Aanpak lerarentekort: “Het is prachtig om te zien welke potentie er boven komt”

    0
    767

    In februari 2019 startte Eenbes Basisonderwijs, samen met het Summa College, een opleidingstraject om onderwijsassistenten op te leiden tot leerkrachtondersteuner. Niet als dé oplossing is voor het lerarentekort; wel vanuit de gedachte dat het onderwijs anders georganiseerd moet worden. Inmiddels is de eerste groep studenten bijna klaar. Met een onverwachte ‘bijvangst’: ,,De helft van deze groep is zo enthousiast dat ze graag verder willen studeren aan de pabo.”

    Bijna twee jaar geleden besloot Eenbes kritisch te kijken naar de organisatie van haar onderwijs, steekt Wim Klaassen, bestuurder bij Eenbes, van wal. ,,Als wij onze opdracht serieus nemen, en dat doen we, dan zullen we ook na moeten denken over de organisatie van ons onderwijs. Kunnen we blijven volstaan met traditioneel onderwijs: één leerkracht voor de klas die verantwoordelijk is voor alles wat kinderen nodig hebben en verdienen? Of doen we er goed aan om met meer kwalificaties te gaan werken, zodat we die aandacht kunnen bieden die kinderen nodig hebben?” Daarbij kwam een stevigere rol voor onderwijsassistenten in beeld. ,,Ik geloof dat als we deze mensen meer meegeven, zij meer in de klas kunnen betekenen. Wél altijd onder de eindverantwoordelijkheid van een leerkracht”, voegt Eric van Son, directeur van het Expertise Netwerk van Eenbes toe. 

    Theorie en praktijk

    Eric stapte naar het Summa College (mbo) om te bespreken of zij oren hadden naar het gezamenlijk ontwikkelen van een opleidingstraject om onderwijsassistenten op te leiden tot leerkrachtondersteuner. Daarbij was de specifieke wens om niet alleen te zorgen voor de theoretische opleiding, maar ook voor praktische coaching. Het Summa College reageerde enthousiast. Na een half jaar van gezamenlijk voorbereiden door Eenbes en Summa, zijn in februari dertien onderwijsassistenten gestart. ,,De opleiding bestaat uit vier blokken van elk drie maanden. Het eerste blok is gericht op de organisatie en op persoonsvorming. Daarna volgen een pedagogisch en een didactisch blok, waarbij bijvoorbeeld planmatig werken en specifieke ondersteuningsbehoeften en problematieken behandeld worden. Het vierde blok gaat over de toekomst: de koers van onze stichting, maar ook landelijke en wereldwijde ontwikkelingen die het onderwijs raken. Elke vrijdag komen de onderwijsassistenten bij elkaar: de ene week krijgen ze les, op de andere vrijdag kunnen ze elkaar ontmoeten en samenwerken onder begeleiding van een coach. Daarnaast doen ze praktijkopdrachten op de scholen, waarbij ze begeleiding en feedback krijgen van mentoren. Eind januari 2020 ronden ze de opleiding af met een praktijktoets en een theoretische opdracht.” 

    Winst op meerdere fronten

    De reacties zijn meer dan positief. Eric: ,,Door de koppeling van theorie en praktijk ontstaat een enorme drive. De onderwijsassistenten die meedoen zijn heel enthousiast, gaan er echt voor en hun zelfverzekerdheid groeit aanzienlijk. De helft van hen wil zelfs de stap zetten naar de pabo. Een stap die zonder dit opleidingstraject vaak als te groot voelt. Wat zij verder als heel waardevol zien is de uitwisseling met hun collega’s. Een onderwijsassistent opereert vaak als eenling binnen een school, nu zijn ze onderdeel van een netwerk. Kortom: winst op meerdere fronten.” Ook Wim is erg positief over het traject. ,,Ik kom in klassen waar ik deze mensen aan het werk zie en ben steeds weer verrast, met name op het gebied van didactiek en pedagogische vaardigheden. Misschien snapt deze groep nóg beter waarom sommige kinderen vastlopen in het onderwijs. Zelf hadden ze ‘een plafond’ aan hun eigen kunnen gegeven, maar nu ze in staat zijn een volgende stap te zetten, kunnen ze daardoor wellicht de kinderen ook beter begeleiden. Los van dit alles zie ik het ook als onze taak om mensen die potentie hebben de kans te geven zich te ontwikkelen. Zo binden en boeien we hen bovendien.”

    Anders organiseren

    Ook al is het opleidingstraject niet gestart als een oplossing voor het lerarentekort, het draagt zeker wel bij aan het opvangen van problemen, legt Eric uit. ,,Als de onderwijsassistenten het opleidingstraject succesvol hebben afgerond, worden zij actief ingezet op de scholen. Zij kunnen zorgen voor verlichting in de klas en de leraren ondersteunen. Bovendien zitten enkele mensen ook in onze vervangerspool. Als we bij ziekte geen vervangende leraar hebben, kunnen we wel een van de nieuwe leerkrachtondersteuners sturen. Als de school in zo’n geval een andere groepsindeling maakt, waarbij een leraar wel altijd de eindverantwoordelijkheid houdt, dan kan dat voorkomen dat een klas naar huis gestuurd moet worden. Dat is immers het laatste wat we willen. Ook wij voelen de druk, want leraren zijn gewoon niet te vinden.”

    Probleem en oplossing

    Ondanks dit succesverhaal loopt Eenbes tegen een probleem aan: de studenten krijgen na het afronden van het opleidingstraject een getuigschrift en geen officieel diploma. Dat laatste is wel de nadrukkelijke wens van Eenbes. Eric: ,,Er gebeurt momenteel veel in het land, bijvoorbeeld bij andere opleidingen en richtlijnen in de nieuwe cao. We willen die ontwikkelingen even afwachten en kijken welke mogelijkheden deze bieden.” Bij Wim is de frustratie duidelijk merkbaar: ,,We lopen bij dit soort initiatieven meteen aan tegen het systeem dat we decennia geleden hebben ingericht. Niemand geeft thuis in het tussengebied tussen mbo en hbo en zo zijn er meer voorbeelden te noemen van de starheid van ons onderwijsstelsel. Ik zou de sector echt willen oproepen om systemen en eilandjes aan de kant te durven zetten en met elkaar te denken in oplossingen. We leiden kinderen op voor hun toekomst in een netwerksamenleving , maar lijken het zelf heel ingewikkeld te vinden om andere verbindingen aan te gaan.”

    Duurzame beweging

    Ondanks dit ‘open eindje’, zijn Wim en Eric meer dan tevreden over de pilot. ,,We hebben de onderwijsassistenten de kans gegeven om tot bloei te komen en aangetoond hoeveel meerwaarde ze bieden in de scholen. Dat is prachtig om te zien. Daarnaast hebben we het Summa College goed leren kennen en zij ons. Die samenwerking is pure winst, niet alleen nu, maar ook op de langere termijn.” Voor de toekomst heeft Eric nog wel een wens: ,,Ik zou graag willen zien dat opleidingsinstituten de werkplek – de scholen – een stevigere positie gaan geven. De stageschool biedt zowel praktijk als de daaraan gerelateerde theorie aan. Door deze koppeling kan de student het geleerde meteen toepassen en beklijft het beter. Als we elkaar hierin vinden , kunnen we wellicht een deel van de pabo opleiding in onze praktijk wegzetten. Dan kan er een vernieuwende, duurzame beweging ontstaan.”