DE GERMANEN
De volksverhuizing
De Germanen
<  

De Volksverhuizing [[K]]
Op het eind van de vierde eeuw verschenen de Hunnen, een Aziatisch ruitervolk, in Zuid Rusland. Zij brachten een twee eeuwen durende trek van Germaanse volken door Europa op gang. Deze Germaanse Volksverhuizing was een van de oorzaken van de ondergang van het West Romeinse Rijk.  De  Oost Romeinse keizer had de West Goten  toegelaten als bondgenoten.  Later trokken zij onder hun koning Alarik door de Balkan naar Italië en plunderden daar Rome (410). Vervolgens gingen zij naar Zuid Frankrijk en Spanje waar een West Gotisch rijk ontstond. Na de Romeinse terugtocht uit de Rijnprovincies (410) trokken de Vandalen brandschattend door West Europa naar Noord Afrika. In Noord Frankrijk en België.vestigden zich de Franken. De Angelen en de Saksen staken over naar Engeland. De Oost Goot Theodorik de Grote heerste ca. 500 over Italië. Als laatsten vielen in 568 de Longobarden dit schiereiland binnen.
<<<
  
de Germanen [[K]] 
De Germanen vormden een groep volken die allen een Germaanse taal spraken. Tot deze taalgroep behoorden o.a. de Oost- en de West Goten, de Franken,de Friezen, de Angelen en de Saksen, de Bourgondiërs, de Vandalen en de Longobarden. Onder zelfgekozen leiders vormden zij zeer krijgshaftige, op avontuur en buit beluste benden. Hun landbouwgemeenschappen kenden naast privébezit ook gemeenschappelijk bezit van weiden en bossen, en naast vrijen ook onvrijen. Rechtspraak gebeurde volgens het gewoonterecht, dat "gevonden" werd (vonnis) door wijze mannen. Om bloedwraak tegen te gaan stelden de Germanen een weergeld in, als schadeloosstelling voor slachtoffers van een misdrijf. Maar er was geen rechtsgeljkheid tussen edelman, vrije en onvrije.
De Germanen hadden een natuurgodsdienst. In de heilige bossen hielden zij plechtigheden  die de natuurkrachten aarde, vuur en water gunstig moesten  stemmen. Belangrijke goden waren Wodan, diens vrouw Freya en de dondergod Donar. De met ere gesneuvelde krijger kwam in het Walhalla, het eeuwige jachtveld. Toen de Germanen met het Christendom in aanraking kwamen bekeerden zij zich vrij snel.
<<<  

HET FRANKISCHE RIJK
De Merovingen
De Karolingen
bestuur
het leenstelsel
agrarische maatschappij
beschaving
<

Merovingen 
In de vijfde eeuw vestigden de Franken zich aan de beneden Rijn. Toen Clovis in 486 de Romeinen had verslagen erkenden alle Frankische stammen hem als koning. Deze onstuimige vorst, met zijn opvolgers behorend tot het Merovingische huis, veroverde bijna geheel Frankrijk (Gallië) en een deel van Zuid Duitsland. Zijn bekering tot het Christendom vergemakkelijkte de versmelting van de Germaanse overheersers met de geromaniseerde bevolking. Hierdoor werd de basis gelegd voor de West-Europese cultuur die is opgebouwd uit Romaanse, Germaanse en christelijke elementen.
Het Frankische erfrecht behandelde alle zoons gelijk waardoor het rijk versnipperde. Bovendien waren niet alle Merovingers van het formaat van Clovis. Pippijn, de Frankische hofmeier, haalde zelfs de paus over hem tot koning te zalven (751).
<<<
  
De Karolingen
Met Pippijn komen de Karolingen aan de macht. Onder diens zoon Karel de Grote (768-814) bereikte het Frankische rijk zijn grootste omvang [[K]]. Karel was een kundig bestuurder. Hij hechtte veel waarde aan goed onderwijs en hij was een vroom christen. Als dank voor de hem en het christendom bewezen diensten, kroonde de paus hem in de Kerstnacht van het jaar 800 in Rome tot keizer.
Na de dood van Karels zoon Lodewijk de Vrome werd het rijk bij het verdrag van Verdun (843) in drieën verdeeld: Oost Francië, Midden Francië en West Francië. Midden Francië zou op den duur door de andere delen worden opgeslokt. De omtrekken van het latere Frankrijk en Duitsland begonnen zichtbaar te worden In de tiende eeuw stierf het Karolingische huis uit. In Oost Francië kozen de belangrijkste hertogen zich een koning. Oost Francië werd een kiesrijk  , maar West Francië bleef een erfrijk. Daar besteeg Hugo van Capet de troon. Zijn nakomelingen, de Capetingen, zouden tot 1792 de koninklijke waardigheid bekleden.
Karel Martel, de hofmeier van de Merovingische koning, versloeg de Arabieren, die via Spanje tot diep in Frankrijk waren door gedrongen. Deze historische overwinning vond plaats bij Poitiers (732)[[K]]. West Europa werd behoed voor Islamisering. Karel de Grote had veel te stellen met de in Duitsland wonende heidense Saksen. Na een reeks moeizame veldtochten onderwierp Karel hen. Hij dwong de Saksen zich tot het christendom te bekeren. Ook maakte hij, tot groot genoegen van de Paus, een eind aan de macht van de Longobarden in Italië. Zijn oorlogen tegen de Arabieren in Spanje waren echter niet altijd even succesvol.
Vanaf ca. 800 teisterden de Noormannen.  steeds vaker West Europa met hun plundertochten. Karels opvolgers werden van de aanval in de verdediging gedreven .
<<<


