DE NEDERLANDEN
De Romeinen
Het Frankische Rijk
Het Duitse Keizerrijk
Het Bourgondische Rijk
Karel V
De Spaanse Tijd
De Republiek
De Franse Tijd
Koninkrijk
Liberalisme
industrialisatie en partijvorming
koloniën en wereldoorlog
Verzuiling en crisisjaren
De Duitse tijd
De verzorgingsstaat
<

De Romeinen
 
Met de komst van de Romeinen (ca. 50 v.chr.) begon voor de Lage Landen de geschiedenis. De Rijn vormde de Noordgrens van het Romeinse Rijk.
Maastricht, Nijmegen, Utrecht en Voorburg waren belangrijke Romeinse legerplaatsen en verkeersknooppunten (oversteekplaatsen). De hier wonende Bataven en Friezen behielden grotendeels hun Germaanse gewoonten. De Romeinse invloed op de cultuur is vooral in Zuid Limburg te zien.
<<<
 

Het Frankische Rijk
 
Tijdens de grote Volksverhuizing (ca. 375 ) vestigden Saksen en Franken zich in de Lage Landen. Toen de Romeinen hun troepen van de Rijn hadden terug gehaald werd ons land al snel een deel van het zich uitbreidende Frankische Rijk (ca 450).
In de Karolingische Tijd ( 7de/8ste eeuw) werd de Frankische bestuursorganisitie en het leenstelsel ingevoerd. Na de dood van keizer Karel de Grote (814) werd het koninklijk gezag steeds zwakker. Dat en de steeds weer terugkomende invallen van de Noormannen vergroten de macht van de plaatselijke machthebbers (Hertogen, graven en baronnen).
<<<


Het Duitse Keizerrijk

Het grootste deel van ons land behoorde in de middeleeuwen bij het Heilige Roomse Rijk . Willem II graaf van Holland (ca.1250) werd tot Rooms koning gekozen en  is zelfs bijna keizer geweest.
Handel en nijverheid kwamen in de dertiende eeuw weer op. Vooral Vlaanderen en Brabant werden rijk en welvarend. Al gauw bleek de grondbezittende adel niet meer opgewassen tegen de trotse burgerij van de opkomende steden zoals Gent en Brugge (Gulden Sporenslag 1302). De Hollanders en Zeeuwen legden zich vooral toe op de vrachtvaart.
<<<
 

Het Bourgondische Rijk
 
In de vijftiende eeuw hadden de Bourgondische hertogen kans gezien o.a. Holland, Zeeland en Henegouwen, Vlaanderen, Brabant en Limburg te verkrijgen door een slimme machtspolitiek. Een algemene rekenkamer en een algemene standenvergadering, de Staten Generaal, moesten zorgen voor een grotere bestuurseenheid (centralisatie). Het huwelijk van Maria van Bourgondië en Maximiliaan van Oostenrijk bracht de Lage Landen onder de Habsburgse dynastie. Hun kleinzoon Karel V was Heer der Nederlanden, Keizer van Duitsland en Koning van Spanje.
<<<
 

Karel V
 
Na de verovering van Gelre, Groningen en Friesland heerste Karel V over 17 Nederlandse gewesten. De Nederlandse adel wilde zo min mogelijk macht afstaan. Hun landsheer was er juist op uit zoveel mogelijk macht aan zich te trekken (centralisatie), o.a. door het inschakelen van burgerambtenaren. Ook de Hervorming vond hier veel weerklank. Dit tot groot misnoegen van Karel V die één rijk met één godsdienst wenste. Zowel hij als zijn zoon Filips II traden hard tegen de ketters op.
<<<
 

De Spaanse Tijd

In de Beeldenstorm van 1566 uitte zich behalve de ontevredenheid van de protestanten, ook de sociale onrust onder de verpauperde arbeiders. De hoge adel bleef kritiek leveren op het bestuur van de landvoogdes. De nieuwe landvoogd Alva bestreed de ketterij meedogenloos en probeerde ook een vast belastingstelsel door te voeren. Het politieke verzet smoorde hij door de terechtstelling van de hoge edelen Egmont en Hoorne. Willem van Oranje, de stadhouder van Holland en Zeeland, werd geleidelijk aan de leider van het Nederlandse verzet tegen de Spaanse overheersing. In de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) bevochten de Nederlandse gewesten hun onafhankelijkheid. Wel vond er in 1579 (Unie van Utrecht en Unie van Atrecht) een scheiding plaats tussen het protestantse Noorden (Nederland) en het katholieke Zuiden (België). In 1588 namen de Staten van de 7 Verenigde Nederlanden (Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre, Friesland, Groningen en Drente) zelf de soevereiniteit op zich. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was een feit. Bestond de Republiek in feite ( de facto) dus al in 1588, de officiële erkenning door Spanje (de iure) vond pas plaats bij de vrede van Münster 1648).
<<<
 

