Elke leerling zijn eigen rooster

    0
    1281

    Vwo-leerlingen in Sneek bepalen goeddeels hun eigen rooster. Eén uur per vak is wekelijks verplicht, de rest gaat op behoefte. “Je kan wel acht uur scheikunde per week volgen.”

    Het rooster van vwo-leerlingen is op scholengemeenschap Bogerman in Sneek drastisch op de schop gegaan. Leerlingen van het tweede tot en met het zesde jaar hebben er sinds dit jaar ’s ochtends verplichte vakken -elke week minimaal één uur per vak- en delen de rest van de dag zelf in. Tijdens maatwerkuren schrijven ze zich in voor vakken waar ze extra uitleg voor kunnen gebruiken, of ze gaan zelfstandig aan het werk op het leerplein -met tot twee uur ’s middags begeleiding van bijvoorbeeld een onderwijsassistent, later op de middag is er toezicht.

    “Als je alle leerlingen hetzelfde aanbiedt, doe je ze allemaal tekort”, legt afdelingsleider en docent Grieks Dirk-Jan Dekker de keuze voor het nieuwe roostersysteem uit. “We wilden flexibeler roosteren om echt onderwijs op maat te geven.” De vwo-afdeling voelde zich min of meer gedwongen zich te onderscheiden. “We zitten hier in een krimpregio. Leerlingen trekken gaat beter als je niet precies hetzelfde doet als je collega-school.”

    Geen bezuiniging

    Een bezuiniging is het nieuwe systeem niet, benadrukt Dekker. “Alle docenten hebben hetzelfde aantal uren gehouden, we hebben onderwijsassistenten aangetrokken voor de begeleiding op het leerplein en we hebben zelfs een kleine verbouwing ondergaan. Je kan niet compleet ander onderwijs aanbieden in hetzelfde gebouw: vandaar dat we een vwo-leerplein hebben gekregen voor maatwerk- en tussenuren.”

    Voor docenten betekent het nieuwe systeem een totaal andere manier van werken. “Zij moeten de stof ’s ochtends in het verplichte uur uitleggen en de maatwerkuren gebruiken voor verdieping en vaardigheden. De docent serveert niet meer elders gezette koffie. Iedereen maakt zijn eigen onderwijs. Wat mij betreft is de lesmethode als rollator ook een schrikbeeld.” Het nieuwe systeem dwingt leerlingen zelfkennis te ontwikkelen. Dekker: “Ze werken niet meer vanuit taken, maar vanuit doelen.”

    Onnuttig

    “Ik volg geen onnuttige lessen meer”, vertelt Marte uit 6-vwo. “Uren die ik eerst in bijvoorbeeld de Duits les doorbracht, besteed ik nu aan natuurkunde, waarvoor ik wel wat extra hulp kan gebruiken.” Het gebrek aan structuur noemt haar klasgenoot Hester als een nadeel van het systeem. “Soms heb ik het gevoel dat ik iets te vrij wordt gelaten.”

    “Als je wilt kun je elke week hetzelfde inplannen en heb je dus weer een klassiek rooster”, brengt Dekker daartegenin. Maar hij erkent: “Een leerling kan makkelijker duiken. Vandaar dat leerlingen hun mentor nu drie keer per week zien. Die mentoren moeten heel scherp zijn. Ze hebben allemaal een programma ‘didactisch coachen’ gevolgd. Het mentorschap is veel inhoudelijker en persoonlijker geworden. Want je kan het leerlingen niet helemaal zelf laten bepalen. Dan gaan ze te veel met vriendjes mee of brengen al hun keuze-uren op het leerplein door.”

     

    Dekker vindt het heel belangrijk dat leerlingen leren wat wel en niet nuttig voor hen is. “Die zelfstandigheid hebben ze straks op de universiteit ook nodig.” Voordat het nieuwe systeem werd ingevoerd was er tussen mei en juli vorig jaar een proef. Wat opviel was dat de onderbouw makkelijker tot de nieuwe werkwijze overging dan de bovenbouw. Dekker: “In het primair onderwijs wordt er al veel meer met werk- en leertaken gewerkt; wordt er in feite meer een beroep op de zelfstandigheid van leerlingen gedaan. In het voortgezet onderwijs leren we leerlingen vakkundig af zelf na te denken over hun doelen en dat moeten ze dan op de universiteit weer oppikken. Heel onlogisch eigenlijk.”

    Pijnlijk

    Vanaf dit schooljaar werkt ook de brugklas met flexibele roosters. En vanaf september 2019 gaan ook de havo- en vmbo-afdeling van Bogerman over op het systeem. Voor de roostermakers een hele klus. “Het vaste deel is makkelijker in te roosteren dan bij een traditioneel rooster, omdat het om zo weinig uren gaat”, vertelt interim-roostermaker Bas Lommert. “Maar het flexibele gedeelte is een hele puzzel.” In het roosterprogramma Zermelo -de werkgever van Lommert- zijn de maatwerkuren opgenomen. In het schooladministratiesysteem Magister kunnen leerlingen zich inschrijven voor die uren.

    “Wie wil kan wel acht uur scheikunde per week volgen”, juicht Dekker. “Maar het kan zijn dat een leerling bijvoorbeeld wiskunde B en Nederlands wil volgen tijdens de maatwerkuren, en dat die vakken op hetzelfde moment gegeven worden.” Daarom kunnen leerlingen ook bij een andere leraar aanschuiven dan die van henzelf. Bijkomend voordeel daarvan is dat een leerling dezelfde stof door verschillende mensen uitgelegd kan krijgen. Maar het kan ook pijnlijk blootleggen welke docent favoriet is en welke niet.

    “Tot nu toe hebben we nog niet meegemaakt dat lessen amper bezocht werden omdat leerlingen een docent niet goed vinden of een hekel aan hem hebben. Mocht zich dat wel voordoen, dan is dat aanleiding de lessen van die docent te bezoeken en te evalueren. Het kan ook andere oorzaken hebben als klassen leeg blijven. Vlak voor een toets bijvoorbeeld willen veel leerlingen naar het vak van die toets en dat gaat ten koste van andere lessen.”