D66: Vul leerplichtwet aan met ‘leerrecht’

    0
    101

    De leerplichtwet moet worden aangevuld met een ‘leerrecht’. Dat moet voorkomen dat leerlingen nodeloos thuiszitten, omdat zij niet terechtkunnen in het passend onderwijs. Hiertoe dient D66 maandag een initiatiefwetsvoorstel in, dat voor consultatie naar ouders, scholen, leraren en andere betrokkenen gaat.

    De Kamer debatteert de hele dag over de evaluatie van het passend onderwijs, dat in 2014 is ingevoerd. Kinderen met een ziekte, handicap, leer- of gedragsproblemen, of juist hoogbegaafdheid, gaan sinds die tijd zoveel mogelijk naar de gewone basisschool en het reguliere voortgezet onderwijs. Daar krijgen zij extra zorg en aandacht, was de gedachte.

    Maar in de praktijk kent dit nieuwe systeem veel manco’s. Het zou de toestroom naar het speciaal onderwijs verlagen, maar daarvan is geen sprake. Ook zitten steeds meer kinderen thuis. Lang niet alle scholen slagen erin de hun toebedeelde nieuwe taken te vervullen, waar leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben om vragen.

    D66-Kamerlid Paul van Meenen: ‘Ouders moeten in dat geval een ontheffing van de leerplicht aanvragen, om geen strafbaar feit te plegen. Hun kinderen zitten dan noodgedwongen met een vrijstelling thuis. Dat is pervers.’ In een toelichting bij de initiatiefwet schrijft D66 dat hun aantal is opgelopen van 1.747 in 2006 tot 6.022 in 2018. Volgens de stichting Ouders en Onderwijs bedraagt het totaal aantal kinderen dat voor korte of langere tijd thuiszit zelfs 15 duizend. In de nieuwe initiatiefwet dienen kinderen die ‘leerbaar’ zijn, na advies van een jeugdarts het onderwijs te krijgen dat bij hen past. Vrijstellingen zijn voor deze kinderen dan niet langer toegestaan.

    Van Meenen: ‘Passend onderwijs heeft zijn veelbelovende naam niet waargemaakt en daar moeten we wat aan doen. Leerlingen met bijvoorbeeld een ernstige beperking, of hoogbegaafdheid en autisme, moeten naar hun mogelijkheden door de overheid bekostigd onderwijs krijgen. De jeugdarts, die nu al een formele rol heeft namens de overheid, moet daartoe een aanwijzing kunnen geven. Dan mag er daarna ook geen discussie meer zijn: de school moet aanpassingen doen, het kind heeft recht op onderwijs, punt.’

    Reden voor de hapering is dat de uitvoering van het passend onderwijs in handen is gelegd van ‘regionale samenwerkingsverbanden’. Schoolbesturen in de regio moeten het passend onderwijs vormgeven, in samenwerking met gemeenten en jeugdzorg. Maar volgens Van Meenen heeft dat geleid tot ‘kafkaëske knopen’. Die kunnen worden ontward door op elke school een zorgteam samen te stellen, dat de leerlingenpopulatie precies kent.

    De Wet passend onderwijs is na vijf jaar geëvalueerd, op basis waarvan minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) eerder deze maand 25 maatregelen naar de Tweede Kamer stuurde die meer duidelijkheid moeten geven over wat wel en niet kan in het passend onderwijs. ‘Het gaat nog niet overal zoals we willen’, aldus Slob. ‘Daarom is een stevige verbeteraanpak nodig.’

    Ook Slob noemt het wettelijk vastleggen van het leerrecht wenselijk, conform het regeerakkoord uit 2017 en het door Nederland in 1995 ondertekende VN-Kinderrechtenverdrag. Alleen: tot nu toe gebeurde er niets mee. ‘Ik weet dat het lastig is’, zegt Van Meenen. ‘Maar de minister is op dit punt te vaag en ik heb haast. Je kunt zeggen: de meeste kinderen gaan gewoon naar school, zeker, maar er zitten er ook duizenden thuis. En hun aantal groeit. Die kinderen laten we in de steek als we zeggen: de leerplicht geldt niet voor jou, bedankt en succes in je leven.’