Eenderde scholen schaft zittenblijven af in coronajaar

    0
    272

    Middelbare scholen stellen zich vanwege de coronacrisis coulant op voor leerlingen van wie de leerprestaties zijn achtergebleven. Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant.

    Een meerderheid van de middelbare scholen (53 procent) zegt dat de normale ‘overgangsnormen’ niet gelden vanwege de coronacrisis. Ruim eenderde van de scholen (38 procent) heeft zittenblijven dit jaar helemaal afgeschaft. 15 procent laat ouders en leerlingen samen bepalen of ze dit jaar overgaan. 

    Dit blijkt uit een enquête van de Volkskrant onder alle middelbare scholen in Nederland. De enquête is ingevuld door 149 scholen, die samen lesgeven aan ongeveer 20 procent van alle leerlingen in het regulier voortgezet onderwijs. Ruim 950 duizend middelbare scholieren krijgen in de komende weken te horen of ze mogen doorstromen naar het volgende leerjaar.

    Gewoonlijk geven scholen op basis van rapportcijfers een bindend advies over zittenblijven of overgaan. Die methode wordt dit jaar nog maar door een minderheid van de scholen (41 procent) gehanteerd. 

    De reden hiervoor is dat veel leerlingen al weken geen officiële rapportcijfers meer krijgen doordat de proefwerken op school niet doorgaan. Middelbare scholen sloten op 16 maart hun deuren en gaan pas op dinsdag 2 juni weer open. Ondertussen hebben scholieren thuis digitaal les gekregen. Maar het lukt niet alle leerlingen om die lessen goed te volgen. Bijvoorbeeld omdat zij geen rustige werkplek hebben of omdat zij kampen met stress vanwege zieke of ontslagen familieleden. Mede daarom kiezen veel scholen dit jaar voor soepelere overgangsnormen. 

    Een populair alternatief is om alle leerlingen te laten overgaan (38 procent). Er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor extreme gevallen, zoals leerlingen die ook voor de coronacrisis al niet op school verschenen. 

    Overgaan, tenzij…

    ‘Ons uitgangspunt is dat leerlingen dit jaar overgaan, tenzij…’, zegt de woordvoerder van Ons Middelbaar Onderwijs (OMO), een Brabantse scholenkoepel met ruim 62 duizend scholieren. ‘Door de coronacrisis zijn toetsen op een andere wijze, veelal digitaal, afgenomen. Leerlingen hebben wel de mogelijkheid gehad om hun resultaten te verbeteren. Maar het onderwijsprogramma is anders verlopen dan in een normaal schooljaar. Dan kunnen we heel streng zijn, maar wij denken dat het beter is om ze in deze tijd kansen te bieden en ze te vooruit te helpen.’

    Opmerkelijk is dat dit jaar ook veel scholen (ruim 15 procent) ervoor kiezen om ouders (samen met hun kinderen) te laten bepalen of ze overgaan’ Op één school die meedeed aan de enquête, het Ulenhofcollege in Doetinchem, ligt de eindbeslissing bij de leerling.

    ‘Als een leerling tegen het advies van de school in toch wil overgaan, moet hij in een plan van aanpak laten weten hoe hij de hiaten volgend leerjaar wil wegwerken’, zegt schooldirecteur Ilja Faber. ‘Maar wij geven hem dus het voordeel van de twijfel.’ Hij beklemtoont dat er voorafgaand aan de keuze van de leerling een ‘pedagogisch gesprek’ plaatsvindt tussen leerling, ouders en school. ‘Ik zit al 16 jaar in het onderwijs en mijn ervaring is dat we hier bijna altijd wel uitkomen.’

    Volgens Faber zal het in de praktijk wel meevallen met leerlingen die er met de pet naar gooien. ‘Ze weten dat er geen harde blokkade ligt, maar de meeste leerlingen doen gewoon hun best.’

    Kansenongelijkheid

    Het ministerie van onderwijs is niet blij met de nieuwe regels. ‘Als ouders mogen bepalen of hun kind naar de volgende klas gaan, kan dit leiden tot kansenongelijkheid. Vooral mondige en hoogopgeleide ouders zullen daarvan gebruik maken. Dat is niet wenselijk’, zegt een woordvoerder van het ministerie. 

    Zittenblijven afschaffen vindt het ministerie een minder groot probleem: ‘Leraren zijn de professionals die het beste kunnen beoordelen wat voor een leerling de juiste stap is. Als volgens hen alle leerlingen naar de volgende klas kunnen, dan moeten we erop vertrouwen dat dit kan.’

    De vereniging voor scholen in het voortgezet onderwijs, de VO-raad, heeft scholen eind april al geadviseerd om coulant te zijn vanwege de coronacrisis. ‘Wij horen dat eigenlijk alle scholen in deze bijzondere situatie denken in kansen voor leerlingen. Een deel kiest voor een andere procedure dan gebruikelijk, maar ook de scholen die dat niet doen, houden nadrukkelijk rekening met de bijzondere omstandigheden en geven leerlingen vaak het voordeel van de twijfel’, zegt VO-raad voorzitter Paul Rosenmöller. Hij vindt dat niet ‘meer dan logisch’. 

    Ruim 5 procent van de scholen heeft nog niet besloten welke criteria dit jaar gelden voor het overgaan.