NATIONALE  ONAFHANKELIJKHEID
<

De Grieken waren de eersten die hun nationale onafhankelijkheid bevochten op de Osmaanse Turken (1829). Een jaar later kwamen de Belgen tegen de Nederlanders in opstand. Zij riepen een koninkrijk uit onder het huis Saksen Coburg (1830).
De Ierse onafhankelijkheidsstrijd duurde langer. De Engelse liberalen en conservatieven waren het oneens over de Ierse kwestie. Home Rule of een Unie ? Miljoenen Ieren gedreven door armoe en honger, emigreerden naar de VS. De feitelijke onafhankelijkheid kregen de Ieren pas in 1921
Behalve door het Italiaanse koningshuis van Savoye werden de Italianen geregeerd door Oostenrijkse Habsburgers, Spaanse Bourbons en door de paus (Kerkelijke Staat). Met militaire hulp en diplomatieke steun van Napoleon III en Bismarck wisten nationalisten als Mazzini, Cavour en Garibaldi hun land in 1861 te verenigen in het koninkrijk Italië. De eenheid werd in 1870 voltooid met de bezetting van Rome.
Ook de Duitsers wilden een grotere eenheid. Maar de kleinduitse beweging (Pruisen) stond lijnrecht tegenover de grootduitse beweging (Oostenrijk). De bijzonder begaafde eerste minister van Pruisen Von Bismarck slaagde erin, na de Oostenrijkers en de Fransen te hebben verslagen, in 1871 het Tweede Duitse Keizerrijk uit te roepen o.l.v. de Pruisische Hohenzollern.
<<<


 
  VAN WENEN TOT SERAJEWO (1815-1914)
<

 
 
De bepalingen en afspraken van het Wener Congres beheersten de Europese politiek tot ca. 1850. De Grote Alliantie en de Heilige Alliantie zorgden ervoor dat liberale en nationalistische ideeën geen wortel zouden schieten. De Alliantieleden zouden elkaar dan helpen. Tsaar Nicolaas I en Von Metternich waren de grote voorstanders van deze interventiepolitiek. De liberale burgerij en de nationalisten kregen dus weinig speelruimte. In de tweede helft van de 19de eeuw lagen de kaarten totaal anders. Rusland had een smadelijke nederlaag geleden in de Krimoorlog. Oostenrijk werd door Pruisen verslagen. Pruisens rol als grote mogendheid bleek duidelijk tijdens de Frans Duitse Oorlog (1870- 1871).  De verslagen Fransen  wilden natuurlijk een revanche.
Frankrijk en Groot Brittannië waren als modern imperialisten elkaars rivalen in Afrika. Bovendien koesterden de Engelsen zich in hun Splendid Isolation. De Oostenrijkers en de Russen zaten elkaar op de Balkan dwars (nationalisme; Panslavisme). De Russen wilden de Dardanellen beheersen (warmwaterpolitiek) en kwamen daardoor in conflict met de Turken.
Bismarck isoleerde Frankrijk met het Rückversicherungsvertrag de Twee- en de Driebond. De verdragspolitiek van Bismarck liep uit op een gewapende vrede. De voorzichtige politiek van de rijkskanselier kwam ten einde toen Wilhelm II zelf de buitenlandse politiek ging leiden . Door zijn aanmatigend optreden (militair en maritiem) raakte juist Duitsland steeds meer in een isolement.
Frankrijk daarentegen vond toenadering tot Engeland en Rusland (Entente 1902/1905). Blokvorming had nu plaats. Aan de ene kant de Engelsen, Fransen en Russen (de Entente mogendheden) en aan de andere kant de Duitsers en de Oostenrijkers.
Het Duitse chauvinisme, het Franse Revanchisme en de Balkanpoltiek van Russen en  Oostenrijkers waren belangrijke oorzaken van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
<<<

  

GROOT BRITTANNIË

<  

Geleidelijk en geweldloos voltrokken zich in Engeland belangrijke politieke en economische veranderingen.
Het kiesstelsel werd hervormd en het kiesrecht werd uitgebreid. In het begin had alleen de machtige burgerij hier voordeel van. De Liberalen onder Gladstone en de Conservatieven onder Disraëli waren de twee belangrijkste politieke partijen.
Afschaffing van de Test Act (1829) verminderde de invloed van de Anglicaanse staatskerk. De industrialisatie en de liberale regeringspolitiek stimuleerden kritiek en verzet van de arbeiders. Zij gingen zich in vakbonden organiseren. Maar ook de sociale wetgeving kwam vroeg op gang (vrouwen- en kinderarbeid).
Engeland werd de grote kampioen van de vrijhandelsgedachte. Groot Brittannië was de fabriek van de wereld. Het grote koloniale rijk diende als grondstoffenreservoir en afzetgebied. De sterke vloot beschermde het Brits Imperium dat o.a. Canada, Australië, Nieuw Zeeland, Brits Indië en grote delen van Afrika omvatte. Het machtige Albion permitteerde zich een Splendid Isolation.
De lange regering van koningin Victoria (1834-1901) - het Victoriaanse tijdperk - viel samen met een van de bloeiperioden uit de Engelse geschiedenis.
<<< >

 

 

 

 


FRANKRIJK 
 

< 

In 1814 kwamen de Bourbons terug. Maar het absolutisme was verleden tijd want de grondwet bleef. De koning steunde vooral op kerk en adel. De toenemende onvrede daarover van de liberale burgerij bracht in 1830 , na de Julirevolutie, Louis Philippe op de troon. Op zijn beurt moest de burgerkoning vluchten voor een verbond van liberalen en socialisten (1848). Voor de tweede keer was Frankrijk een republiek. Maar de door de socialisten gewenste maatschappijvernieuwing mislukte. De nieuwe president Lodewijk Napoleon liet zich in 1852 bij referendum het keizerschap opdragen.
Onder Napoleon III (1852-1871) kwam de industrialisatie goed op gang. Een begin van sociale wetgeving moest de ergste ellende onder de arbeidersbevolking wegnemen. De keizer was enorm populair door zijn succesvolle buitenlandse politiek (Italiaanse eenheid; Krimoorlog). Maar de nederlaag in de Frans Duitse oorlog (1870-1871) maakte een einde aan het Tweede Keizerrijk.
Parijse arbeiders, kwaad over deze smadelijke afgang, kwamen in opstand en riepen de Parijse Commune uit (1870). De regering bedwong de opstandige Parijzenaars op bloedige wijze en de Fransen hadden voorlopig genoeg van elk socialistisch experiment.
De Derde Republiek (1871-1940) was door partijversplintering en steeds wisselende regeringen erg zwak. De meeste Fransen wilden een Revanche voor de nederlaag van 1871. Voorlopig trachtte men compensatie te vinden in de vorming van een koloniaal imperium in Azië en Afrika.
<<<    >