Elf tips voor een goed groepsplan

    0
    1441

    Groepsplannen schrijven is ‘stom werk’, vinden veel leerkrachten. Maar het is helemaal stom om een dik plan te schrijven en het dan in de kast te laten verstoffen. Daarom: elf tips voor een goed groepsplan.

    1. Houd het doel voor ogen
      Groepsplannen zijn niet verplicht, benadrukt de Onderwijsinspectie. Toch zijn ze voorlopig niet de wereld uit, zo leert de praktijk. Wat is een groepsplan eigenlijk? Of liever: wat zou zo’n plan moeten zijn? Er zijn vele soorten en maten en leerkrachten en scholen maken hun eigen keuzes. “In zo’n plan deel je het ‘Mickey Mouse-model’ in, zegt Lourens van der Leij. “Het hoofd van Mickey is de grootste groep van je leerlingen. De twee oortjes zijn degenen die extra uitleg nodig hebben en degenen die meer uitdaging aankunnen. Voor elk van die groepen schrijf je op wat je aanbiedt. Dat groepsplan is, zeg maar, het bouwplan van je les.”
      “Je bekijkt wat kinderen nodig hebben en deelt ze in je groepsplan samen in op ondersteuningsbehoefte”, zegt Mieke Staal. En ja, die informatie heb je, als leerkracht,
      natuurlijk vaak al in je hoofd zitten. Juf Bianca Antonissen: “Maar als je het zwart-op-wit zet, geeft dat overzicht voor jezelf. En voor je eventuele duocollega. Of voor de vervanger, als jij een been breekt.”
    2. Maak een plan niet te gedetailleerd
      “Zet alleen de struikelblokken in je groepsplan”, adviseert Van der Leij. “Weet je dat zinsontleding een moeilijk onderwerp is? Maak daar dan een groepsplan van: Welke leerlingen zet jij in een van de drie groepjes van Mickey Mouse?” “Probeer niet de ontwikkeling van ieder kind in een groepsplan te vangen”, zegt Antonissen. “Stel, je hebt een kleuter die moeite heeft met rijmen. Je schrijft in je groepsplan dat je de komende periode extra aandacht gaat besteden aan het rijmen, je beschrijft een doel en vertelt hoe je gaat evalueren. Maar als het kind het rijmen al na het eerste extra rijmlesje beheerst, kan je plan de prullenbak in.”
    3. Koppel doelen niet aan de Cito-scores
      “Je mag best doelen opstellen over de algemene groei van de Cito-scores”, vindt Antonissen. “Dan kun je ook ingrijpen, in je onderwijs, als die doelen niet gehaald worden. Maar ga alsjeblieft niet een doel opschrijven als: Jantje haalt een II op Cito Taal. Daar is een groepsplan niet voor. Een groepsplan is een leidraad voor je handelen, geen document waarmee je jezelf of je leerling afrekent op resultaten.”
    4. Wees realistisch
      Over doelen gesproken: wees realistisch. Antonissen: “Schrijf niet in een plan dat je elke dag tien minuten met een groepje kleuters gaat zitten om hun woordenschat bij te spijkeren, als je weet dat je dat toch nooit gaat lukken.” Oh ja: en schrijf ook geen doelen op die je toch al haalt, vult Van der Leij aan. “Dan wordt een groepsplan een doel op zichzelf. Ik zeg altijd: Minder plannen, meer leren.”
    5. Doe het snel
      Besteed vooral niet te veel tijd aan het schrijven van een groepsplan, zegt Staal. “Als je heel minutieus gaat invullen wat elke leerling precies nodig heeft, ben je daar heel lang mee bezig. Beschrijf alleen de uitzonderlijke gevallen – de dingen waarover je langer dan tien seconden moet nadenken.”
    6. Maak er koffievlekken op
      Een goed groepsplan is een levend document. “Een plan schrijven om het vervolgens in de kast te laten verstoffen is echt onzin”, vindt Staal. “Een goed groepsplan heeft ezelsoren
      en koffievlekken”, zegt Antonissen. “Je kijkt het dagelijks in, je stelt het bij. Zitten nog de goede kinderen bij de verlengde instructie? Moet je over een bepaald onderdeel nog klassikaal een extra lesje geven? Zijn de doelen te hoog of te laag gesteld?”
    7. Schrijf ze niet voor je bestuur of directie
      Antonissen: “Je ziet soms dat een bestuur besluit dat er gewerkt gaat worden met groepsplannen. En dat dit besluit dan van bovenaf wordt gedropt op de scholen.” Dat leidt dan nogal eens tot administreren om het administreren. “Stel een werkgroep in die bedenkt hoe groepsplannen in jullie school het meeste voordeel opleveren”, zegt Antonissen. “En vraag die werkgroep ook een format te ontwikkelen. Zo hoeft niet iedereen zelf het wiel uit te vinden.”
    8. Schrijf ze niet voor handelingsgericht werken
      Een groot misverstand rond groepsplannen is dat deze onlosmakelijk verbonden zijn met handelingsgericht werken. Nee dus, zegt Staal. “Ik heb die opmerking toevallig deze week
      weer gehoord, in twee verschillende groepen. Maar het is niet waar. Een groepsplan kan een onderdeel zijn van handelingsgericht werken, maar er staat nergens dat het moet.”
    9. Schrijf wel ontwikkelingsperspectieven
      De traditionele handelingsplannen zijn met de invoering van passend onderwijs vervangen door het ontwikkelingsperspectief (opp). Dat zijn documenten die moeten worden opgesteld voor leerlingen die geld nodig hebben voor extra zorg vanuit het samenwerkingsverband. Leerkrachten ervaren het opstellen van opp’s vaak als zwaar, zegt Van der Leij. “Je moet laten zien dat je echt alles hebt geprobeerd met de leerling, maar dat het niet is gelukt en dat je dus recht hebt op extra hulp. Dat is veel werk, en daar komen vaak ook ib’ers en psychologen bij kijken. Dat worden hele dikke dossiers, maar dat is logisch: het gaat over centen. Dus dat hoort bij je werk.”
    10. Schakel ouders en leerlingen in
      Maak bij het opstellen van ontwikkelingsperspectieven (oop’s) gebruik van de ouders en de leerling, adviseert Van de Wiel. “Een leerling kan zelf vaak heel goed aangeven wat hij nodig heeft, en het is soms verrassend hoeveel inzicht ouders hebben. Zij hebben vaak meer bij te dragen dan je denkt. En daarmee wordt zo’n opp ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid.”
    11. Doe het voor je leerlingen
      Natuurlijk, administratie is nooit leuk. Van de Wiel: “Leerkrachten hebben een passie voor onderwijs, niet voor administratie. Maar mijn ervaring is dat een leerkracht best wil administreren, als dat maar iets oplevert voor het onderwijs. Als de leerling er maar beter van wordt, doordat je als leerkracht beter ziet wat hij nodig heeft. En een goed groepsplan helpt daarbij.”