Ruim twee derde van de ouders staat volledig achter de staking van het basisonderwijs op woensdag 14 februari, blijkt uit cijfers van Ouders & Onderwijs. Dat is 19 procent meer dan bij de vorige staking van 12 december. Basisscholen in het noorden horen echter andere geluiden. “Het draagvlak van ouders voor de actie daalt.” Dit melden Ouders & Onderwijs en Dagblad van het Noorden.

Uit een recente peiling van Ouders & Onderwijs onder 1871 respondenten blijkt dat 67 procent van de ouders de noordelijke staking volledig steunt. 13 procent snapt wel dat leraren staken, maar staat niet achter de sluiting van de scholen. 11 procent vindt het onzin dat de leraren gaan staken. In vergelijking met de twee eerdere stakingen is het draagvlak onder ouders groter dan voor de staking van 12 december (48 procent), maar minder groot dan voor de staking van 5 oktober (83 procent). Iets wat directeur Peter Hulsen niet had verwacht, blijkt uit het recente interview van de Nationale Onderwijsgids met hem en Thijs Roovers van PO in Actie.

Noordelijke schoolbesturen zien echter een andere tendens. Volgens Paul Moltmaker van Plateau, waar dertien basisscholen in Assen onder vallen, hebben ouders veel minder begrip voor deze derde staking. Ouders moeten weer een oplossing bedenken om hun kind onder te brengen en voor kinderopvang moeten ze zelf de portemonnee trekken. Ook Jan Paul ten Brink van OPRON in Veendam ziet aan het aantal boze mails dat hij ontvangt dat een deel van de ouders klaar is met de stakingen.

Uit de peiling van Ouders & Onderwijs blijkt dat 30 procent van de gevraagde ouders het niet nodig vindt dat scholen gaan sluiten tijdens de staking. Voornaamste reden hiervoor is dat ze vinden dat leerlingen de dupe worden van de gemiste schooldagen. Ook vinden sommige ouders dat staken geen zin meer heeft, en dat het kabinet nu genoeg geld op tafel heeft gelegd. Slechts een klein deel van de ouders noemt als belangrijkste reden om de school open te houden dat ze zelf veel moeten regelen.