LATIJNS AMERIKA
Kolonisatie, nationalisme, junta's
Argentinië
Chili
Cuba en Midden Amerika
<

 

 

Kolonisatie, nationalisme, junta's
In de zestiende eeuw maakten de Spaanse conquistadores kennis met de hoogstaande culturen van de Azteken, Inka's en Maya's. In hun hebzucht en gouddorst vernietigden zij deze beschavingen en buitten zij de Indianen zo uit dat import van Afrikaanse negerslaven noodzakelijk werd. De Spanjaarden namen het grootste deel van midden en Zuid Amerika in bezit. Brazilië werd door de Portugezen gekoloniseerd.
 Het 19de eeuwse nationalisme kreeg ook vat op de Spaanse en Portugese kolonisten. Zij vonden hun inspiratie in de grote vrijheidsstrijder Simon Bolivar. De laatste Spaanse kolonie, Cuba, kwam in 1898 vrij.
Vooral na W.O.II veroorzaakten de tegenstelling tussen rijk en arm en de toenemende urbanisatie sociale en politieke spanningen. Het bestuur was dan ook niet erg stabiel. Burgerregeringen werden afgezet door militaire junta's, die elke vorm van verzet hardhandig onderdrukten. Als antwoord hierop ontstonden de stadsguerrilla's (Tupamaros, Monteneros). Ook katholieke geestelijken zoals Helder Camara en Camillo Torres verzetten zich tegen de maatschappelijke misstanden.
<<<

Argentinië 
In Argentinië is vooral het semi-fascistische Peronisme van belang geweest. Juan en Evita Peron genoten een enorme populariteit. Later bracht de verdeeldheid tussen linkse en rechtse peronisten een militaire junta (1976-1983)   aan de macht (1975), die verantwoordelijk was voor de Vuile Oorlog. De ongelukkige verlopen Falklandoorlog dwong de militairen plaats te maken voor een burgerregering o.l.v. Alfonsin.
<<<

Chili
Chili was een land met een sterke democratische traditie. Maar de in 1970 gekozen marxistische president Allende werd in 1973 tijdens een militaire staatsgreep vermoord. Een junta met als sterke man generaal Pinochet nam het heft in handen. Chili werd een politiestaat van het ergste soort. Tegenstanders van het regime werden op mensonterende manier behandeld. In 1995 werd de democratie weer hersteld.
<<<

Cuba en Midden Amerika
De Amerikanen beschouwden lange tijd Latijns Amerika als hun achtertuin. Sinds de Monroedoctrine zorgden zij ervoor dat hun financiële en economische belangen niet in gevaar kwamen. Dit leidde tot interventies (Cuba 1898, Grenada 1983) en steun aan rechtse groeperingen (Cuba 1961, Chili 1973,  Nicaragua 1979).
Op Cuba werd de rechtse dictator Batista in 1959 door de jonge advocaat Fidel Castro verjaagd. Diens landhervorming, nationalisaties en sociale programma's kwamen de gewone man ten goede, maar bezorgden hem de blijvende vijandschap van de Amerikanen. Castro sympathiseerde steeds meer met het communisme en zocht economische steun bij de USSR. De Cubacrisis was hiervan het gevolg.
Ook in Nicaragua kwam in 1979 een linkse regering aan de macht. De VS steunden de zgn. contra's tegen de Sandinisten.  
<<<