‘Twee op vijf schoolgebouwen te groot of te klein’

0
30

Veertig procent van de schoolgebouwen is te groot of te klein voor het aantal leerlingen dat er naar school gaat. Dat blijkt uit de nieuwe Monitor Onderwijshuisvesting, die gisteren aan de Kamer is gestuurd. Ook de staat waarin de gebouwen verkeren laat vaak te wensen over. ,,Opnieuw bewijs dat de financiering van onderwijshuisvesting ernstig tekort schiet”, reageert vicevoorzitter Anko van Hoepen.

Het minst tevreden waren de ruim 2400 respondenten van het onderzoek over de energiezuinigheid, het binnenmilieu en de flexibiliteit van het schoolgebouw. Dertig procent van de gebouwen in Nederland past niet bij het onderwijsconcept van de school.

De uitstraling en de fysieke veiligheid werden relatief goed beoordeeld door de respondenten, al waren de inspecteurs die in totaal honderd po-scholen bezochten voor een steekproef over het laatste weer minder positief: Bij een kwart van de scholen in het po was de meterkast niet veilig, bij tien procent van de scholen waren onveilige stopcontacten aanwezig en de vluchtveiligheid was bij de helft van de scholen niet op orde. Andersom geven de inspecties een positiever beeld over de staat van het binnen- en buitenonderhoud dan naar voren komt uit de tevredenheid van de scholen op die onderdelen. Beide zijn een belangrijke indicator van de kwaliteit, aldus Regioplan.

Noodgedwongen de wet overtreden

,,Het rapport maakt pijnlijk duidelijk hoe de financiering van onderwijshuisvesting in Nederland tekort schiet,” stelt vicevoorzitter Anko van Hoepen van de PO-Raad. Het blijkt dat één op de vijf besturen noodgedwongen zelf investeren in nieuwbouw en uitbreiding. Van Hoepen: ,,Dit mag volgens de wet niet eens! Dit is aan de gemeente.” Bij een groot deel van de ondervraagde besturen leeft dan ook de wens tot volledige doordecentralisatie, ofwel eigen zeggenschap over nieuwbouw en renovatie.

Duurzaamheid staat nog op laag pitje

De tekortschietende middelen voor onderwijshuisvesting zijn ook meteen de belangrijkste reden waarom urgente aanpassingen aan het gebouw met het oog op binnenklimaat en energiebesparing keer op keer worden uitgesteld, geven besturen aan. Regioplan wijst erop dat het verduurzamen een combinatie van technische handelingen is, maar ook een deel bewustwording en gedrag. De PO-Raad erkent dat en wil de sector hierin stimuleren.

Gemiste kans voor de regering

De PO-Raad is niet verbaasd over de uitkomsten van het onderzoek. Vorig jaar gaf de Algemene Rekenkamer een vergelijkbaar, zorgelijk beeld. Van Hoepen: ,,Een gemiste kans dat de nieuwe regering geen investering in onderwijshuisvesting heeft opgenomen in het Regeerakkoord.”

Speerpunt in strategische agenda

Zelf heeft de PO-Raad huisvesting wél als speerpunt opgenomen in haar nieuwe strategische agenda voor 2018-2021. Daarin hebben de leden van de PO-Raad afgesproken dat de komende vier jaar ieder schoolbestuur een analyse maakt van de staat van haar schoolgebouwen in relatie tot het kwaliteitskader onderwijshuisvesting en in relatie tot de eigen onderwijsvisie. ,,Schoolbesturen zijn ook zelf aan zet om glashelder te maken wat het probleem is. Anders krijgt dit nooit de urgentie die het verdient”, aldus Van Hoepen.

Ook voor de PO-Raad ligt er een taak: zij maakt landelijke afspraken over financiën, randvoorwaarden en heldere verantwoordelijkheden over kwalitatief hoogstaande en toekomstbestendige onderwijshuisvesting.

Lees verder

De Kamerbrief met het rapport van de monitor zijn te lezen op Rijksoverheid.nl

Meer opvallende zaken in het rapport
* Eén op de vier scholen heeft geen mindervalidentoilet;
* In sanitaire ruimten wordt nog maar in beperkte mate gebruik gemaakt van urinedichte vloerafwerkingen (de huidige standaard op gebied van hygiëne);
* In een kwart van de scholen zit nog (deels) enkelglas;
* Scholen in het openbaar onderwijs zijn relatief minder tevreden met hun schoolgebouw. Dit heeft volgens de PO-Raad te maken met de achterstand die zij nooit helemaal hebben ingelopen, doordat zij bij hun verzelfstandiging vaak te weinig middelen meekregen van de gemeente.