bestuur
Door gebrekkig onderhoud was het Romeinse wegennet onbruikbaar geworden. Ook de onveiligheid nam toe. Bovendien waren er bijna geen goed opgeleide ambtenaren meer. De enigen die nog (een beetje) konden lezen en schrijven waren de geestelijken. Zij waren dan ook de belangrijkste raadgevers van de koning. Het bestuur van het grote Frankische rijk was een enorme opgave. Van een sterk gecentraliseerde en krachtige regering kon geen sprake zijn. Veel moest worden overgelaten aan de plaatselijke machthebbers.
Het rijk was ingedeeld in gouwen met een graaf aan het hoofd en, aan de grens gelegen markgouwen met een markgraaf (markies). Vaak vormden een aantal gouwen een hertogdom. De (mark)graven zorgden voor orde, rust en veiligheid, inden belasting voor de koning en spraken recht in diens naam. Zendgraven brachten de koninklijke bevelen over en controleerden de graven.
Veel geld was er niet meer in omloop. De koninklijke ambtenaren moesten dus op een andere manier worden beloond. Dit gebeurde vooral door het in leen geven van koninklijk land.
<<<


het leenstelsel
Bij de toenemende onveiligheid stelden veel boeren zich  onder bescherming van een machtig heer. Zij raakten wel hun vrijheid kwijt maar kregen daarvoor in ruil verzorging en bescherming. Een eed van trouw bezegelde deze afhankelijkheidsrelatie van de vazal tegenover diens heer (senior).
Karel Martel had ruiters nodig om de Arabische cavalerie te kunnen weerstaan. Bij gebrek aan geld gaf hij als beloning stukken kroondomein in leen. Zo ontstond het leenstelsel waarvan de hoofdkenmerken werden de persoonlijke trouw  en een in leen gegeven stuk land. De leenman werd de vazal van de leenheer. De vazal beloofde zijn heer met raad en daad te zullen bijstaan en bekrachtigde deze belofte met een eed. De leenheer verplichtte zich op zijn beurt zijn leenmannen te onderhouden en te beschermen. Bij de dood van de vazal kwam het leen weer aan de heer.
Op den duur werd het feodale stelsel erg ingewikkeld. Leenmannen gingen in leen gekregen land opnieuw in leen geven. Zo kwamen er achterleenmannen met achterlenen. Ook waren er vazallen met meer dan één heer. Wie moesten zij gehoorzamen bij onenigheid ? Een zwakke leenheer stond vrijwel machteloos tegenover de erfgenamen van een overleden vazal. Die wilden het leen niet teruggeven, want vaak werden de lenen ook als erfgoed beschouwd. Hertogen en graven konden enorm machtig worden, wat natuurlijk ten koste ging van de koninklijke macht.
<<<


agrarische maatschappij 
In de nadagen van het Romeinse Rijk waren handel en nijverheid sterk achteruit gegaan. In de Frankische tijd was er eigenlijk alleen wat plaatselijke (ruil)handel. De mensen hielden zich vooral bezig met landbouw en veeteelt en dan hoofdzakelijk voor eigen gebruik. Gebrekkige transportmiddelen en slechte wegen maakten het vervoer van producten bijna onmogelijk. Daarom trok de koning van het ene naar het andere domein  ( van palts naar palts) om daar, met zijn gevolg hof te houden. Wel verhoogde Karel de Grote de landbouwproductie door de invoering van het drieslagstelsel.
<<<

beschaving 
De kloostergeestelijkheid werd de hoedster van de beschaving. De ongeletterde Germanen wisten weinig raad met de verworvenheden van de Gallo-Romaanse cultuur. In de donkere Middeleeuwen ging door onachtzaamheid, onbegrip en onwetendheid veel klassieke kennis en kunde verloren. Tijdens de regering van Karel de Grote was er echter weer sprake van een opleving van kunst en wetenschap, zo zelfs dan we zijn gaan spreken van de Karolingische renaissance.
<<<