Extra goed monitoren of leerling op juiste niveau zit

    0
    183

    Het is dit jaar extra belangrijk om scherp in de gaten te houden of leerlingen die aan het voortgezet onderwijs zijn begonnen op het juiste niveau zitten. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer over de gevolgen van het schrappen van de eindtoets in groep 8 van de basisschool.

    In maart maakte Slob bekend dat de eindtoets vanwege de coronacrisis niet doorging. De minister meldde toen dat leraren en schoolleiders het al heel erg druk hadden met het organiseren van online onderwijs voor de kinderen die thuiszaten en dat zij de eindtoets er niet nog eens bij konden hebben. De leerlingen van groep 8 hadden op dat moment al van hun leraar het advies voor het voortgezet onderwijs gekregen. Dat advies werd bepalend, dus zonder dat de eindtoets er nog aan te pas kwam.

    Kansenongelijkheid

    Het Centraal Planbureau (CPB) kwam in juli met de waarschuwing dat naar schatting 14.000 leerlingen door het uitblijven van de eindtoets geen hoger schooladvies konden krijgen. Dat zou volgens het CPB de kansenongelijkheid vergroten, omdat vooral  leerlingen met een migratieachtergrond en kinderen van ouders met een lagere opleiding en/of laag inkomen een hoger advies zouden mislopen. Het CPB wees erop dat deze groep de afgelopen jaren relatief vaak een hogere toetsscore had dan verwacht, waardoor deze leerlingen in aanmerking konden komen voor een heroverweging.

    Tweede Kamerlid Rudmer Heerema van de VVD stelde naar aanleiding van de waarschuwing van het CPB vragen aan de minister. Heerma wilde van Slob onder andere weten wat nodig is om te voorkomen dat de kansenongelijkheid toeneemt. In antwoord hierop benadrukt de minister ‘dat het belangrijk is dat leerlingen onderwijs kunnen volgen op een niveau dat recht doet aan hun mogelijkheden’. Het is daarom volgens Slob dit jaar nog belangrijker ‘om scherp te monitoren of leerlingen op het juiste niveau zitten’. Hij wil dat de scholen daar extra alert op zijn.

    De minister zegt erop te vertrouwen dat de scholen voor voortgezet onderwijs hier hun verantwoordelijkheid in zullen nemen. Waar nodig zal hij aanvullende maatregelen nemen, zo staat in zijn antwoorden op de Kamervragen.