Leerkracht Hettie Pos werkt sinds 1992 op de Montessorischool Bilthoven. Ze geeft dit schooljaar les in ‘Palm’, een middenbouwklas met groepen 3,4 en 5. Loes Meijlink ging met haar in gesprek over hoe Hettie de Montessori visie in de praktijk brengt.

Hettie, wat komt er bij je op als ik zeg: ‘typisch Montessori’?

In de kern draait het om het naar boven brengen en ontwikkelen van de unieke talenten van een kind. Niet alleen cognitieve kennis en vaardigheden, maar ook sociaal-emotionele kwaliteiten en creativiteit. Daarbij kijk ik goed naar het individuele kind: waar heeft het plezier in, wat zijn interesses en kwaliteiten. Daar sluit ik vervolgens zo goed mogelijk bij aan. Als leermateriaal gebruiken we Montessori leerlijnen en unieke materialen die na 100 jaar nog steeds springlevend en effectief zijn.

Ook typisch voor Montessori is dat kinderen van verschillende groepen bij elkaar in één klas zitten. Zo zien ze wat kinderen van een volgende groep aan werkjes krijgen en kunnen daardoor uitdaging ervaren en inspiratie opdoen.

Daarnaast staan vertrouwen en eigen verantwoordelijkheid centraal bij alles wat we doen op school. ‘Help mij het zelf te doen’ is niet voor niets het bekendste motto van Maria Montessori.

Waarom ook die focus op de sociaal-emotionele kant?

Als kinderen zich sociaal-emotioneel goed ontwikkelen dan geeft hen dat vertrouwen in henzelf en in hun omgeving. Dit geeft een sterk fundament voor hun cognitieve ontwikkeling. Je bent immers tot veel meer in staat als je lekker in je vel zit. Je kunt daardoor beter aansluiten bij wat je eigenlijk kan.

Ik heb gehoord dat leerkrachten op het middelbaar onderwijs aangeven dat het zelfvertrouwen van Montessori kinderen gemiddeld sterker is ontwikkeld dan bij kinderen van andere scholen, herken je dat?

Ja, dat komt denk ik doordat we als leerkrachten veel vertrouwen geven aan kinderen, ze de ruimte geven om dingen zelf te ontdekken, te proberen en anderen te helpen. Daarnaast leren we ze een oplossingsgerichte manier van kijken, ook in de manier van met elkaar omgaan. Als bijvoorbeeld een leerling een spreekbeurt heeft gehouden vragen we eerst wie er ’tops’ heeft. Daarna komen ‘tips’. De kinderen leren om constructieve feedback te geven en om te gaan met kritiek. Ze voelen zich niet voor gek staan en merken dat het oké. is om zichzelf te laten zien voor wie ze zijn. Ze leren stevig in hun schoenen staan.

Ook het zelfstandig plannen wat de kinderen leren doen helpt om vertrouwen in eigen kunnen op te bouwen. Vanaf groep 3 plannen kinderen per dag welke werkjes ze wanneer gaan doen om leerdoelen te halen. Zodra ze er aan toe zijn maken ze een weekplanning.

Sommige mensen zeggen dat Montessori onderwijs ‘vrijheid, blijheid’ is… wat vind jij?

Er is wel vrijheid (en zeker blijheid 😊), maar binnen duidelijke kaders en regels. Vrijheid zit hem er bijvoorbeeld in dat een kind kiest: waar wil ik nu mee beginnen, waar heb ik zin in. Daarbij wordt wel een planning gemaakt die de basis vormt en structuur geeft. Per leerblok stellen we samen met de kinderen eigen doelen. Bij de rekenmethode ‘Pluspunt’ bijvoorbeeld wordt met een leerling besproken: ‘Wat wil je leren’, ‘wat beheers je al?’. De leerling stelt vervolgens zelf zijn of haar leerdoel dat zoveel mogelijk wordt gekoppeld aan Montessori materialen. Kinderen gaan voor zichzelf na: wat moet ik nog oefenen? Bijvoorbeeld bij spelling pakken ze dan een passend spellingsdoosje en gaan aan de slag. Beheersen van (leer)doelen is dus de verantwoordelijkheid van de kinderen zelf. Je maakt af waar je aan begint en als je je doel gehaald hebt hoef je op dat onderwerp niet meer te oefenen en kun je door met het volgende doel! Heel pragmatisch en effectief.

Als nieuwe ouders deze school bezoeken zeggen ze bijna zonder uitzondering dat de rust hen zo opvalt. Hoe lukt het jullie als leerkrachten om die rust te bewaren?

Als kinderen samenwerken en met opdrachten bezig zijn, zijn ze eigenlijk al rustig. Bovendien hebben we duidelijke regels in de klas die goed worden nageleefd. Ik leg die regels goed uit, bijvoorbeeld dat er veel kinderen zijn die niet goed kunnen werken als er lawaai is. Een andere regel is: als je iets niet weet, denk dan eerst even in stilte voor jezelf na of je wellicht toch zelf een oplossing weet. Daarna kun je als dat nodig is alsnog hulp vragen, aan een klasgenoot of aan de juf of meester.

Wanneer heb jij een top dag gehad?

Als we een dag hebben waarop we lekker hebben kunnen werken in de klas en ik merk dat iedereen werkt in een soort ‘flow’. Een heel mooi voorbeeld (en ook typisch Montessori) is dat mijn klas vaak op dinsdagmiddag ‘vrij werken’ heeft. Kinderen bepalen dan helemaal zelf wat ze gaan doen. Enige voorwaarde is dat ze er iets van leren. Denk aan een spelletje over ruimtelijk inzicht, het ontwerpen en vervolgens bouwen van een knikkerbaan of bijvoorbeeld tekenen. Ik geniet enorm van wat er dan gebeurt en geniet van de mooie werksfeer.

Ook krijg ik heel veel energie van de momenten dat ik ‘de knop’ vindt bij een kind: datgeen wat het kind intrinsiek motiveert, het unieke talent of interesse.

Hettie, waar ben jij trots op?

Dat ik heb geleerd om de controle los te laten en vertrouwen te geven aan kinderen. Vertrouwen in hoe het kind is, mag zijn en in wat hij of zij doet. Controle staat loodrecht op vertrouwen, eigenlijk geldt dit voor je hele leven.

Kijk hier voor meer informatie over de auteur, Loes Meijlink.