Hoewel ‘plofklas’ onlangs nog gekozen werd tot Woord van het Jaar 2017, is het aantal grote klassen met meer dan 25 leerlingen het afgelopen jaar met drie procent gedaald, zo blijkt uit cijfers van het CBS die het ministerie van Onderwijs naar buiten heeft gebracht. De PO-Raad verwacht dat de lichte daling van het aantal grote klassen tijdelijk zal zijn: de leerlingendaling neemt af terwijl het lerarentekort toeneemt.

Die lichte daling in het aantal grote klassen komt vooral doordat er minder klassen zijn met tussen de 31 en 35 leerlingen. Het aantal erg grote klassen, met meer dan 35 kinderen, is met 0,3 procent gelijk gebleven. Twee derde van de groepen heeft minder dan 26 leerlingen. De gemiddelde groepsgrootte is met 23 leerlingen per klas al jaren min of meer stabiel. Verder blijkt dat scholen met veel achterstandsleerlingen kleinere klassen hebben dan gemiddeld.

‘Huidige klas van 27 onvergelijkbaar met vijf jaar geleden’

Hoe moeten we deze daling van het aantal grote klassen rijmen met het geluid van het PO-front?, vroeg dagblad Trouw aan Thijs Roovers van PO in Actie. Volgens het PO-front zouden steeds groter wordende klassen zorgen voor toenemende werkdruk. Roovers: ‘De relatieve afname is goed nieuws. Ondertussen wordt het wel een onmogelijke uitdaging om al die groepen te bemannen. De leerkrachten zijn simpelweg op.’ Hij wijst er in de krant daarnaast op dat door de invoering van passend onderwijs een klas van 27 kinderen tegenwoordig ‘onvergelijkbaar is met een klas van dezelfde omvang vijf jaar geleden.’ Volgens Roovers hebben klassen nu meer leerlingen met leer- en gedragsproblemen dan voor de invoering van het passend onderwijs.

Klassengrootte en het lerarentekort

De PO-Raad verwacht dat het oplopende lerarentekort de komende jaren zeker impact zal hebben op de klassengrootte en de werkdruk en pleit daarom voor een strategische insteek gericht op instroom, doorstroom en uitstroom van medewerkers in het primair onderwijs. Het primair onderwijs dreigt in 2022 een tekort te hebben van 4100 voltijds leraren- en schoolleiders. Dit tekort kan oplopen tot 11.000 voltijdsbanen in 2027.

De PO-Raad benadrukt dat de verschillen tussen regio’s groot zijn. Landelijke gemiddelden zeggen niet zoveel als op bepaalde plekken in het land de problemen zo groot zijn dat er geen invaller te vinden is en soms zelfs klassen naar huis moeten worden gestuurd. Bovendien zal het lerarentekort de komende jaren nog veel verder oplopen, terwijl de leerlingendaling juist zal afvlakken. Het ‘goede nieuws’ van deze lichte daling van de groepsgrootte zal dus tijdelijk zijn, verwacht de sectororganisatie.