DE COMMUNISTISCHE WERELD 
De Russische revolutie

partij en staat
destalinisatie
Perestrojka en Glasnost
Het GOS
De satellietstaten
De DDR en Hongarije
Polen en Tsjecho Slowakije
China
Het internationale communisme.

Camerascoop

<
 



de Russische revolutie  
Oorlog, arbeidsonrust, voedselrellen en een eigenzinnige tsaar brachten de Doema in 1917 in verzet. De februarirevolutie maakte, na de troonsafstand van de Nicolaas II, van Rusland een parlementaire republiek. De Voorlopige Regering o.l.v. Kerenski zette de oorlog voort en kwam niet met sociale veranderingen. De onrust en onvrede groeiden. In oktober 1917 kwamen de Bolsjewieken o.l.v. Lenin en Trotski met succes in opstand. De oktoberrevolutie bracht wel een sociale omwenteling teweeg. De macht van adel en kerk werd voor goed gebroken. De productiemiddelen kwamen aan de staat. De buitenlandse schulden werden geannuleerd. En er werden direct vredesbesprekingen aangeknoopt met de Centralen (vrede van Brest Litowsk).
In het binnenland ontstond een contrarevolutie. De Bolsjewieken kregen het zwaar te verduren, temeer daar het buitenland hulptroepen stuurde (intervenieerde). Tijdens de burgeroorlog bestreden de Roden o.l.v. Trotski en de Witten elkaar uitermate meedogenloos. Het tsarengezin werd vermoord. Het oorlogscommunisme vroeg het uiterste van de Bolsjewieken. Dankzij een betere discipline en organisatie overwon het Rode Leger. Lenin bleef aan de macht en kon beginnen aan de opbouw van een communistische staat, maar slechte productieresultaten dwongen hem al in 1921 tot de NEP.
Toen Lenin in 1924 stierf betwistten Trotski (wereldrevolutie) en Stalin (nationale revolutie) elkaar het leiderschap. Door een sluwe machtspolitiek werd Stalin de almachtige leider van de USSR. Hij collectiviseerde de landbouw en industrialiseerde zijn land in hoog tempo (vijfjaren plannen).  Partij en leger werden gezuiverd van alle verdachte elementen. De Siberische strafkampen stroomden vol. De terreur van de geheime politie was overal merkbaar. Isolement en censuur sloten Rusland af van de buitenwereld. Stalins buitenlandse politiek was gericht op diplomatieke erkenning. Anderzijds wilde hij het wereldcommunisme verbreiden (Kominform).
<<<
 

partij en staat  
In de Sovjet Unie was de communistische partij oppermachtig. Het hoogste orgaan, het Politburo en de hoogste partijfunctionaris, de partijsecretaris bepaalden de binnen- en buitenlandse politiek van de USSR. Het partijcongres dat eens in de vier jaar bijeenkwam fungeerde alleen als klankbord voor de partijtop. Het Centraal Comité was na het politburo het belangrijkste partijorgaan. Daar de belangrijke functies in de staat door vooraanstaande partijleden werden bekleed was de invloed van de partij op de staatsorganen (Opperste Sovjet, Presidium, Ministerraad bijzonder groot).
<<<
 

destalinisatie, verstarring en stagnatie  
Na de Tweede Wereldoorlog was de macht van Stalin onaantastbaar.   Terreur, censuur ,  socialistisch realisme en persoonsverheerlijking waren kenmerken van het stalinisme. De USSR bleef afgesloten van het Westen. De staat controleerde de in- en externe communicatie. De NKVD was verantwoordelijk voor een niets ontziend terreurbewind. Op kritiek stond liquidatie of concentratiekamp.
<<<
Stalin stierf in 1953. Op het twintigste partijcongres (1956) hield Chroetsjew zijn destalinisatierede. In hetzelfde jaar lanceerde hij de vreedzame coëxistentie. Hoewel de voorrang van de zware industrie gehandhaafd bleef, trachtten de autoriteiten in hun vijfjarenplannen meer rekening te houden met een groter aanbod van consumptiegoederen. Ondanks Chroetsjews grootscheepse reorganisatie- en ontginningsplannen bleef de landbouw als altijd het zorgenkind. Het bureaucratische ambtenaren- en partijapparaat werkte niet alleen corruptie in de hand maar liet het hele productieproces uitermate inefficiënt verlopen. N.a.v. zijn binnen- en buitenlandse politiek werd Chroetsjew ten val gebracht (1964).
Zijn opvolger Brezjnew was 18 jaar partijsecretaris. De door Chroetsjew op gang gebrachte liberalisering op geestelijk gebied kwam ten einde. Dissidenten werden hard aangepakt. De strijdmacht werd gemoderniseerd en uitgebreid, maar de buitenlandse ontspanningspolitiek werd voortgezet. De stagnerende economie, de tegenvallende graanoogsten, de steeds toenemende bureaucratie en de corruptie brachten het besef dat de sovjetmaatschappij drastisch moest worden hervormd. Partijsecretaris Andropov maakte een veelbelovend begin maar overleed al na 15 maanden.
<<<
 

Perestrojka en Glasnost
In 1985 werd de vrij jonge Gorbatsjov partijsecretaris. Op zeer voortvarende wijze wist hij de partijtop te verjongen met vooral hervormingsgezinden. Er kwam een grotere openheid in de samenleving, kritiek werd geduld, soms zelfs aangemoedigd, corruptie werd aan de kaak gesteld. Dissidenten werden vrijgelaten. Decentralisatie en een groter particulier initiatief moesten de economie stimuleren. In zijn buitenlandse politiek verbaasde hij de westerse politici met zijn vergaande ontwapeningsvoorstellen. Na een mislukte coup van de conservatieve communisten (1991) viel de Sovjet Unie uiteen, Gorbatsjov trad af en zijn grote rivaal Jeltsin werd president van Rusland.
<<<
 

Het GOS
Het Gemenebest  , dat in 1991 in de plaats kwam van de USSR was een vrij losse organisatie van onafhankelijke staten. De unanieme besluitvorming belemmerde een efficiënte samenwerking. De Russische Federatie werd door het buitenland gezien als de feitelijke opvolger van de gehele Sovjet Unie. Dit veroorzaakte wrijving met de andere republieken.  Het presidentiële bewind van Jeltsin kon niet voorkomen dat de financieel-economische situatie dusdanig verslechterde dat buitenlandse  leningen (IMF) noodzakelijk waren.  Verschillende  malen   kwam de president in conflict met de hem slecht gezinde Doema. Jeltsins opvolger de pragmatische Poetin streeft naar centralisatie met Moskou als sterk regeringscentrum.
<<<