Hoe houd je jonge leraren in het onderwijs?

    1
    902

    Nu het lerarentekort steeds verder oploopt, is het extra belangrijk om beginnende leraren te behouden voor de klas. Maar juist bij deze groep is de uitval hoog. Hoe houd je jonge docenten binnenboord?

    Om ‘knaloverspannen’ van te worden. Zo omschrijft Yvette van Eerten (58), lerares op de Geert Groote School in Amsterdam, de werkomstandigheden van beginnende leerkrachten op haar school. Ouders zijn volgens haar veeleisender geworden, door het lerarentekort kunnen docenten eigenlijk niet meer ziek thuisblijven en van begeleiding was op haar school tot voor kort nauwelijks sprake. “Die jonge docenten zijn een dubbeltje op z’n kant.”

    In de eerste jaren van hun carrière is de uitstroom van docenten hoog: bijna een kwart van de afgestudeerden van de pabo werkt na vijf jaar niet meer in het onderwijs, blijkt uit de Loopbaanmonitor Onderwijs. In het voortgezet onderwijs geeft 32 procent van alle docenten onder de dertig er de brui aan, staat in onderzoek van de Dienst Uitvoering Onderwijs. De belangrijkste redenen zijn de hoge werkdruk en een onzekere aanstelling.

    “Scholen laten daar echt iets liggen”, zegt Jeroen van Kooij van uitzendbureau Daan. Zijn bureau werft jonge docenten die het onderwijs de rug toe hebben gekeerd, maar het werk met goede begeleiding toch een tweede kans willen geven.

    Veel uitval komt door een gebrek aan begeleiding, zegt Van Kooij. “Jonge docenten krijgen snel een baan. Maar dan worden ze in het diepe gegooid en verdrinken ze vaak. Om dat te voorkomen, koppelen wij ze aan een senior docent en geven coaching in klasmanagement. Het is heel belangrijk dat er af en toe iemand met ze meekijkt in de klas en monitort hoe het met ze gaat.”

    Traditioneel denken

    Volgens Van Kooij heeft het gebrek aan begeleiding twee oorzaken. Ten eerste is de ruimte er vaak niet, maar het heeft ook met ‘management en bewustzijn’ te maken. “Scholen kunnen nog veel winnen in goed werkgeverschap. Ze denken nog te traditioneel: je moet blij zijn dat je een baan hebt. Maar de banen liggen in het onderwijs voor het oprapen. Iedere docent kan zo ontslag nemen en kan morgen ergens anders aan de slag.”

    Ook op de Geert Groote School zag docent Van Eerten meerdere jonge docenten vertrekken door het gebrek aan goede begeleiding. Ze besloot het heft in eigen hand te nemen en zelf een programma op te zetten. Ze volgde een coachopleiding en begeleidt nu twee dagen per week vier jonge docenten. “Ik denk met ze mee, bezoek ze in de klas en draai af en toe zelf een les om te laten zien hoe je het aan kunt pakken. Het is heel prettig dat ze nu een senior als vraagbaak hebben. Dat zou eigenlijk op iedere school het geval moeten zijn.”

    Vicieuze cirkel

    Of de coaching ook volgend schooljaar kan doorgaan, is nog niet duidelijk. Die wordt nu betaald uit het potje voor werkdrukvermindering, maar dat geld is op een gegeven moment op.

    Het is een vicieuze cirkel, zegt Van Eerten. Het ministerie van OCW adviseert scholen om ‘strategischer personeelsbeleid’ te voeren om leraren te behouden. Maar hoe komen scholen toe aan strategisch personeelsbeleid als er in de eerste plaats niet genoeg personeel is om het te maken?

    Ze hoopt op meer politieke aandacht voor het behoud van docenten. Dat vraagt niet alleen om goede begeleiding, zegt Van Eerten, maar ook om een versmalling van het takenpakket. “Overal waar de maatschappij een leemte voelt, wordt naar het onderwijs gekeken om het op te lossen. Voeding, seksuele voorlichting, deradicalisering… Docenten van nu zijn halve opvoeders. Ga er maar aan staan als je 24 bent.”

    “Ik wilde als kleuter al juf worden. Ik had geen enkele twijfel om naar de pabo te gaan en vond de stages hartstikke leuk. Uiteindelijk ben ik in het speciaal onderwijs terechtgekomen. Daar kreeg ik na één dag invallen meteen een baan.

    “Het werd me steeds duidelijker dat ik niet gelukkig werd van ­alles eromheen: de werkdruk en administratieve rompslomp. Mijn passie lag bij de kinderen, maar dat was naar mijn idee waar we het minst mee bezig waren.

    Bureaucratie

    “Als ik iets aan wilde pakken met een kind, moest ik eerst een heel plan maken. Voordat dat was opgesteld gingen er weer twee weken overheen en dan was de situatie al geëscaleerd. Die bureaucratie nekte mij.

    “Ik hoorde steeds hetzelfde: we moeten bezuinigen. Ik had een onderwijsassistent die weg moest, terwijl ik die extra handen in de klas echt nodig had. Ik heb heel vaak tegen de schoolleiding gezegd dat als het zo doorging, ik weg zou gaan. Maar met mijn opmerkingen gebeurde niet genoeg.

    “Na twee jaar ben ik gestopt. Achteraf gezien had ik een dikke burn-out. Ik had veel meer steun willen hebben vanuit de directie. Voor hen kwam mijn vertrek alsnog als verrassing. Ze hadden geen zicht op de ernst van de situatie en stonden machteloos door de verplichte bezuinigingen. Uiteindelijk is dat de schuld van de regering.

