Extra middelen voor aanpak lerarentekort

    0
    309

    Het kabinet investeert extra in de aanpak van het lerarentekort. Het ministerie van OCW kondigt in een Kamerbrief de uitwerking van de verdeling van middelen aan die beschikbaar zijn gesteld bij de Voorjaarsnota. Het grootste deel van de middelen is bestemd voor de noodplannen van de G5 voor de aanpak van de tekorten in het po, daarnaast komt ook geld beschikbaar voor de flexibilisering van de lerarenopleidingen, zijinstroom en de regionale aanpak.

    Extra middelen flexibilisering opleidingen

    Het ministerie van OCW investeert structureel €11 miljoen euro extra voor het goed en flexibel opleiden van leraren. Daarbij zijn er drie subdoelen: het verder flexibiliseren van de lerarenopleidingen, het uitbouwen van samen opleiden en professionaliseren en het verder bevorderen van zij-instroom. Dit najaar maken de minister van OCW, de Vereniging Hogescholen en de VSNU afspraken over de inzet van de extra middelen. De lerarenopleidingen zullen daarbij actief inspelen op de vraag vanuit de arbeidsmarkt in het po, vo en mbo. De VO-raad wordt betrokken bij de verdere uitwerking hiervan. 

    Extra geld voor regionale aanpak tekorten

    Ook wordt de regeling regionale aanpak tekorten (RAP) in 2020 eenmalig verhoogd met 2,8 mln. Het eerdere tekort in de toekenning van de middelen voor de regionale aanpak is hiermee ingevuld. Hierdoor zijn voor de jaren 2020 en 2021 aan alle 67 regio’s, in het po, vo en mbo, subsidies toegekend om uitvoering te geven aan de ingediende regionale plannen. 

    Noodplannen G5 voor po 

    In de G5 zijn afspraken gemaakt over de noodmaatregelen tegen het lerarentekort die nodig zijn om de kwaliteit, kansengelijkheid en continuïteit van het onderwijs in het po te kunnen waarborgen. Voor deze noodplannen wordt structureel 21 miljoen beschikbaar gesteld. Iedere stad kiest voor een eigen aanpak. In Amsterdam krijgen alle leraren in het primair onderwijs een salaristoeslag. Leraren op scholen met veel achterstandsproblematiek krijgen een hogere toeslag dan leraren op andere scholen. Den Haag en Almere zetten in op bovenschoolse begeleiding van (startende) leraren en investeren ook in de inzet van meer onderwijsondersteunend personeel en vakkrachten. Rotterdam stelt de middelen beschikbaar voor alle tien de maatregelen uit het noodplan. In Utrecht wordt geïnvesteerd in de versterking van de samenwerking tussen de lerarenopleidingen en scholen. 

    De kennis die wordt opgedaan en de resultaten die worden gerealiseerd met de inzet van deze middelen in de G5 zal worden gemonitord en ook worden benut voor het bepalen van passende maatregelen voor de rest van het land. Ook voert de VO-raad gesprekken met bijvoorbeeld OCW en lerarenopleidingen om de aandacht voor de problematiek in het vo steviger te verankeren in de aanpak van de tekorten.

    Dit najaar volgt een uitgebreide Kamerbrief over het lerarenbeleid en de arbeidsmarkt onderwijs, inclusief nieuwe ramingen.