NEDERLANDS INDIE
<

 

DE HEREN XVII

De VOC werd in 1602 opgericht en voerde tot 1799 het bewind over de Indische archipel. De Heren XVII waren particuliere ondernemers, die met hun compagnie de Indische rijkdommen, vooral specerijen, exploiteerden. Na een Engels tussenbewind nam de Nederlandse staat het beheer van de Indische archipel over. Nederland was een koloniale mogendheid geworden. 

 

KOLONIALISME

In de negentiende eeuw werd het bestuur over Oost IndiŽ een staatsaangelegenheid. Nederland bestuurde de archipel grotendeels indirect d.m.v inlandse regenten en Nederlandse residenten .De gouverneur-generaal vertegenwoordigde de Kroon.De instelling van de Volksraad kon het groeiend nationalisme niet tegenhouden.
Het landrentestelsel en later het cultuurstelsel droegen bij aan de zgn batigslot-politiek. Vanaf 1870 kwam het particulier initiatief op gang.

 

 

 

 

 

LEGER

Het koloniale leger en de marechaussee  werden vaak ingezet om opstanden te onderdrukken. Bekend bleef de Java-oorlog en uiterst berucht de pacificatie van Atjeh maar het KNIL kon de Japanse bezetting niet voorkomen. De muiterij op het marineschip de Zeven ProvinciŽn was voor velen schokkend. 

 

COMMUNICATIE

Het vervoer over land gebeurde per koets, draagstoel of paard . Daendels liet op Java de Grote Postweg aanleggen. De komst van de trein en de auto bracht ook hier grote verbetering.Zeilschepen en later stoomboten  verzorgden de de verbinding in het reusachtige eilandenrijk. Vroeger duurde een reis naar het moederland vaak langer dan een halfjaar. De stoomboot deed er zes weken over.

 

DE  PLANTAGES

Koffie, thee, tabak, suiker, rubber, kina, copra en tal van specerijen vormden de producten waar het gouvernement en later de particuliere planters veel winst op konden  maken.  De inlanders kregen een karig plantloon of plukloon , de inlandse boer moest een soms hoge  pacht betalen.

 

KOELIEARBEID

Het werk in de mijnen en op de olievelden werd vaak verricht door Chinese koelies en Javaanse contractarbeiders. De arbeidsomstandigheden waren vaak niet al te best.

 

BEZETTING

De Japanse bezetting betekende voor de Europeanen vernedering en internering. De meeste mannen moesten aan de beruchte Birmaspoorweg werken . Veel Indonesiers werden als dwangarbeiders gebruikt, de romushas..
De Indonesische nationalisten collaboreerden met de Japanse bezetters en Soekarno kon met hun goedvinden in 1945 de Indonesische onafhankelijkheid uitroepen.

 

 

ONAFHANKELIJKHEID

De door Soekarno geproclameerde onafhankelijkheid accepteerden de Nederlanders niet zondermeer. Zij wilden een federatieve staat waar de Republiek Indonesia een onderdeel van zou uitmaken. Het akkoord van Linggadjati werd echter niet nageleefd, zodat Nederland twee maal militair optrad (de politionele acties). Onder druk van met name de VS kwam het uiteindelijk tot een akkoord. In augustus 1949 had in de Haagse Ridderzaal de souvereiniteitsoverdracht plaats.