Interview met schoolbestuurders en cao-onderhandelaars Jos Rijk en Herbert de Bruijne

    0
    275

    ‘Wij houden de cao-onderhandelaars een spiegel voor: hoe pakken de maatregelen in de praktijk uit?’

    De cao-onderhandelingen voor het primair onderwijs zijn in volle gang. Tot de onderhandelingsdelegatie van de werkgevers behoren twee schoolbestuurders: Herbert de Bruijne (Schoolbestuurder Openbaar Onderwijs aan de Amstel in Amsterdam) en Jos Rijk (Schoolbestuurder Dordtse Schoolvereniging voor basisonderwijs op algemene grondslag). Het resultaat van het cao-overleg moet immers goed aansluiten bij de wensen van schoolbesturen en de afspraken moeten uitvoerbaar zijn.

    Welke blik nemen jullie mee aan de cao-tafel? Welke rol hebben jullie daar?Herbert de Bruijne Jos Rijk

    Jos: ,,Dit is voor mij de eerste onderhandelingsronde waar ik aansluit, maar het idee is dat wij de praktijk meenemen aan de cao-tafel. De strategische kant van het onderhandelen ligt echt bij Edwin van Bokhoven en Pien Verwilligen.’’

    Herbert: ,,Wij houden de cao-onderhandelaars een spiegel voor: hoe pakken de maatregelen in de praktijk uit? We verschillen daarover echt wel eens van mening. Overigens is het heel interessant om te zien hoe afspraken die we tijdens het sluiten van de vorige cao hebben gemaakt, nu uitwerken in de praktijk. We zien nu op scholen het effect van de werkdrukmiddelen en dat schoolteams daarin hun eigen keuzes maken. Ook met het Werkverdelingsplan waarover afspraken zijn gemaakt in de CAO PO 2018-2019 gaan de schoolteams nu volop aan de slag.’’

    Hoe gaan de schoolteams op jullie scholen om met het werkverdelingsplan?

    Jos: ,,Als je als schoolbestuurder de afspraken uit een nieuwe cao doorneemt, zie je meteen voor je hoe dit uitpakt op jouw scholen. Bij de werkdrukmiddelen kon ik goed voorspellen hoe dit proces in elk team zou verlopen. Ieder team gaat er weer anders mee om. Ook bij het Werkverdelingsplan zie je meteen dat sommige teams meteen aan de slag gaan en andere teams wat meer afwachtend zijn. Je moet dat soort nieuwe ontwikkelingen ook even de tijd geven.’’

    Welke punten uit de inzetbrief van de PO-Raad zijn voor jullie belangrijk?

    Herbert: ,,Ik hoop dat we komen tot een geactualiseerd, logisch en inzichtelijk loongebouw waarbij  er aandacht is voor alle functies in het po. Lerarenfuncties in het po zijn gelijkwaardig aan die van leraren in het vo. We vinden daarom ook dat beloning vergelijkbaar moet zijn. De bekostiging die schoolbesturen van de overheid krijgen is niet voldoende om leraren een marktconforme beloning te geven. Ook hoop ik dat we de barrières tussen de sectoren kinderopvang, onderwijs en jeugdzorg wat kunnen wegnemen.’’

    Jos: ,,Een toekomstbestendig loongebouw is inderdaad van groot belang. Het financiële plaatje is daarvoor alleen nog niet helemaal kloppend.’’

    Herbert: ,,De cao-tafel moet goed kijken naar de positie en beloning van onderwijsondersteuners en schoolleiders. We hebben nu te maken met een lerarentekort en een steeds verder oplopend directeurentekort. Het is belangrijk dat we werken in het primair onderwijs aantrekkelijk maken. Die verantwoordelijkheid voelen de vakbonden evenzo als de werkgevers.’’

    Hoe kijken jullie naar de modernisering van de cao?

    Jos: ,,Het mag wel wat minder gedetailleerd en dichtgetimmerd worden. Een cao moet het personeel  goed beschermen en er moeten kaders gesteld worden. Maar er moet ook ruimte zijn zodat personeel mee kan denken en praten en verantwoording kan nemen. Het Werkverdelingsplan is daar een goed voorbeeld van.’’

    Herbert: ,,Ik denk dat we in de laatste cao al wat meer ruimte zien. Er zijn kaders, maar er is ook flexibiliteit. Je moet vertrouwen hebben dat besturen en scholen het goede doen.’’

    Hoe zien jullie de rol van de bestuurder in combinatie met de cao-afspraken? En hoe gaat dit zich verder ontwikkelen in de toekomst?

    Jos: ,,Als je schoolteams meer ruimte geeft, vraag je meer van leidinggevenden. Schoolleiders én bestuurders krijgen een complexere rol. De teams moeten toegerust worden om bepaalde keuzes te maken en ze moeten verstandig omgaan met de ruimte die ze krijgen.’’

    Herbert: ,,Bij de verdeling van de werkdrukmiddelen hebben we ook in de praktijk kunnen zien hoe dat werkte. Ik heb een ronde gedaan langs de 22 scholen van onze stichting en heb daar hele goede en leuke dingen gezien. Meer dan 80% van de teams voelen ook het effect van de werkdrukmiddelen. Vooraf kun je misschien wat sceptisch zijn of zoiets werkt, maar nu zien we dat het in de praktijk nog meer effect heeft dan verwacht. Hoe dat op de langere termijn uitpakt, valt nog niet te voorspellen.  Wat ik wel merk, is dat het praten over hoe de werkdruk ervaren wordt, meer heeft opgeleverd dan alleen de verdeling werkdrukmiddelen. Onze scholen maken bewuste keuzes en stellen hun prioriteiten zorgvuldig vast. Daarom kost werkdrukvermindering ook lang niet altijd geld.’’

    Jos: ,,Dat herken ik. Praten over werkdruk is veel breder dan alleen het inzetten van de middelen. Wordt de taak van de bestuurder uitgehold? Daar ben ik het niet mee eens en daar maak ik me ook niet ongerust over. Ruimte geven aan schoolteams past bij mijn stijl van leiderschap.’’

    Herbert: ,,De taak van bestuurder is niet uitgehold, maar vraagt wel meer de directeuren. Leraren hebben meer zeggenschap over de verdeling van middelen en taken. Een directeur heeft daarbij een cruciale rol om mee te denken en tot gedragen besluitvorming te komen. Als bestuurder moet je vervolgens je directeuren steunen in die complexe rol. Sommige bestuurders zeggen dat hen de bestuurskracht is ontnomen door de verdeling van de werkdrukmiddelen, dat vind ik echt niet. Je hebt als schoolbestuurder juist een grote rol in het ondersteunen, begeleiden en het sturen op verantwoording.’’