Basisonderwijs worstelt met 1,5 meterregel

    0
    702

    Voor basisscholen was het in de eerste week dat zij weer open mochten lastig om met de 1,5 meterregel om te gaan, blijkt uit een rondgang langs drie scholenkoepels. De Algemene Onderwijsbond (AOb) vindt dat de regering daar rekening mee moet houden bij een eventuele heropening van het voortgezet onderwijs.

    “Het is wennen dat de kinderen weer op school zijn, maar wel heel fijn”, zegt Stanley Geukens, leerkracht en adjunct-directeur bij STWT, een Amsterdamse koepel met zestien scholen. “Ik merk nog wel veel angst en onzekerheid. Een derde van de leerlingen is nog thuis, maar ouders krijgen langzaam hun vertrouwen terug en de leerlingen komen weer binnendruppelen.”

    Anderhalve meter afstand houden is onder collega’s goed te doen, vertelt Geukens. “Maar met kinderen is het lastiger. Bijvoorbeeld als ze bij een ruzie uit elkaar gehaald moeten worden. Met kleuters is het bijna onmogelijk. Vanaf groep 4 zijn ze er zich meer bewust van.”

    Anders werken

    Een woordvoerder van de Almeerse Scholen Groep (ASG), waar veertig basisscholen onder vallen, deelt die observatie. “Kinderen zijn nou eenmaal kinderen”, zegt zij. Ook bij de scholen van de ASG blijven nog leerlingen thuis van wie de ouders de kat uit de boom kijken. Met de enkele leerlingen die tijdens de sluiting buiten beeld zijn geraakt, hebben de scholen inmiddels weer contact.

    Voor de leraren is alles afgelopen week anders, zegt de woordvoerder. “Zij moeten afstand van elkaar houden. Sommigen zijn bovendien nog niet op het werk omdat zij in een risicogroep zitten. Ook is er geen contact met ouders omdat die buiten moeten blijven. De werkkring en de hele manier van werken zijn anders, ook is het wennen aan minder kinderen en looppaden.”

    Afstand houden lastig

    Van de Groninger scholenkoepel OPROM (achttien scholen) bleef zo’n 3 procent van de leerlingen nog thuis, vertelt bestuursvoorzitter Marieke Andreae. “De leerlingen die weer komen zijn een stuk meer timide dan we ze kennen. Ze vinden het duidelijk spannend en voelen zich verantwoordelijk.” Afstand houden vinden ze erg lastig, vertelt Andreae. “Ik hoorde dat het een van de kleuterjuffen ongeveer tien minuten was gelukt. In de praktijk is het niet te handhaven.”

    De woordvoerder van de AOb ziet ook vaak dat het kinderen bijna niet lukt om afstand te houden. “Of de huidige gang van zaken verantwoord is, moet blijken. Het is daarom belangrijk dat er goed wordt geëvalueerd. Dat het moeilijk is om kinderen fysiek uit elkaar te houden, moet worden meegenomen in het maken van modellen voor het voortgezet onderwijs.”