De Republiek
 
In de zeventiende eeuw groeide de Republiek uit tot een van de machtigste Europese landen. Later noemden we deze tijd onze Gouden Eeuw. Handel en nijverheid kwamen tot grote bloei. Hollanders en Zeeuwen bevoeren de wereldzeeen. In Azië bouwde de VOC een machtig handelsrijk op. In Zuid Amerika was de WIC werkzaam. Natuurlijk had de jonge Republiek rivalen. Ter zee was dat het opkomende Engeland. Meer dan een eeuw bestookten de zeenaties elkaar (Engelse Zee-oorlogen). Op het continent bestreden raadspensionaris  Johan de Witt en koning-stadhouder Willem III de expansie beluste Lodewijk XIV.
De achttiende eeuw was voor ons land een tijd van stilstand en achteruitgang. Op financieel gebied was de Republiek nog wel belangrijk maar in politiek en economisch opzicht streefde Engeland de Republiek voorbij. De Verlichte ideeen kwamen o.a. tot uiting in de regentenstrijd van de Oranjegezinden en de Patriotten. Onze zelfstandigheid raakten wij kwijt met de vlucht van Willem V en de uitroeping van de Bataafse Republiek (1795).
<<<
De Franse Tijd

In de Franse Tijd (1795-1813) werd Nederland eerst de van Frankrijk afhankelijke Bataafse Republiek, toen het Koninkrijk Holland onder Napoleons broer Lodewijk Napoleon en tenslotte een Frans departement. Handel en nijverheid hadden enorm te lijden van het Continentaal Stelsel. Toch waren er ook positieve dingen zoals eenheid van rechtspraak en de invoering van de  Burgerlijke Stand.
<<<
 

Koninkrijk

Na de bevrijding in 1813 werd de zoon van Willem V de eerste Nederlandse koning. In 1815 werd Nederland uitgebreid met België. Willem I (1813-1840) voerde een zeer actieve economische politiek (Ned. Handelmaatschappij, Cultuurstelsel, industrialisatie), vandaar zijn bijnaam de Koning Koopman. De Staten Generaal schakelde hij echter zo min mogelijk in (Besluitenregering). De afscheiding van het nationalistische België (1830) accepteerde hij pas in 1839.
<<<
 

Liberalisme
 
De conservatieve Willem II (1840-1849) veranderde in 1848 onder druk van de revoluties in Europa plotseling van politieke mening. Hij stemde toe in een liberale grondwet (1848). Nederland werd een constitutionele parlementaire monarchie. Ook in ons land had de volkssoevereiniteit gezegevierd. Belangrijke rechten, die de vrije meningsuiting garandeerden kwamen in de grondwet. De liberaal Thorbecke leidde een aantal kabinetten die zich onderscheidden door hun wetgevende arbeid. Maar Thorbecke was ook de grondlegger van onze parlementaire democratie. Katholieken en protestanten maakten zich in de Schoolstrijd sterk voor onderwijsgelijkheid.
<<<
industrialisatie en partijvorming
 
Pas in het laatste kwart van de 19de eeuw kwam in ons land de industrialisatie echt goed op gang. Ook in Nederland werden daardoor de arbeids- en leefomstandigheden van de arbeidende klasse slechter (sociale kwestie). Naast vrij ondernemerschap legden de liberalen ook de nadruk op uitbreiding van het kiesrecht. Natuurlijk werden zij hierin door de socialisten gesteund.
Op het eind van de 19de eeuw kregen de politieke stromingen van protestanten, katholieken, liberalen en socialisten meer structuur door de oprichting van politieke partijen. De arbeiders konden daarnaast ook nog lid worden van vakbonden.
<<<
 

koloniën en wereldoorlog
kleioscoop


Nederlandsch Oost Indië, Suriname en de Nederlandse Antillen, onze koloniën, maakten Nederland tot een rijk land. Dit koloniale rijk en onze handelspositie in West Europa zijn een verklaring voor onze neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog. De door Troelstra in 1918 gepropageerde revolutie kwam niet van de grond en bracht de anti-monarchale socialisten in een jarenlang isolement.
<<<
 

