Humor in de klas: een serieuze zaak

    0
    860

    Humor is nuttig

    Humor is, net als slimheid en creativiteit, een begrip waarvan iedereen weet dat je het in meer of mindere mate bezit, maar waarover het moeilijk is het eens te worden hoe het zich het beste uit. Sommigen schrijven een discussie over humor dan ook bij voorbaat af als ‘zinloos’, en dat is jammer, want over humor valt veel nuttigs te zeggen.

    In dit artikel doe ik een kleine poging die bewering toe te lichten. Maakt u zich geen zorgen: ik zal niet voorschrijven wat leuk is en wat niet, al is het alleen al omdat in theorie alles humoristisch kan zijn, afhankelijk van persoon, tijd, plaats, en context. Hoogstens kan ik aangeven wat u vooral niét moet doen bij het hanteren van humor in de klas. Ook leg ik uit hoe u een humorcheck op uw eigen werk kunt uitvoeren: onderwijs in de MRI-scanner.

    Humor in balans

    Waarom zou je humoristisch willen of zelfs moeten zijn in de klas? Daar zijn verschillende goede argumenten voor te geven. Sommige liggen voor de hand: een grapje kan de sfeer wat verluchtigen en kan helpen de aandacht van leerlingen (weer) bij de lesstof te krijgen.

    Humor verkleint afstand leraar – leerling

    Daarnaast blijkt uit onderzoek dat humor de (door leerlingen) waargenomen afstand tussen leerling en leerkracht kan verkleinen. Die afstand beïnvloedt de motivatie van leerlingen, hun plezier in leren, en leerresultaten. Zoals Piet van Sterkenburg het formuleert: humor is als haarlemmerolie voor communicatie. Daarnaast blijkt met humor gepresenteerde informatie langer te blijven hangen bij leerlingen.

    Humor met mate

    Echter, als álles met humor wordt gebracht is het effect juist negatief! Die bevinding illustreert alvast een belangrijke wijsheid: gebruik humor, doch met mate. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan: hoe bepaal je tenslotte de balans tussen een gortdroge les en een cabaretvoorstelling?

    Welk doel heb je met humor?

    Wat daarbij een belangrijke rol speelt is de intentie waarmee humor wordt gebruikt, oftewel: welk doel streef je na op het moment dat je iets humoristisch uitdrukt. De intentie waarmee humor wordt gehanteerd kan nogal uiteen lopen: Van een eenvoudig understatement (“De Duitsers werden niet echt met open armen ontvangen”) tot bijtend sarcasme (“Ik kan zien dat je erg je best hebt gedaan!”, terwijl het omgekeerde wordt bedoeld).

    Negatieve effecten

    Achter verschillende vormen van humor kunnen dus heel verschillende intenties schuilgaan. In het algemeen kunnen we stellen dat meer serieuze vormen van humor,die zich meer ‘op het randje’ bevinden, zich niet goed lenen voor klassikale situaties. Sarcastische en cynische humor, maar ook plagende opmerkingen blijken allerlei negatieve effecten te hebben op de sfeer in de klas, en komen het leren zeker niet ten goede.

    De MRI-scanner

    We kunnen hieruit concluderen dat wie humor serieus bekijkt, ziet dat voor de leerkracht maar een beperkte speelruimte overblijft: humor moet met mate gebruikt worden en moet op zichzelf ook nog eens aan allerlei voorwaarden voldoen. Hoe los je dit in de praktijk op? Ik heb in een eerder stuk voorgesteld om het gebruik van humor in de klas te reduceren tot drie intenties, namelijk:

    • Motiveren
    • Relativeren
    • Instrueren        .

    Kortweg: MRI. Het idee is dat je op bestaand onderwijs een MRI-scan kunt uitvoeren, om zo de juiste balans te vinden.

    Motivatie is hierboven al genoemd. Het geven van een humoristische uitwerking aan lesstof, bijvoorbeeld een anecdote over een casinobezoek om kansrekening uit te leggen, kan motivatieverhogend werken.

    Het relativerende vermogen van humor is ook belangrijk: het helpt om met elkaar van een afstandje naar de lesstof te kijken en bevordert saamhorigheid.

    Tenslotte instrueren, een humorintentie die voorbehouden is aan het onderwijs, maar die het belangrijkst is als je een les onder de loep neemt. Dat betekent dat bij het gebruik van humor de vraag die voorop staat altijd moet zijn: in hoeverre draagt humor bij aan deze lessituatie?

    Humor of instructie

    In mijn eigen lespraktijk betekent dat bijvoorbeeld dat ik terughoudend ben in het gebruik van grappige cartoons. Dat is jammer, want juist mijn eigen vakgebied (psychologie en onderwijskunde) grossiert in geschikt materiaal (in een workshop over humor heb ik niet voor niets naar psychologie verwezen als ‘een lachwekkend vak’).

    Afleiding

    Schrappen van humoristische cartoons bleek noodzakelijk te zijn omdat studenten eerder werden afgeleid door de cartoons dan dat deze instructief werkten. Het doel van humor in onderwijs mag dus wel motiveren en relativeren zijn, als het de instructie in de weg staat is aan de belangrijkste voorwaarde niet voldaan en is het gebruik van humor af te raden.

    Ik heb hier in het kort de functies die humor heeft in de klas geschetst, en de manier waarop leerkrachten hun eigen onderwijs kunnen bekijken in het licht van de belangrijkste functies: motiveren, relativeren, en instrueren.

    Waarschuwing

    Wat rest is een caveat, waarschuwing: de intentie van humor is ook een interpretatie van degene op wie de humor zich richt. Dat betekent dat humor alleen effectief is als de waargenomen intentie van humor overeenkomt met de intentie waarmee die humor is gehanteerd. Het gaat er dus om of de bedoeling van de grap overkomt. Oftewel: de leraar die het laatst lacht, lacht duidelijk niet het best