DUITSLAND
<
 

Otto von Bismarck, eerste minister van Pruisen en later rijkskanselier van het Tweede Duitse Keizerrijk, was de architect van de Duitse eenheidsstaat. Een staat die na de overwinningen op de Oostenrijkers (1866) en de Fransen (1871) in feite de machtigste was op het Europese vasteland.
Bismarck beheerste 30 jaar de Duitse politiek. De industrialisatie vond vooral na 1870 in versneld tempo plaats (Gründerzeit). Wetenschap en techniek stonden op een hoog peil. Het degelijke Duitse product was een enorme concurrent voor de Engelse industrie. De Fransen speelden met de Revanchegedachte. Door een meesterlijke diplomatie (Driebond, Herverzekeringsverdrag) hield Bismarck zijn tegenstanders in bedwang. 
Maar de jonge en zelfbewuste Wilhelm II voerde een chauvinistische buitenlandse politiek. Hij had daar de oude  Bismarc niet bij nodig. Duitsland had recht op "een plaatsje onder de zon". De Engelsen, de Fransen en de Russen voelden zich zo bedreigd dat zij afspraken met elkaar gingen maken. Door deze Entente-diplomatie raakte Duitsland in een isolement.
<<<< >


OOSTENRIJK-HONGARIJE
<

Na de vergeefse belegering van de Turken van Wenen (1683) begon de leidinggevende rol van de Oostenrijkse Habsburgers in Europa. De definitieve nederlaag van Napoleon (1815) en het daaropvolgende Wener Congres bevestigden Oostenrijks machtige positie. De nieuwe Duitse Bond kreeg Oostenrijk als voorzitter. De Donaumonarchie vormde een lappendeken van nationaliteiten (o.a. Duitsers, Hongaren, Serve, Kroaten, Polen, Tsjechen, Bohemers). Tot 1848 had Von Metternich dit enorme rijk nog vrij goed onder controle. In 1848 kwamen nationalistisch gezinde Italianen , Hongaren en Duitsers in verzet tegen de overheersende Oostenrijkse rol. Mede dank zij Russische interventie kon orde en rust weer worden hersteld (1848). Maar in de tweede helft van de 19de eeuw bleef het roerig in Centraal Europa. De  rivaliteit tussen  Oostenrijk en Pruisen werd steeds groter  en mondde uit in de Pruisisch Oostenrijkse oorlog (1866). Het verslagen Oostenrijk speelde geen overheersende rol meer in Duitse aangelegenheden. De Duitse Bond werd opgeheven. Hongarije werd in 1867 zelfstandig en door een personele unie verbonden met Oostenrijk. Zo ontstond de zgn. Dubbelmonarchie. De Oostenrijkers bemoeiden zich nu vooral met de Balkan, waar zij de Russen en de Turken tegenover zich vonden. 
<<<
>


RUSLAND
<

Op het Wener Congres (1814-1815) werd de toestand hersteld zoals die was voor de Franse Revolutie. Bindmiddel van deze restauratie was het legitimiteitsprincipe. De belangen van de vorst (vorstensoevereiniteit) gingen boven die van het volk ( volkssoevereiniteit, nationalisme).
In 1812 stonden de Fransen in Moskou. In 1815 werden de Russen in Wenen als bevrijders verwelkomd. Het lidmaatschap van de Grote en de Heilige Alliantie gaf de tsaar de mogelijkheid zich met de Europese zaken te bemoeien.
De tsarenmacht was absoluut. Het regime steunde op de adel, de Grieks Orthodoxe kerk , het leger en het ambtenarenapparaat (bureaucratie). Het autocratisch tsarenbewind zou pas in de 20ste eeuw verdwijnen.
Tsaar Nicolaas I onderdrukte met harde hand de liberale opvattingen van de Dekabristen (1825) en het Poolse nationalistische verzet (1830). De Krimoorlog (1854-1856) maakte een einde aan de toonaangevende rol van Rusland in Europa.
In de tweede helft van de 19de eeuw werd de kritiek op het tsarenbewind steeds radicaler. Ondanks de door hem ingevoerde hervormingen (o.a. afschaffing van de lijfeigenschap) werd Alexander II vermoord (1881). Pogroms, censuur, verbanning en de overal aanwezige geheime politie waren het antwoord op  bomaanslagen,  relletjes en stakingen, veroorzaakt door anarchisten en andere radicalen.
De moderne vloot van Japan blokkeerde in de Russische Japanse oorlog (1904-1905) Ruslands streven naar warme havens. De ongelukkig verlopen oorlog had in Rusland zelf een revolutie tot gevolg (1905). De tsaar bleef nog aan de macht maar moest een grondwet goedkeuren en de Doema naast zich dulden. Een constitutioneel koningschap, wel met sterk autocratische trekken, verving het eeuwenoude absolutisme van de Romanows.
<<< >