezig was, enorm versneld’, oordeelt de inspectie.