‘Leesvaardigheid jongens blijft achter’

    0
    500

    Jongens stromen minder vaak door naar de universiteit dan meisjes. Dat komt doordat jongens slechter zijn gaan lezen.

    Gijsbert Stoet, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Essex, ziet het elke dag om zich heen: de campus is steeds meer het domein van meisjes. „Jongens zijn in de minderheid”, zegt hij aan de telefoon. Gemiddeld geldt voor de meeste OESO-landen dat 45 procent van de studenten aan universiteiten man is, terwijl er in de jaren negentig nog evenveel jongens als meisjes waren. Die trend zet door, voorspelt Stoet. In een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS dat dinsdag wordt gepubliceerd, zien Stoet en zijn Amerikaanse collega David Geary een verband tussen de deelname van jongens aan het hoger onderwijs en de gestaag dalende leesvaardigheid.

    Waarom is leesvaardigheid zo’n belangrijke factor?

    „Lezen is een fundamentele vaardigheid. Als je niet goed in rekenen bent, kun je nog wel geschiedenis studeren. Voor lezen geldt dat niet: dat moet je overal voor kunnen, of je nou wiskunde gaat studeren of psychologie. Het is cruciaal. We weten uit PISA-onderzoek dat de leesvaardigheid van 15-jarigen de afgelopen jaren is gedaald, waarbij jongens slechter scoren dan meisjes. In ons onderzoek keken we naar leerlingen uit het PISA-onderzoek van 2012 en hun deelname aan het hoger onderwijs in 2017. Daar zagen we een direct verband: hoe lager de leesvaardigheid, hoe minder deelname aan het hoger onderwijs.”

    Maar leesvaardigheid verklaart niet alles, zegt Stoet. „We zagen in Zuid-Korea iets geks: ook daar hebben jongens een slechtere leesvaardigheid dan meisjes in het voortgezet onderwijs, maar vervolgens gaan tóch meer jongens dan meisjes naar de universiteit.

    Wij veronderstelden dat een veranderende houding ten opzichte meisjes ook een rol zou kunnen spelen. We stuitten op een internationale database waarin één specifieke vraag werd gesteld: is het in uw land even belangrijk voor een meisje als voor een jongen om naar de universiteit te gaan? Toen bleek: hoe ‘normaler’ het wordt gevonden dat meisjes naar de universiteit gaan, hoe groter hun aandeel is in het hoger onderwijs en hoe kleiner het aandeel jongens.”

    Drukken de meisjes de jongens weg uit het hoger onderwijs?

    „Ik denk dat iedereen die naar de universiteit wil dat ook kan, zeker in Nederland. Universiteiten zeggen niet: we hebben genoeg meisjes, de deuren gaan dicht. Wat we wél zien is dat meisjes het over het algemeen beter doen in het onderwijs dan jongens. Dat begint al heel vroeg: in het basis- en voortgezet onderwijs.”

    Onderwijs lijkt in de meeste OESO-landen meer geschikt voor meisjes dan voor jongens, stellen jullie in je artikel. Waarom?

    „De vaardigheden waar jongens goed in zijn, worden minder op waarde geschat. Er zijn jongens die bijvoorbeeld een prima ruimtelijk inzicht hebben, maar slecht zijn in lezen en schrijven en daardoor over de hele linie slecht scoren. Door het gebrek aan aandacht voor vakken die jongens leuk vinden en waar zij goed in zijn, haken ze af.”

    Wat voor vakken zijn dat?

    „Jongens vinden het vaak leuk om brommers in elkaar te knutselen, maar op veel scholen is de afgelopen jaren juist flink bezuinigd op handvaardigheid. Let wel: dit is een deel van het verhaal: het is ook belangrijk om jongens aan het lezen te krijgen.”

    Hoe doe je dat?

    „Dat is ingewikkeld: we hebben het kinderen de afgelopen jaren ontzettend makkelijk gemaakt om geen boeken te lezen. Er is bezuinigd op bibliotheken, ze werken met iPads in de klas. Boeken zijn minder aantrekkelijk geworden. En dat geldt vooral voor jongens: zij gamen liever. Dat is echt een maatschappelijk probleem. Het verschil zit bovendien heel diep: meisjes hebben een aangeboren vermogen om beter in taal te zijn dan jongens. Meisjes van een jaar oud kennen al meer woorden dan jongens van die leeftijd. Lós van het kennisniveau van de ouders.”

    Er zijn ook onderzoekers die zeggen: dat is aangeleerd. Ouders praten anders tegen jongens dan tegen meisjes.

    „Dat klopt echt niet meer. Er is een groot Noors onderzoek dat laat zien dat jongens (tussen de 18 and 36 maanden) van hoger opgeleide moeders mínder woordjes kennen dan meisjes van lager opgeleide moeders. Dat is logisch: de hersenen van jongens en meisjes ontwikkelen zich in verschillende snelheden gedurende hun jeugd. Meisjes zijn sneller in het ontwikkelen van taalvaardigheid. We praten overigens over gemiddelden, hè. Natuurlijk zijn er ook meisjes die slecht zijn in taal en goed in ruimtelijk inzicht.”

    Wat zou er moeten gebeuren om weer meer jongens richting hoger onderwijs te krijgen?

    „Erken dat er verschillen zijn tussen jongens en meisjes en hou daar rekening mee in je onderwijs. Biedt meer vakken aan die ze leuk vinden en wees duidelijk in wat ze moeten doen. De school moet zeggen: dit is wat je moet doen, dit ga je vandaag leren. Het hele moderne idee dat kinderen zelf verantwoordelijkheid moeten dragen en zelf moeten plannen, werkt niet voor veel jongens.”