Deze Nederlandse juf behoort tot ‘de tien beste leraren ter wereld’

    757

    Ze mag zich tot de beste leraren van de wereld rekenen, en hoort volgende maand of ze ook de állerbeste is. Daisy Mertens (31) is juf op een basisschool in Helmond en sinds donderdag een van de tien finalisten van de prestigieuze Global Teacher Prize. Nooit eerder kwam een Nederlandse leerkracht zo ver. Een uitzonderlijke prestatie, en dat voor iemand die allesbehalve gemotiveerd de pabo doorliep. Wie is juf Daisy?

    Je was Leraar van het Jaar 2016 en bent nu in de race voor de Global Teacher Prize: dat klinkt als een nogal ambitieuze en talentvolle leerkracht. Wist je altijd al dat je juf wilde worden?

    “Nee, ik wilde Duits studeren, maar ik was er superslecht in. Dan maar de pabo, besloot ik. Ik vond kinderen altijd heel leuk. Een vriendin vroeg vorige week: ‘Weet je nog dat je bijna van de pabo af moest?’ Klopte, ik deed geen fluit. Ik moest dag in dag uit lesschemaformulieren typen, monsterlijke beeldjes kleien en liedjes zingen. Vreselijk. Ik kreeg een onvoldoende voor mijn stage, ik was te pedagogisch bezig en te weinig didactisch. Maar door de komst van een super-inspirerende mentor en het zogeheten ‘competentiegericht onderwijs’ veranderde uiteindelijk alles. Bij haar mocht ik zelf gaan nadenken over mijn visie en hoe ik les wilde geven. Pas toen werd het echt boeiend.”

    Zelf nadenken over wat je wilt leren: dat is toch ook wat je nu je eigen leerlingen laat doen?

    “Klopt. Ik wil kinderen niet klakkeloos voorschotelen wat ze moeten leren en wat er nu eenmaal in het lesboek staat. Ik vind dat ze actief moeten meedenken over hun onderwijs, en over hoe hun school gerund wordt. Kinderen hebben veel relevante input, maar je moet wel écht in alle openheid naar ze luisteren. Hun stem moet gehoord worden, en die moet net zo zwaar wegen als die van volwassenen.”

    Hoe gaat dat bij jou concreet in de klas in z’n werk?

    “Ik had eind vorig jaar bijvoorbeeld een klein project voorgesteld in de klas, over feestdagen. Ik dacht: dan gaan we Kerst en Oud en Nieuw bespreken, maar mijn leerlingen vonden het véél te klein. Sommige kinderen gaven aan geen Kerst te vieren, anderen vroegen zich af wat de joden dan eigenlijk doen. Daarom startten ze op eigen initiatief een onderzoek naar wereldgodsdiensten. Moslimkinderen besloten op bezoek te gaan in een katholieke kerk. Een lesmethode kan wel met een thema als ‘vriendschap’ komen aanzetten, maar ik vind het veel betekenisvoller om dat uit een kind te halen. Bovendien word je veel creatiever als je concreet bezig kunt zijn met de wereld waarin je opgroeit.”

    Wat voor leerlingen zijn het eigenlijk, aan wie je lesgeeft?

    “Ik werk op basisschool De Vuurvogel in Helmond, een multiculturele school. Twee dagen per week geef ik les aan groep 7, plus twee ochtenden in de week aan X-tra. Dat is een groep kinderen met een benedengemiddeld IQ. Zij hebben extra begeleiding nodig, vooral bij rekenen en taal. Samen geven we hun onderwijs vorm, want de methodes van uitgeverijen zijn gericht op de gemiddelde leerling. Maar de kinderen van X-tra blijken iets heel anders nodig te hebben. Praktische dingen, zoals: hoe voer ik een gesprek, hoe schrijf ik een e-mail en hoeveel kost het als ik de kraan aan laat staan terwijl ik mijn tanden poets.”

    Dat jij kinderen laat meedenken over hun onderwijs, is precies waarom je bij de jury van de Global Teacher Prize opviel in de ruim tienduizend inzendingen. Waarom vind je die betrokkenheid zo belangrijk?

    “Eigenaarschap, daar gaat het om. Het maakt kinderen verantwoordelijk voor hun eigen leren, dat motiveert. Het wakkert hun creativiteit aan, ze leren oplossingsgericht denken, het geeft zelfvertrouwen. En het helpt leerkrachten óók. Die zijn niet meer alleen verantwoordelijk. En kinderen zijn niet bang om ongegeneerd te zeggen wat ze vinden, ze kijken met een andere blik. Daar heeft een leerkracht veel aan.”

    Maar hoe geef je een kind medezeggenschap zonder dat je de controle verliest over zaken als resultaten en Cito-scores? Hoe bepaal je die grens?

    “Ik denk niet dat er grenzen zijn. Natuurlijk kijk ik altijd naar de theorie, en moeten de kinderen toewerken naar bepaalde kerndoelen. En er is een verschil tussen kinderen een stem geven en ze echt alle beslissingen laten nemen. Een begroting is een middel om onderwijs te verzorgen, daar hebben kinderen wel echt iets over te zeggen. Maar dat een volwassene de knoop doorhakt, is niet raar. 

    Wat mij betreft denken mijn leerlingen over elk onderwerp mee. Ik heb er nu een die later iets met ICT wil doen. Die zal meedenken over ICT in school. Ik geloof in een officiële raad in elke school, waarin ook kinderen zitten. Net als een Raad van Bestuur die advies geeft aan een College van Bestuur.”

    Op 24 maart is de finale in Dubai. Als je wint, krijg je 1 miljoen dollar (ruim 882.000 euro) om te besteden aan onderwijsverbetering. Waar wil je dat dan concreet aan uitgeven?

    “Ik wil dat het normaal wordt om kinderen te betrekken bij onderwijsinnovatie. Iedereen binnen een school moet gaan meedenken over de kwaliteit van het onderwijs. Maar ik ben ook maar één juf, in m’n eentje krijg ik dat niet voor elkaar. Daarom werk ik samen met prinses Laurentien. Zij zorgt al jaren dat bedrijven en organisaties, tot de overheid aan toe, zien hoe belangrijk het is om kinderen te betrekken. Nu gaan we het onderwijs écht aanpakken. 

    De eerste scholen hebben zich al gemeld voor een pilot. We gaan samen uitvogelen hoe schooldirecteuren, kinderen, leraren en ouders met elkaar hun school organiseren, van het curriculum tot het gedrag van leraren en hoe het geld goed wordt besteed. Die pilot is nog maar het begin, dit moet zich als een olievlek gaat verspreiden. Er zijn zoveel leraren en schooldirecteuren die dit interessant vinden, maar ze moeten er wel in getraind worden.”