DE VERENIGDE STATEN VAN NOORD AMERIKA  
<
 

In de loop van de 19de eeuw breidden de VS zich enorm uit  (K). De jonge staat werd het  het land van de vrijheid. Miljoenen immigranten uit Europa en Azië vonden hun weg naar de VS. Het uitgestrekte land was een smeltkroes van nationaliteiten en rassen. Pioniersgeest, onafhankelijkheidszin, ondernemingszin en individualisme werden de  eigenschappen van de nieuwe Amerikaan. De VS waren het land van de onbegrensde mogelijkheden. Vooral op technologisch gebied onderscheidde zich de Nieuwe Wereld van het oude Europa.[[L]]


Het geïndustrialiseerde Noorden met zijn meer democratische inslag en het agrarische aristocratische Zuiden, waar slavernij de basis van de welvaart vormde, kwamen steeds feller tegenover elkaar te staan.De slavenhoudende staten stapten uit de federatie. President Lincoln accepteerde dat niet. De Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) was een feit. De Zuidelijken verloren. De slavernij werd afgeschaft. Maar door de moord op Abraham Lincoln kwam er van diens verzoeningsgezinde politiek weinig terecht. Het Zuiden verarmde. I.p.v. de slavernij kwam nu het rassenvraagstuk. Discriminatie, segregatie en het felle optreden van de Ku Klux Klan maakten van de vrijgeworden negers tweederangs burgers.[[L]]

Na de Franse tijd trachtten de Spanjaarden en de Portugezen hun onafhankelijk geworden Zuid Amerikaanse koloniën weer te onderwerpen. De Noord Amerikaanse president Monroe formuleerde echter zijn doctrine van "Amerika voor de Amerikanen". Daardoor werd de onafhankelijkheid van Latijns Amerika een feit. Maar tegelijkertijd was er een basis gelegd voor de grote financieel-economische afhankelijkheid van Latijns Amerika van de VS.
Op het eind van de 19de eeuw gingen ook de Amerikanen een meer imperialistische koers varen. Maar i.p.v. het geweer gebruikten zij de dollar om hun macht uit te breiden (dollarimperialisme).[[L]]
<<<  >

 

CHINA EN JAPAN
China
Japan
<  

China
[[]] Chinese muur
China vertegenwoordigt een van de oudste culturen ter wereld. Duizenden jaren v.chr. was hier al een zeer hoogstaande landbouwcultuur. Bij het begin van onze jaartelling was dit enorme land uitgegroeid tot een keizerrijk dat door de Chinese Muur zijn  cultuur beschermd wist tegen de invallen van de barbaren. Tot de 18de eeuw waren er nogal wat contacten met het Westen (Marco Polo, Jezuïeten, V.O.C.). Maar na 1700 stelde de Chinezen zich steeds geïsoleerder op. De samenleving verstarde. De macht van de keizerlijke dynastieën, het ambtenarenapparaat, het examenstelsel en het Confucianisme waren de belangrijkste elementen in de samenleving.
In de 19de eeuw bleek het keizerrijk niet opgewassen tegen het agressieve Westerse imperialisme. De Opiumoorlog (1839-1841) betekende de definitieve openstelling voor het Westen. Engelsen, Fransen, Duitsers, Russen en Japanners trachtten zoveel mogelijk macht en invloed op te bouwen, ondanks vaak fel Chinees verzet (Taipingopstand). Handelsconcessies, traktaathavens, en exterritoriale rechten waren evenzoveel bewijzen van China's zwakte. De Chinees-Japanse oorlog (1894-1895) bewees dat het zich moderniserende Japan op de Westerse uitdaging een beter antwoord had gevonden dan het traditionele China.
<<<
Japan
[[]] Perry 
Evenals China ontwikkelde Japan een geïsoleerde en hoogstaande eigen cultuur. Maar anders dan China stelde Japan zich in de 19de eeuw open voor Westerse invloeden. Vanaf de door de Amerikanen afgedwongen openstelling (1854) gingen de Japanners bij het Westen in de leer. De feodale opbouw van de samenleving (sjogoenaat, daimio's, samoerais) werd omgebouwd tot een moderne maatschappij naar Westers model. Keizer Moetsoehito was de motor van dit moderniseringsproces. Hij gaf zijn land een grondwet, een parlement, moderne strijdkrachten en hij legde de basis voor de moderne industrie. Op het einde van de eeuw wilde het bevolkingsrijke maar grondstofarme Japan zijn vleugels uitslaan. Het zwakke China was het natuurlijke slachtoffer. Japan veroverde Korea. Tien jaar later zouden de Russen een smadelijke nederlaag lijden in de Russisch-Japanse oorlog (1904-1905).
<<<


AFRIKA
<

In de eerste eeuw v.chr. behoorde Noord Afrika tot het Romeinse Imperium. In de achtste eeuw  werd dit gebied  door de Arabieren onder de voet gelopen en geïslamiseerd. Tot ver in de 19de eeuw was Afrika, het zgn. Zwarte Werelddeel, voor het grootste gedeelte nog niet echt ontdekt  De Fransen veroverden Algerije (1830) en namen Tunis in bezit (1881).
In het uiterste Zuiden maakten Britten en Boeren elkaar het bestaan wel erg zuur. De Grote Trek (1834) had de stichting van nieuwe Boerenrepublieken tot gevolg. De vondst van goud en diamant in het laatste kwart van de eeuw veroorzaakten de Boerenoorlogen en uiteindelijk het einde van die nog jonge republieken. Na de opening van het Suezkanaal (1869) verwierven de Britten grote invloed in Egypte.
Ten Zuiden van de Sahara waren in centraal Afrika een aantal negerkoninkrijken ontstaan. De Portugezen begonnen ca.1450 de Afrikaanse kust te verkennen. Zij bereikten de Kaap en staken aan het eind van de eeuw vanaf de Oostkust over naar Voor Indië (K). In de 17de eeuw nam de slavenhandel een grote vlucht. De negervorsten werkten eraan mee dat de Europese slavenhalers voldoende koopwaar hadden voor de markten van Noord en Zuid Amerika. In het begin van de 19de eeuw werd de slavenhandel verboden. Maar De industrialisatie van West Europa en de opening van het Suezkanaal (1869) creeerden een nieuwe situatie. Centraal Afrika werd  het jachtterrein van het modern imperialisme. Naast bekeringsijver en handelsgeest speelden  chauvinisme en prestige een belangrijke rol. De wedloop om grondstoffen en afzetmarkten dreigde uit de hand te lopen. Belgen, Duitsers, Engelsen, Fransen en Portugezen werden het in Berlijn (1885) eens. Ieder nam zijn deel en Afrika was opgedeeld.
<<<