Forse stijging pensioenpremies verwacht

    0
    227

    De premie van het ouderdoms- en nabestaandenpensioen (OP/NP) van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) stijgt in 2021 naar verwachting van 24,9 naar 26,6 procent. Omdat de pensioenen aanmerkelijk duurder zijn geworden door lagere verwachte beleggingsopbrengsten en een lage rente is een premiestijging noodzakelijk. Het definitieve besluit over de hoogte van de premie van 2021 wordt eind november genomen.

    In het voorjaar van 2020 heeft ABP besloten het verwachte rendement in drie jaar stapsgewijs te verlagen (van 2,8 naar 2,0 procent in 2023). De sociale partners hebben besloten om de pensioenregeling 2021 niet aan te passen. Doordat het verwachte rendement naar beneden is bijgesteld én het opbouwpercentage gelijk blijft in 2021, is meer premie nodig om de pensioenen te financieren. Daardoor stijgt de pensioenpremie.

    De premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen stijgt naar verwachting van 24,9 naar 26,6 procent. De premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen (AOP) stijgt van 0,82 naar 0,83 procent. Deze premies worden door werkgevers en werknemers samen betaald (70 resp. 30 procent). De VPL-premie stijgt van 2,6 naar 3,1 procent. Hieraan gaan werknemers (weer) meebetalen (0,15 procent-punt). De werknemersbijdrage voor de VPL-regeling wordt verwerkt in de OP/NP-premie. Voor een werknemer met een bruto maandinkomen van 3.500 euro is de totale premieverhoging  13 euro netto per maand vanaf januari 2021.

     Premiestijging in 2022 en 2023

    Omdat het verwachte rendement in drie jaar in stapjes naar beneden gaat, zal – op basis van de huidige uitgangspunten – naar verwachting de premie ook in 2022 en 2023 stijgen. Pensioenen worden op basis van de huidige regeling steeds duurder.