    “Ik heb inmiddels een eigen bedrijf als kleur- en kledingstylist. Dat gaat goed. In het begin wist ik echt niet wat ik moest, maar ik besloot uiteindelijk om een van mijn andere passies op te pakken. Vroeger was het onderwijs mijn leven, ik had nog nooit over iets anders nagedacht. Maar nu kan ik me niet meer voorstellen dat ik ooit nog terugga.”

    “Toen ik aan het promoveren was, ontdekte ik dat ik lesgeven heel leuk vond. Ik meldde me aan voor het onderwijstraineeship van OCW, waarbij je twee dagen per week de lerarenopleiding volgt en de rest van de tijd voor de klas staat.

    “Ik vond al snel een middelbare school. Ze hadden een mooi verkooppraatje, maar ik merkte dat het zonder kennis van lesgeven heel zwaar is om voor de klas te staan. Ik moest gelijk zes klassen op een dag draaien. De grote pauze was niet lang genoeg om van het scheikundelokaal naar de lerarenkamer te komen, dus ik bleef in mijn lokaal. Ik had weinig contact met andere docenten.

    “De school vroeg dingen die je echt niet kunt vragen van een beginnend docent: meer verschillende werkvormen, meer differentiëren. Zonder het te willen werd ik onderdeel van de zesjescultuur. Ik had niet genoeg tijd en werkte zeven dagen per week. Na anderhalf jaar merkte ik dat ik het zo niet volhield.

    Functioneringsgesprek

    “Tijdens mijn functioneringsgesprek werd ik voor mijn gevoel afgefakkeld. In maart 2016 klapte ik eruit met een burn-out. Een paar maanden later hoorde ik dat mijn contract niet verlengd werd. Ik was helemaal klaar met het onderwijs. Ik ben geen slaaf!

    “Uiteindelijk heb ik het traineeship toch afgemaakt. Een medestudent nam een docent-coach mee naar de uitreiking. Toen ik haar vertelde dat ik was gestopt, nodigde ze me uit om bij het Joke Smit College te komen kijken. Dat is volwassenenonderwijs en daar was alles anders: de rust, de sfeer. Ik dacht: ik ga het gewoon proberen.

    “Ik was zo verbaasd. Ik kreeg een coach, mensen dachten mee. Het was hard werken, maar zó anders. Ik heb het nu onwijs naar mijn zin. Scholen moeten docenten heel goed voorbereiden en coachen, weet ik nu. De eerste jaren zijn vallen en opstaan. Dat is niet erg, maar dat vallen moet wel ondersteund gebeuren.”

    1 Reactie

    1. Dit verhaal is zo herkenbaar! Als docent aan de Lerarenopleiding in Sittard hoor ik regelmatig gelijksoortige verhalen van net afgestudeerden die door directies eigenlijk ‘misbruikt’ worden. Als we iets willen doen dan is het natuurlijk een van de eerste stappen om het lerarentekort tegen te gaan. Ruim 30% van jonge leraren in het VO vertrekt binnen enkele jaren! Enkele voorbeelden van recente ervaringen: een oud-student kreeg een baan van 0,4 fte met 14 lesuren per week, terwijl een fulltime baan 25 lesuren is. Bovendien horen volgens afspraak beginnende docenten extra uren te krijgen juist vanwege het hebben van minder ervaring. Deze extra uren krijgen zij overigens pas als ze een vaste baan hebben (zo krijgen zij te horen). Meestal krijgen ze die echter niet, terwijl ze nou juist dan die extra uren hard nodig hebben. Een ander voorbeeld is dat van net afgestudeerden die een contract kregen tot de eerste dag van de schoolvakantie in juli. Na de vakantie had de school hen weer nodig en ging het nieuwe contract in op de eerste schooldag. Dit betekende dus geen betaling tijdens vakantie. Alsof er in de vakantie niet de huur betaald hoeft te worden en er niet gegeten wordt. Ik kan zo nog talloze voorbeelden geven, het gaat echt om vrijwel alle afgestudeerden! Het is hoog tijd dat scholen en schoolbesturen worden aangesproken op dit korte termijn beleid en startende leraren normale contracten aanbieden en fatsoenlijk begeleiden.
      Het tweede probleem waar wat aan gedaan kan worden is de financiering van de lerarenopleidingen. Tot verbazing van mij en mijn collega’s die werken aan de lerarenopleiding moeten we de komende tijd zeker 10% gaan bezuinigen! Dit zal ten koste gaan van de kwaliteit die we nu leveren bij het opleiden tot docent van onze studenten. Doordat er minder geld en dus minder uren zijn voor begeleiding zullen naar verwachting ook meer studenten uitvallen die moeite hebben hun studie te organiseren.
      Vanuit de aard van deze opleidingen zijn er gemiddeld hogere kosten aan verbonden omdat ze bestaan uit meerdere vakopleidingen. Het ene vak is populairder dan het andere, toch moet de opleiding aangeboden worden, ook als er maar een gering aantal studenten is. De kosten daarvan zijn dus relatief hoog. Nu worden er bezuinigingen opgelegd aan vrijwel alle lerarenopleidingen in het land. Dat zal dus leiden tot kwaliteitsverlies en tot hogere studentenuitval, hetgeen weer een lagere uitstroom van afgestudeerden aan lerarenopleidingen zal betekenen. Het tekort wordt aldus alleen maar groter.
      Hoog tijd, wat mij betreft, dat de politiek aan bovenstaande problemen in het onderwijs wat gaat doen en effectieve maatregelen neemt die kunnen helpen het lerarentekort terug te brengen. Het ministerie probeert op allerlei manieren om nieuwe docenten te werven, maar als bovenstaande problemen niet worden opgelost, dan heeft dat totaal geen zin, want dan is het dweilen met de kraan open.