Informatica op de basisschool? Zo ja, hoe?

    0
    322

    Heeft Nederland achterstand als het gaat om programmeren / coding in het funderend onderwijs gaat? Of andere Europese landen in de praktijk echt zoveel verder zijn, valt te betwijfelen. Toch is er een opmerkelijk verschil met een aantal EU-landen. We zien dat veel landen, zoals bijvoorbeeld Denemarken, Frankrijk, Italië en de meeste landen binnen het Verenigd Koninkrijk, informatica verplicht invoeren of volgend schooljaar gaan invoeren. Twee zaken zijn daarbij opmerkelijk.

    Ten eerste is de invoering van het vak en de verplichting voor alle leerlingen in veel landen inmiddels een feit. In Nederland zijn we nog lang niet zover. Het enige te melden wapenfeit is dat het vak informatica vanaf volgend schooljaar in de bovenbouw in het VO als facultatief vak met een vernieuwd curriculum kan worden gekozen.

    Ten tweede: kennis blijft een groot probleem. Het merendeel van de leraren in Europa beschikt over onvoldoende kennis om het vak te geven.

    Gelukkig zijn er in ons land ook goede ontwikkelingen te melden. Sinds kort kent de Universiteit Leiden PERL  – geen nieuwe frisdrank -, maar het Programming Education Research Lab. Hier wordt onderzoek gedaan naar allerlei facetten van het programmeeronderwijs in met name het PO en VO. Félienne Hermans is de drijvende kracht achter dit Lab die voor haar een transfer betekende van de TU Delft naar Leiden. Om dit te vieren werd een goed bezochte middag georganiseerd met ruim tien interessante lezingen en demonstraties.
    Wat kan de wetenschap voor programmeeronderwijs, voortaan voor het gemak aangeduid als coding, betekenen? De lezingen waren te verdelen in:

    1. kader stellende frameworks die het begin kunnen vormen van onderzoeksprogramma’s;
    2. voorbeelden van codingondersteunende programmatuur;
    3. Tips uit wetenschappelijk onderzoek;
    4. lesmateriaal waarmee leerlingen, maar ook docenten codingkennis opdoen.

    De fundamentele overall-vraag die de energieke Félienne op het einde stelde was: is het niet wenselijk dat er een pedagogisch – didactisch debat plaatsvindt over hoe coding het beste kan worden gegeven? Een uitstekend idee waar we graag aan meedoen.

    Félienne gaf tot slot een opmerkelijke presentatie, waarbij het leek of ze zich volledig aansloot bij de Kirschnerianen en het gedachtegoed van Seymour Papertvaarwel zei. Haar ervaringen als begeleider bij Coderdojo’s in Rotterdam waren daar mede debet aan. Kirschner, de geleerde onderzoeker aan de Open Universiteit in Maastricht en kenner van al het onderzoek over instructie, is op basis van onderzoek overtuigd van het nut van Directe Instructie (DI), uiteraard wel op basis van zekere voorwaarden. Kirschners opmerkingen snijden hout, al kun je er vraagtekens bij kunt zetten. In de natuurkunde spreekt men van het ‘ceteris paribus’ principe wat betekent dat men een proef kan herhalen (repliceren) onder precies gelijke omstandigheden. Overigens ligt dat voor de algemene theorievorming complexer. Ceteris paribus is met verschillende leerlingen, klassen, scholen en culturen wel een lastige zaak. Maakt dat DI onzinnig? Uiteraard niet. Echter, Kirschner gedraagt zich in zijn enthousiasme soms als een fanatiek veganist. Iemand die liefst uitsluitend kiest voor DI en daarbij iedereen de maat neemt, uitgezonderd zijn directe collega’s op de OU. Kirschner houdt van culinaire voorbeelden. Welnu, iedereen die voor de klas heeft gestaan weet dat afwisseling van didactische werkvormen het enige is dat werkt. Dus geen veganisme maar afwisseling van eten is het beste voor de eetlust. Het hameren op DI doet me wel eens denken aan het behaviorisme uit de jaren ’60, waarbij alle lessen in een behavioristische vorm moesten worden gegoten. Zo kregen wij destijds algemene didactiek aan de UvA. Dat geldt ook voor de door Félienne gemaakte opmerkingen over externe motivatie die er niets meer toe zou doen. “Eerst de skills en dan komt de motivatie.” Iedereen die les geeft weet, dat de zaak complexer ligt. Een belangrijke les die lerarenopleider Amber Walraven haar studenten meegeeft is, dat je leraren in opleiding leert welke mix voor hun leerlingen het meest effectief is. Dat kan een combi zijn van ontdekkend leren, voorbeelden uit de Maker Education beweging en ontdekkend leren, zoals dat in het vak fysische informatica met succes wordt gebezigd. Hier kan ook veel ruimte zijn voor DI.