Wat willen we met onderwijs: opvoeden, hoge cijfers, of van alles een beetje?

    0
    1334
    We zijn de bedoeling van het onderwijs uit het oog verloren. Overheidsbeleid drukt er een te zwaar stempel op en de leerkracht moet de koers uitzetten in een dichte mist. Funest voor het beroep, constateert Daisy Mertens, zelf leerkracht op een basisschool in Helmond.

    De afgelopen maanden is het debat in het basisonderwijs flink aangewakkerd. Met als mijlpaal en eerste stap: een akkoord over het verminderen van de werkdruk. Reden om nu ook door te pakken naar het gesprek over de inhoud van het onderwijs.

    In veel debatten en in de media is de ­afgelopen tijd geschetst hoe slecht ­onze beroepsgroep ervoor staat. Een op de vijf leraren kampt met burn-out­problemen, het imago is aangetast en de maatschappij verwacht steeds meer van leerkrachten. Bovendien daalde het ­docentschap op de beroepsprestige­ladder.

    Het gevolg: een lerarentekort.

    Het aantal aanmeldingen op de Pabo is weliswaar met 15 procent gestegen, toch is dat in verhouding tot de vraag naar leerkrachten te weinig. Gezien de impact die zij hebben op de ontwikkeling van kinderen, zou de leerkracht ­eigenlijk helemaal boven aan de ­beroepsprestigeladder moeten staan. Maar daarvoor zijn er nog wel wat ­obstakels te overwinnen.

    Op dit moment wordt het werk van leerkrachten veelal ingevuld door overheidsbeleid: gepersonaliseerd leren, opbrengstgericht werken en voldoen aan een gemiddelde voor de eindtoets. Heel simpel gezegd: als je zou willen, kun je als een robot voor de klas staan. Je kunt uitvoerder zijn van de lesmethodes en het curriculum. Zelf hoef je niet na te denken, je kunt simpel volgen wat er voorgeschreven wordt.

    Beeldvorming

    Dit begint al op de Pabo, waar criteria nog steeds leidend zijn. Tijdens stages wordt er nog te vaak verwacht dat je een kopie wordt van de mentor. En op feestjes en in de publieke opinie bestaat tot op heden het beeld dat je op de opleiding vooral aan het knutselen bent. Er is geen student of leerkracht die gekozen heeft om alleen maar uitvoerder te zijn of neergezet te worden als hobbyist. We willen allemaal een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen. Praktijk, opleiding en beleid zouden daarom beter op elkaar moeten aansluiten.

    Een groot probleem is dat het essentiële debat over de bedoeling van onderwijs achterblijft. Er zou duidelijk moeten zijn wat we eigenlijk met ons onderwijs willen bereiken. Zo helder als de taak of functie van een advocaat of arts is, zo mistig is die van een leerkracht. Zijn we nu opvoeders, proberen we kinderen zo hoog mogelijke punten te laten halen of brengen we normen en waarden bij? Of van alles een beetje?

    Het is noodzakelijk samen een koers te bepalen en van daaruit het onderwijssysteem revolutionair te veranderen. Pas als de bedoeling van onderwijs helder is kunnen we beleid en curricula daarnaast leggen en het gesprek voeren over waarom er bepaalde keuzes en beslissingen worden genomen. Dan zal ook de Pabo helder hebben waartoe ze studenten opleiden, weet de schoolleider welke koers hij of zij kan aangeven en verandert de rol van de overheid.

    Onderwijs is complex en het zal niet makkelijk zijn om hier snel een antwoord op te geven. Juist daarom hebben we elkaar nodig om het systeem van binnenuit te veranderen. Laten we het gesprek gaan voeren over de bedoeling van onderwijs, definiëren en de beleidsagenda’s afstemmen. Daarmee weer betekenis geven aan het prachtige beroep en de rol van de leerkracht.

    Want als het doel van onderwijs is dat kinderen zich optimaal kunnen vormen tot wereldburgers, zal de leerkracht een andere rol hebben dan wanneer het doel zich beperkt tot hoge ­resultaten op toetsen.

    De voornaamste richting die nu wordt gegeven, is dat de kwaliteit van onderwijs vooral wordt gemeten door cijfers en scores. Iedereen is het ermee eens dat dit niet het belangrijkste doel is. De vraag die overblijft, is waar onderwijs dan wél om draait.