Verzuiling en crisisjaren
 
In de twintiger jaren van de vorige eeuw verzuilde onze samenleving. De protestanten, de katholieken, de liberalen en de socialisten wilden het eigene zoveel mogelijk bewaren ten opzichte van de anderen. Daarom hadden zij ieder hun eigen politieke en maatschappelijke organisaties. Tot 1939 vormden de confessionele partijen (RKSP, ARP, CHU) met de liberalen (Liberale Unie) een aantal regeringen (coalities). De socialisten (SDAP) werden niet als politieke partners geaccepteerd. Na 1930 werd ook Nederland meegesleept in de wereldcrisis. De crisiswetgeving van de regering Colijn was niet echt opgewassen tegen de gevolgen van de economische malaise en de massale werkloosheid. Eerst toen de "gave gulden" verdween ging het Nederland weer wat beter. Onder invloed van de sociaal economische spanningen had de NSB van Mussert veel aanhang gekregen. De sympathie voor deze extreem rechtse partij werd minder toen men na 1933 ging beseffen wat nationaal socialisme echt inhield.
<<<
 

De Duitse tijd
 
De meidagen van 1940 waren het begin van een vijfjarige Duitse bezetting. Koningin Wilhelmina (1890-1948) en de Nederlandse regering gingen naar Londen. In 1941 werd Nederlands Oost Indië door de Japanners veroverd. De leider van het Indonesische nationalisme Soekarno werkte samen met de Japanners. In ons land was het Mussert die met de bezetter collaboreerde.
De Nederlandse samenleving werd gelijkgeschakeld. Politieke partijen, behalve de NSB, en vakbonden werden verboden. Op Duitse leest geschoeide maatschappelijke organisaties , waarvan het lidmaatschap verplicht was, vervingen de Nederlandse instellingen. Ons land werd ingeschakeld bij de Duitse oorlogsinspanning. Arbeiders moesten in Duitsland gaan werken. Zij die dat niet wilden doken onder, evenals protesterende studenten en vervolgde joden. Meer dan honderdduizend Joodse Nederlanders kwamen in de Duitse vernietigingskampen in Polen om. Protesten , zoals de februaristaking ,werden hardhandig in de kiem gesmoord. Velen werden gefusilleerd of op transport gesteld naar de gruwelijke Duitse concentratiekampen. SD en Gestapo deden hier hun mensonterend werk.
Duizenden Nederlanders gingen in het verzet (illegaliteit). Tienduizenden  Nederlanders heulden met de Duitsers of vochten aan het Oostfront. Miljoenen Nederlanders wachtten gelaten op betere tijden. Na Dolle Dinsdag en de barre Hongerwinter van 1944-1945 kwam voor Nederland op 5 mei 1945 de Bevrijding.
<<<
 

De verzorgingsstaat
 
Ons land was door de oorlog zeer zwaar getroffen. Dankzij de inspanning van de gehele bevolking, de arbeidsvrede en de Marshallhulp herrees Nederland vrij snel. De rooms-rode coalities, verpersoonlijkt door Willem Drees, begonnen aan de opbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat. De uitgebreide sociale wetgeving verzorgde ons "van de wieg tot het graf". Nederland werd in 1949 lid van de Navo en behoorde in 1955 tot de medeoprichters van de EEG. De grote watersnoodramp van 1953 had het Deltaplan tot gevolg.
In 1949 droeg koningin Juliana de soevereiniteit over aan het zelfstandig geworden Indonesië. Aan deze onafhankelijkheid waren twee politionele acties en Amerikaanse druk voorafgegaan.
In de zestiger jaren kwamen vooral de jongeren in verzet tegen de verzuilde en vermaterialiseerde samenleving. Oude gevestigde gezagspatronen en taboes werden ter discussie gesteld. Provo's en studenten vormden de voorhoede van een veranderende samenleving. Het harmoniemodel maakte plaats voor het conflictmodel. Binnen de politieke partijen en vakbonden werd sterk gepolariseerd.
De oliecrisis (1973) maakte een abrupt einde aan de ogenschijnlijk grenzeloze materiële groei. Milieuproblemen, Kernenergie en Kernbewapening kwamen meer in de belangstelling. In de tachtiger jaren vroegen de vergrijzende bevolking en de massale werkeloosheid onze aandacht.
De jaren 90 kenden weer economische groei. In 1994 vonden liberalen en socialisten elkaar in een paars kabinet. Voor het eerst in 70 jaar ging het CDA in de oppositie. Een florerende  economie en het poldermodel maakten van Nederland een zeer welvarende samenleving die veel moeite kreeg met de toestromende  asielzoekers.
<<<