Hoog verzuim onder basisschoolleerlingen uit arme gezinnen

    0
    165

    Op basisscholen met veel leerlingen uit arme gezinnen is het ­verzuim deze week hoog, omdat ouders angstig zijn hun kinderen weer de klas in te sturen. Zo dreigen kwetsbare kinderen een nog ­grotere onderwijsachterstand op te lopen.

    Daarvoor waarschuwt het Jeugdeducatiefonds, dat zo’n tweehonderd basisscholen met leerlingen uit achterstandssituaties ondersteunt. De eerste geluiden sinds de heropening van de scholen begin deze week zijn verontrustend, vertelt directeur Hans ­Spekman. ‘We horen van tientallen schoolleiders uit onze achterban dat zo’n 20 à 30 procent van de kinderen niet naar school komt.’

    Een van die scholen is De Zeven ­Gaven in de Utrechtse wijk Kanalen­eiland, waar maandag 41 kinderen ontbraken, een kwart van alle leerlingen. ‘Dat hadden we niet verwacht’, vertelt schoolleider Karry Pomo. ‘Een groot deel van de ouders belde zelf op om de kinderen af te melden, de rest hebben wij gebeld. Alle ouders gaven aan dat ze bezorgd zijn om besmet te raken, of ­iemand anders te besmetten.’

    Ook andere schoolleiders die bij het Jeugdeducatiefonds aankloppen, vertellen dat ouders vooral bang zijn. ‘Veel ouders hebben het idee dat hun kind een soort proefkonijn is’, legt Spekman uit. ‘Ouders van Marokkaanse en Turkse afkomst die nieuws uit het land van herkomst volgen, zien dat in deze landen strengere coronamaatregelen gelden. Dat voedt de angst.’ Daarnaast noemen ouders familieleden die tot een risicogroep behoren als reden om kinderen thuis te houden. ‘Ik veroordeel deze ouders niet, maar het helpt kinderen die al in een kwetsbare positie zitten natuurlijk niet als ze niet naar school gaan’, aldus Spekman.

    Het Jeugdeducatiefonds ziet graag meer steun voor deze scholen. ‘Scholen raken overbelast als ze alle ouders hierover moeten benaderen’, zegt de directeur. ‘Gemeenten zouden deze scholen meer ondersteuning kunnen geven en daarnaast zou meer specifieke voorlichting helpen.’

    Taalproblemen

    Schoolleider Pomo probeert ouders zo goed mogelijk voor te lichten, met ­bijvoorbeeld vertalingen van RIVM-­regels in begrijpelijke taal. ‘De ongerustheid kan ook komen door taalproblemen en de berichtgeving niet snappen’, legt Pomo uit. ‘We proberen ­gerust te stellen met feiten, maar dat komt moeilijk aan. Ze horen verhalen van elkaar en in de wijk zijn ook mensen overleden aan het coronavirus, dat maakt angstig.’ Jeugdgezondheidszorg en leerplichtambtenaren helpen de school de ouders te benaderen, maar zijn ook verbaasd door de ­hoeveelheid thuisblijvers.

    Het thuisonderwijs voorgaande weken verliep goed voor De Zeven Gaven. ‘We hadden iedereen in beeld en ouders werkten goed mee.’ Maar de thuisblijvers krijgen nu geen instructies meer omdat de leraar weer voor de klas staat; alleen nog huiswerk. ‘Dat vinden we vervelend. Maar hoe moeten we nu voor de groep staan en tegelijkertijd onderwijs op afstand blijven geven?’

    Leerplichtambtenaar

    Gemeente Utrecht onderzoekt hoeveel kinderen niet naar school komen en wat de oorzaken daarvan zijn, laat de woordvoerder van wethouder Anke Klein weten. ‘We herkennen het beeld dat met name kinderen in kwetsbare posities niet allemaal op school verschijnen.’ De gemeente bekijkt op welke manier de leerplichtambtenaar kan helpen, zegt de woordvoerder. ­‘Minister Slob heeft gezegd dat we niet handhaven op leerplicht. Daarom zoeken we uit hoe we met ‘de zachte hand’ alsnog de leerplichtambtenaren kunnen inzetten door ze het gesprek te ­laten aangaan met ouders, zoals ook tijdens de periode van thuisonderwijs gebeurde.’

    De cijfers die het Jeugdeducatiefonds hoort uit de achterban liggen ­hoger dan het landelijk gemiddelde. Uit een peiling onder 1.100 schooldirecteuren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) blijkt dat op de meeste scholen 1 of 2 procent van de leerlingen thuisblijft. Bij 8 procent van de scholen komt meer dan 10 procent van de leerlingen niet naar school.