Flexibele schil in onderwijs niet uitzonderlijk groot

    288

    In het basisonderwijs werkt 16 procent van het personeel op flexibele basis, in het voortgezet onderwijs 17 procent. Dat is te veel, vindt de vakbond.

    In het bedrijfsleven is er volop discussie over de steeds maar groeiende flexibele schil. Het onderwijs bleef steeds buiten schot. Precieze cijfers ontbraken en de gedachte was dat het onderwijs leerkrachten en docenten wel zo veel als mogelijk aan zich zou willen binden, gezien de tekorten aan onderwijzend personeel. Het CBS komt nu toch voor het eerst met aantallen over 2017, in opdracht van het ministerie van binnenlandse zaken.

    Het CBS telt een flexibele schil van respectievelijk 16 en 17 procent in het basis- en voortgezet onderwijs. De Algemene Onderwijsbond (AOb) vindt deze percentages te hoog. “Het lijkt een nieuw fenomeen dat er steeds meer op flexibele basis wordt gewerkt in het onderwijs”, reageert AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen. “Het begon met de schoolleiders, die kwamen vaak als zzp’er binnen. Nu breidt het zich uit naar de leraren. Dat is heel gek, gezien de situatie in het onderwijs met haar personeelstekort.”

    Angst voor verplichtingen

    De trend komt voort uit een angst voor verplichtingen, zegt Verheggen. “Het is risicomijdend gedrag van de bestuurders. In het onderwijs denken ze nog steeds: Wat als we straks mensen moeten ontslaan? Maar die gedachte is helemaal niet reëel. Ik vind het slecht personeelsbeleid. Daarbij potten ze nog steeds veel geld op. Maar scholen zijn geen bedrijf, ze hoeven geen winst te maken, zij moeten hun budget fatsoenlijk inzetten.”

    In december kwam de Onderwijsinspectie met de ‘Financiële staat van het onderwijs’. Daarin schat de inspectie dat er in het basisonderwijs circa 4500 fulltime banen zijn op flexibele basis. Dat zou nog geen 3,5 procent van het totale lerarenbestand zijn. Toch meldt de inspectie: “Het is een opvallend verschijnsel dat, in een situatie van toenemende personeelstekorten, gekozen wordt voor deze manier van contracteren.”

    Werkdruk

    De inspectie noemt de scholen te voorzichtig op financieel gebied. Dat kan negatieve effecten hebben, constateert het controleorgaan. “Het verhoogt de werkdruk van het personeel en daarmee de kans op ziekteverzuim. Daarnaast draagt het niet bij aan de professionele ontwikkeling van het personeel en de binding met de school.” De PO-raad, de vereniging van schoolbesturen in het basisonderwijs, vindt dat de cijfers ‘een onjuist beeld geven van de werkelijkheid’. Annemieke Kooper: “Ook de contracten van startend personeel zijn meegenomen en van personeel dat net van werkgever is gewisseld. Zij krijgen vaak eerst een tijdelijk contract met uitzicht op een vast contract. Dat is volkomen normaal.”

    Ze vervolgt: “Door het lerarentekort is er veel nieuw personeel en wisselt onderwijspersoneel vaker van baan. Door het extra geld voor de werkdruk zijn daarnaast nieuwe functies ontstaan. Ook voor deze functies geldt dat werknemers eerst met een tijdelijk contract beginnen.” De PO-raad benadrukt dat vaste contracten het uitgangspunt zijn en blijven.

    Duo

    De PO-raad verwijst naar de cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (Duo) die vorig jaar telde dat 10 procent van het personeel op de basisschool een tijdelijk contract heeft. Dat was enkele jaren geleden nog 6 procent. Duo is de enige instantie die het aantal tijdelijke banen in het onderwijs bijhoudt. Dat het CBS nu met 16 procent hoger uitkomt, komt doordat zij ook kijken naar uitzendkrachten, zzp’ers en onzekere arbeidscontracten zoals die op afroepbasis.

    In het voortgezet onderwijs ziet Duo 14 procent tijdelijke arbeidskrachten. De VO-raad herkent het percentage van 17 genoemd door het CBS wel. Deze vereniging voor schoolbesturen in het voortgezet onderwijs heeft daar verder geen opmerkingen over. Alle overheidsbanen bij het Rijk, provincie, gemeente, onderwijs, rechterlijke macht, politie, waterschappen en defensie hebben gemiddeld ook een flexibele schil van 17 procent. Universiteiten spannen de kroon met 43 procent, bij de rechterlijke macht werkt maar 7 procent op flexibele basis.